IJsclub's in Waterland baas over koek en zopie
Het koek- en zopiebeleid van de gemeente Waterland verandert. Voortaan bepalen de ijsverenigingen wie waar mag staan. Schaatstocht of niet. Want ook ingeval er geen tochten zijn uitgeschreven, moeten deze kleinschalige horecaondernemers zich tot het bestuur van een ijsclub wenden. Afhankelijk van de locatie kunnen dat die van Marken, Monnickendam of de overige ijsclubs zijn.
De gemeente heeft namelijk besloten dat de ijsclub Marken, ijsvereniging Olympia in Monnickendam en het overkoepelend bestuur van de andere ijsclubs samen, voortaan gerechtigd zijn om aanvragen voor de verkoop van koekenzopie in behandeling te nemen. Zij betalen zelf leges en mogen een 'redelijke vergoeding' doorberekenen. Bewoners van wie de tuin grenst aan de route mogen vrij koekenzopie aanbieden, maar zij kunnen wel worden aangesproken op hun verkoopactiviteiten aan schaatsers als die voor de tocht onvoordelig is.
Tot nu toe moesten exploitanten van een koekenzopie altijd bij de gemeente Waterland zijn. En meestal waren het in de eerste plaats de ijsverenigingen zelf die vergunning aanvroegen. Maar ook andere partijen maakten van deze gelegenheid gebruik.
Het initiatief voor een wijziging in de aanvraagprocedure komt van de ijsverenigingen. Die willen zicht hebben op de verdeling van kraampjes en met name als er, zoals vorig jaar, een tocht wordt uitgeschreven. „En de gemeente stemt in", zegt woordvoerster Els van Loenen, „omdat de ijsclubs beter kunnen beoordelen of het kan en waar."
Het is een proef. Na de eerstvolgende ijsperiode volgt een evaluatie. Jaap van Vuure zegt namens de organisatie van de Waterland-Oost Tocht blij te zijn met deze ontwikkeling. Hij wil paal en perk stellen aan het aantal koek- en zopies tijdens de tocht en is blij dat de organiserende ijsclubs financieel mee gaan profiteren van verkoop langs de route.