Greta Blakborn: “Vasthouden, grip hebben op de bevolking, dat is in Volendam nog steeds een fundamenteel probleem” (foto)

Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl
Wie beweert dat lokale politiek niet interessant kan zijn heeft in ieder geval in Edam-Volendam de boot helemaal gemist. Uiteraard zijn het de landelijke politici die op TV de show stelen, maar tegelijkertijd zijn er op gemeentelijk niveau altijd wel een paar bijzondere postzegels die het politieke speelveld extra kleur geven. Binnen onze gemeente zijn er vaak politici geweest die boven het maaiveld uitstaken. Wie herinnert zich niet Willem Klapper, Piet Kolkman, Wim Keizer of Herman Nordmann? Allemaal mensen die op een of andere manier spraakmakend in het nieuws kwamen en gezegend waren met een bevlogen karakter.
Dat dit niet altijd door anderen werd gewaardeerd mocht de pret voor de volgelingen niet drukken. Door het plotseling overlijden van Willem Klapper werd Greta Blakborn in 2002 geheel voor de leeuwen geworpen. Als nummer twee op de lijst werd zij de logische nr. 1 binnen GroenLinks en mocht zij het samen met Herman Sier de gevestigde orde flink lastig maken. Beiden namen deze taak serieus en werden al weldra de bekende luizen in de pels van het gevestigde politieke machtsveld. Nu, het is inmiddels 2013, neemt Greta afscheid als fractievoorzitter en gaat zich ditmaal meer toeleggen op zaken die vroeger in het gedrang kwamen zoals, familie, fietsen, wandelen en lezen.
Wat zou er als eerste in mij op moeten komen als ik de naam Greta Blakborn hoor?
Is dat niet die vrouw van GroenLinks? Die van de gemeenteraad? Daar zal het wel op uit draaien, als je het mij vraagt. Er zullen weinig andere beelden van mij bestaan bij de overgrote meerderheid van de lokale bevolking.
Je bent van oorsprong een ‘troeter’ ?
Dat denken veel mensen, maar ik kom oorspronkelijk uit Zuiderwoude. Ik heb er tot mijn 6e gewoond en daarna zijn wij verhuisd naar Monnickendam. Mijn vader werkte er bij de COMO, een veevoederbedrijf. Vlak naast de fabriek stond een woning die van het bedrijf was. Wij hebben daar een paar jaar gewoond, voordat wij verhuisden naar een woning aan de westelijke vesting. Daar keken wij uit op de E-10.
Hoe zou jij je jeugd omschrijven?
Zoals een jeugd moet zijn; onbezorgd en ongecompliceerd. Wij hadden slechts te maken met kleine zorgen. Ik zat op een openbare lagere school en ik kan mij nog goed herinneren dat we altijd wel mot hadden met leerlingen van scholen die van het ‘andere houtje’ waren.
Monnickendam was niet te vergelijken met het Volendam van die tijd?
Toen niet en nu niet. Monnickendam was een open gemeente. Er reed een tram door Monnickendam, bussen reden door Monnickendam en veel van de inwoners waren georiënteerd op Amsterdam. Monnickendam had de blik naar buiten en dat was en is in Volendam toch beduidend anders.
Waar ging je heen voor je middelbare schoolopleiding?
Ik ging naar het Coornhert in Edam. Een school waar ik het prima naar mijn zin had. Ben jij trouwens familie van Bert Schuitemaker? Ik zat namelijk bij Bert in de klas. Maar om even terug te komen op je vraag en mijn antwoord, ik haalde op het Coornhert mijn MULO-diploma en toen moest ik aan het werk. Ik kwam uit een arbeidersgezin en verder leren dan de MULO werd voor mijn ouders gewoon te duur. Ach, je moet maar denken dat ik geen uitzonderingsgeval was.
Waar ging je aan de slag?
Op het Hypotheekkantoor aan het Droogbakin Amsterdam. Alle aktes werden er geregistreerd en ik deed er allerlei administratieve werkzaamheden. Via-via kwam ik daarna bij Notariskantoor Van der Ploeg terecht, tegenover het Stedelijk Museum. Wat ik zoal deed? Och, testamenten opstellen, archiefwerk, aktes maken, eigenlijk van alles wat er voorbij kwam.
Hoe kwam jij uiteindelijk aan een Volendammer?
Dat kwam door Spruit. Dat is een naam die jou misschien niets zegt, maar voor de oudere Volendammer is het een naam die welbekend is. Spruit had een danscafé en jongelui uit de gehele omtrek gingen daar heen om te dansen. Er trad wel eens een bandje op en op een van die avonden kwam ik Wim tegen. In het begin leek het mij niets om vaste verkering te hebben en ging ik ook nog uit in Amsterdam in zalen zoals De Melkweg of De Brakke Grond. Maar uiteindelijk kwam ik toch weer uit bij Wim.
Zat jij toen al in de politiek?
Ik was kaderlid van het NVV in Purmerend en ik had het ook druk met de vrouwenemancipatie. De politiek moest dus nog komen.
Als geëmancipeerde vrouw moet het niet eenvoudig zijn geweest toen jij op Volendam kwam wonen.
Och men was wel wat gewend met mij. Zo zijn Wim en ik ook niet voor de kerk getrouwd, omdat wij er de meerwaarde niet van konden inzien. Het heeft mijn schoonouders toch best verdriet gedaan, maar wij hielden – ondanks een ferm pleidooi van mijnheer pastoor - voet bij stuk. Ondertussen was ik ook in Volendam actief met vrouwenpraatgroepen en dat viel niet altijd even prettig bij de mannelijke bevolking. Vrouwen gingen nadenken over hun positie. Waarom doe je dit en waarom zou je dat wel doen? Is drie keer per dag warm eten koken niet heel erg vreemd? En dan was daar het issue ‘anticonceptie’. De pil kreeg je in Volendam niet door de dokter voorgeschreven, dus ging ik naar Monnickendam, waar mijn oude huisarts mij wel hielp. Dan heb je het over de jaren zeventig.
Waarom ging je uiteindelijk verder in de politiek?
Ik wilde toch proberen dingen te veranderen. Met name het ‘hokjesdenken’ was mij een gruwel. Je doet iets omdat je dat altijd hebt gedaan en er niet over na hebt gedacht. Dat is toch niet te geloven? Dat vasthouden, grip hebben op de bevolking, dat is in Volendam nog steeds een fundamenteel probleem. Volendamse kinderen gaan dan wel in Amsterdam of elders naar school, uiteindelijk komen zij er alleen maar om te leren. Ze nemen niet deel aan het studentenleven. Vriendschappen met medescholieren komen zelden tot nooit voor. Dat is eng. Zodra ze hun diploma’s hebben gehaald weten ze niet hoe snel ze weer terug moeten naar Volendam. Iedereen houdt elkaar in de gaten en wee je gebeente als je een pas opzij zet. Ooit zag ik een filmpje waarin aan een Volendammer werd gevraagd hoe hij de toekomst in het jaar 2040 op het netvlies had. “Lekker op mijn bankie voor het huis en dan allemaal bekenden voorbij zien komen”. Dat ‘bekenden’ zegt genoeg. Onbekenden zijn bedreigend.
In 2002 kwam Groen Links met 2 zetels in de Raad. Dat was dikke pret?
Helaas was de vreugde van korte duur. Nog voordat hij werkelijk aan de slag kon als raadslid overleed Willem Klapper aan een hartstilstand. Ja en dan moet je samen met Herman (Sier) oppositie voeren, zonder dat je hier enige ervaring mee hebt. Ik was wel zo eigenwijs dat ik dacht het fractievoorzitterschap goed te kunnen invullen, maar het heeft nog een flinke tijd geduurd voordat alle zaken genormaliseerd waren.
Wat was je rol als fractievoorzitter?
Veel luisteren. Wij hebben een team met sterke persoonlijkheden die graag aan het woord zijn. Mijn rol was om dat te kanaliseren en aan het eind van de vergadering een gemeenschappelijk standpunt op papier te hebben. Doordat wij een kleine fractie hebben moet je flink aan de bak. Je moet van alle markten thuis zijn en dat maakt het behoorlijk arbeidsintensief.
Wat is er in al die jaren veranderd in de raad?
De verhoudingen zijn een stuk normaler dan 15 jaar geleden. Daarvoor werd er voortdurend tegen elkaar op geboden, probeerde men elkaars vliegen af te vangen en leek het wel alsof men minder respect voor een ander had dan nu het geval is.
Wat is er leuk aan politiek?
Dat je je ergens mee kunt bemoeien. Dat heb ik heel sterk. Soms ben ik ook wel eens te direct of te rechtlijnig en dat werd mij lang niet altijd in dank afgenomen. Dat ik mij nu niet overal meer mee kan bemoeien wordt best wel even wennen. De afgelopen week was er enig rumoer rond wethouder Wim Runderkamp en toen heb ik voor mijn beurt gesproken. Die verantwoordelijkheid ligt nu bij Nico van Straalen en dat moet ik gewoon respecteren. Dat gaat lukken.
Je krijgt meer vrije tijd. Wat ga je doen?
Ik blijf natuurlijk nog politiek actief, maar beduidend terughoudender. Dus nu krijg ik tijd voor die fietstochten en wandeltochten die wij nog steeds willen maken, tijd spenderen aan de kinderen en kleinkinderen (de 2e en 3e zijn op komst) en natuurlijk boeken lezen.
Waar moet Nico vooral aan denken?
Och, die zal ongetwijfeld zijn plekje wel vinden. Hij zal ook wel leren hoe de hazen lopen in het politieke speelveld. Na elke verkiezingsronde lopen ze weer anders en dat maakt politiek zo boeiend.
