Naar de inhoud

Onderweg naar publicatie….

Bron: Oud-Quadyck

logo Oud-QuadyckDe kopij voor ons boek is zo goed als klaar. Het wachten is nog op enkele reacties vanuit het verenigingsleven die verwerkt moeten worden in het hoofdstuk Voor en door Kwadijkers. We zijn momenteel vooral bezig met het interviewen van verschillende mensen en het verwerken van deze teksten in de verschillende hoofdstukken. Een heel leuke klus met evenzo leuke resultaten. Bent u nieuwsgierig?

U kunt hier enkele citaten uit interviews lezen. Of enkele kaderteksten. Daarnaast werken wij hard aan de sponsoring van het boek, want zonder dat kan de uitgave er absoluut niet komen. Vele Kwadijker bedrijven en enkele (provinciale) fondsen en instellingen helpen met een financiële bijdrage. We zijn er nog niet maar wel vol vertrouwen! Inmiddels zijn er al tientallen bestellingen binnen, waarvoor onze hartelijke dank.

Citaten uit interviews:

 Jacqueline Huiberts in hoofdstuk Van konst der stuurlieden tot afscheidsmusical:

Ik heb les gehad van Stef Mulder, Leny Fenijn, Hanna Hoeksel en Rob Narold. Het schoolreisje wat ik me nog herinner was met de bus naar Artis. Als er ijs lag gingen we schaatsen. De lagere klassen op de sloot bij het vlot. Voor elk rondje kreeg je een stempel. De hogere klassen schaatsten op de brede sloot langs de Durkweg. Dan gingen we een rondje door de polder of deden wedstrijden. De hele school vierde het kerstfeest met een diner, optredens en soms een kerstmusical in de gymzaal. We gingen in groep 8 op schoolkamp, twee nachten kamperen in Bakkum. De fietsen mee, naar het strand, ’s avonds aan een stok broodjes roosteren bij het vuur en als afsluiting een bonte avond.

Lilian Speeckaert in hoofdstuk Van water naar wonen over watertoren waar zij met haar gezin woont:
In april 2000 was de ruwbouw klaar en het paar zorgde zelf voor de afbouw en inrichting, terwijl ze met baby Bo de toren betrokken. “Ons huis is zeer kindvriendelijk ingericht met een eigen speeletage en veel huisdieren en kleinvee op het erf. We wonen in een bijzonder pand en toch ervaren de kinderen hun huis als heel gewoon.”

Stormachtig weer zorgt nauwelijks voor overlast.

Van de oorspronkelijke details, zijn alleen twee grote afsluiters in de huidige badkamer behouden. Hiermee werden grote waterbakken bovenin de toren gevuld als buffer voor het waterleidingnetwerk. Grappig detail is dat de watertoren zelf niet aangesloten was op de waterleiding bij de (ver)koop en dit later moest worden aangelegd.
De familie Speeckaert woont met veel plezier in de watertoren en geniet van het dorpse Kwadijk. Marc en Lilian hebben nooit spijt gehad van hun aankoop. “Als je 30 bent zie je geen beren op de weg en wordt je niet gehinderd door kennis en ervaring!”, zo besluit Lilian het interview.

Gerrie Zijp-Versluis in hoofdstuk Van stempels tot stiften over het vroegere postkantoor:

De wieg van Gerrie Zijp-Versluis stond in 1943 in Deil. In april 1955 verhuisden haar ouders met het gezin naar Kwadijk. Ze trouwde met Kwadijker Jan Zijp, zoon van Jaap Zijp en Lijsbeth van Ammers. Haar schoonmoeder was kantoorhoudster van het Kwadijker postkantoor en toen zij in 1971 met pensioen ging, nam Gerrie het postagentschap van haar over. Maar Bet(je) hield er niet helemaal mee op: “Mijn schoonmoeder heeft tot 1980 als invalster op het kantoor gewerkt.”

Gerrie weet nog precies wat het werk inhield: “De meest voorkomende handelingen waren stortingen, geldopnames, postzegelverkoop en telefoneren.” Gerrie zette ook het winkeltje van haar schoonmoeder voort: “Je kon in het winkeltje terecht voor bijvoorbeeld kaarten, poëzieplaatjes, schriften, kleurpotloden en stiften, boekjes, een zeemleren lap met spons, stoffer en blik, boterhamzakjes, enzovoorts.” Een gevarieerd assortiment dus.

Petra en Guus van Katwijk in hoofdstuk De Nieuwbouw:

“De meeste nieuwe bewoners kwamen uit de Noordhollandse steden en allemaal kozen we voor het dorpse en de redelijk geprijsde en gesubsidieerde huizen.”

Petra voelde zich eerst wat eenzaam met de twee kinderen. Er was nog geen kleuterschool, die ging later dat jaar van start. Toen Guus na de zomer ging voetballen raakten ze snel ingeburgerd.

Wat kunnen ze zich nog van het dorpse leven in die tijd herinneren? Guus: “Er was nog geen aardgas dus we stookten op flessengas. Pas in 1974 kwam er aardgas.” Petra herinnert zich nog het dagelijks leven: “Bakker Kok en Annemarie Buurs kwamen iedere dag langs met brood en koek. Verder kwam schillenboer Raat, we kochten verse melk bij de boeren Stam en Wijhenke en eieren bij boer Mehrtens, waar ik ook een groententuintje mocht maken. Postbode Evers had ook een groentenwinkeltje en kapper Westerhof werkte vooral na zijn gewone werktijd!” Herinneringen aan een tijd, die voorgoed voorbij is.

Joop Lenstra in hoofdstuk De kerkbuurt:

“In 1928 kwam ik met mijn ouders, broers en zuster in Kwadijk wonen, want mijn vader had de bakkerij van Bant gekocht. Dat is nu het adres Kwadijk 156. Toen mijn vrouw Miep en ik in 1950 trouwden, woonden we eerst kort bij mijn moeder in, die toen weduwe was. Zij woonde in een klein huisje, nu het adres Kwadijk 53. Al vlot kwam deze helft van de pastorie vrij en informeerde ik of wij het konden huren. Dat lukte helaas niet. Maar de helft van het huis hier tegenover, dat is inmiddels gesloopt, kwam vrij al was het eigenlijk onbewoonbaar. Ik zei: ‘laten we het maar doen, dan hebben we wat!’”

Dat viel zwaar tegen: “In de keuken keken we zo door een gat naar buiten. Het aanrecht en de gootsteen stonden op paaltjes, de gang was scheef. Dat scheelde wel zo’n vijftien centimeter! O, en de klimop groeide door de muur de slaapkamer in. Het was oorspronkelijk een boerderij; op de ierkelder hebben we een plee gezet.”

Kaderteksten

Kadertekst Geen harsenen in ’t Hooft in hoofdstuk Papen en predikanten:

De kerkeraadsnotulen uit de 18e eeuw tonen regelmatig lief en leed van de dorpsgemeenschap in de vorm van verslaglegging van huisbezoeken door predikant en ouderlingen.

In 1729 weigerde Cornelis Koster deel te nemen aan het Avondmaal, de preken van dominee Brouwer stonden hem niet aan. Hij liet dat blijken aan de predikant: “Ja jou gelt, jou lange pruijk met poeijen, en je swarte rok, maar aars ben je niet waardiger dan ik!”. Jammer genoeg vermelden de notulen niet hoe de kwestie afliep. Wellicht met een sisser?

Juriaan Pleen en Louris Knip hadden blijkbaar ruzie in 1739:

Dewijl Juriaan Pleen en Louris Knip beijde dronken sijnde malkander met een mes hadden gequest Jurian in de neus, en Louris de wang, heeft de kerkeraad na rijpe deliberatie, dien Juriaan, die tweemaal geciteert sijnde niet gecompareert was maar spottelijk geantwoort, dat een Esel hem maar eens aan een steen stoot, of hij most geen harsenen in ’t hooft hebben; doen aanseggen: dat hij sig van s Heeren tafel sou moeten afhouden, tot dat hij beeterschap des Leevens sou beloven en bewijsen.

In opsigt van Louris Knip, die regeerend diaken was, heeft de kerkeraad na ingecomen ...advijs van de E: classis van Edam hem gecencureert, en besloten hem soo lang stem en visie van boeken of kas te weijgeren, maar de sitting in het hek wort hem toegestaan.

Kadertekst Nachtvlinders in hoofdstuk Van vaarpolder naar rijpolder:

In 1911 bezocht een niet bij name genoemde Kwadijker boer Amsterdam, een bezoek dat hij niet snel zal zijn vergeten en dat een vervolg kreeg in de krant:

Tegen een 24-jarigen stoker en een 21-jarigen koetsier, die een boertje uit Kwadijk, dat door twee nachtvlinders naar een kamer gelokt was, aldaar beroofd en met den dood bedreigd hadden, eischte de ambtenaar van het O.M. bij de rechtbank vier jaar gevangenisstraf. Een der souteneurs moest onder hevig verzet door vijf veldwachters uit de rechtzaal gesleept worden, terwijl zijn meisje op de tribune een zenuwtoeval kreeg.

Kadertekst Pikdonker dorp in hoofdstuk Onder water en op de bon over de Tweede Wereldoorlog:

Al spoedig werd het donker in het dorp. Pikdonker vanwege de verduisteringsplicht. Ramen moesten van binnen worden afgeplakt met zwart papier of zwart geschilderd zodat er geen licht naar buiten scheen. De luchtbeschermingsdienst controleerde en nam eventueel maatregelen. Straatverlichting werd verboden, koplampen van auto’s en fietsers mochten zo weinig mogelijk licht verspreiden. Je moest overigens wel voor acht uur binnen zijn wegens de ingestelde spertijd. In november 1940 werden uit veiligheid de in bochten staande bomen van twee witte strepen voorzien en een gedeelte van alle lantaarnpalen werd wit geschilderd.

In 1941 werd het persoonsbewijs ingevoerd, verplicht voor iedereen vanaf veertien jaar. Persoonsgegevens, foto en vingerafdruk vormden voor de SS een prachtig middel voor opsporing en arrestatie. Bijvoorbeeld van Joden en dwangarbeiders. Het systeem kostte duizenden het leven…

Kadertekst Kaars voor het raam in hoofdstuk Als de rode haan kraaide over de brandweer:

Als ’s avonds brand uitbrak, liep de lantaarndrager voorop en wees met zijn lantaarn de brandweerlieden de weg. Straatverlichting was er nog niet. Daarnaast waren de Kwadijkers verplicht de gordijnen open te schuiven, het raam te verlichten met een kaars of olielamp en een lantaarn met brandende kaars aan de gevel van het huis te bevestigen. In 1899 werden drie nieuwe petroleumlantaarns aangeschaft. De zuinige lantaarns werden slechts drie jaar gebruikt; in 1902 financierde de Zeevarende Bos straatverlichting. Dit werden ijzeren lantaarns met een glazen kastje waarin een oliepitje werd ontstoken door de lantaarnopsteker. Voor ƒ 75,- per jaar werd Dirk Sanders de eerste lantaarnopsteker. Het dorp was een stuk veiliger, de brandweer was vlotter op de plaats des onheils.

Kadertekst Augurken in de berm in hoofdstuk Het Verloren Einde:

We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar lang geleden werden in onze omgeving veel augurken geteeld. Ook in Kwadijk groeide deze groente. Met name Beemster telers waren in ons dorp actief. Maar ook enkele Kwadijkers waaronder Piet van ‘t Hof. De bermen van het Verloren Einde werden hier ook voor gebruikt.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.