Naar de inhoud

Bas Vroege met enorme drive back to the roots

Bron: Stadskrant

Bas Vroege web
Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl

Hoewel Edam wordt aangemerkt als ‘schone slaapster’ is er onderhuids binnen onze gemeente van alles gaande. Naast bedrijvigheid die je aan de oppervlakte waar kunt nemen vindt er ook achter de schermen het nodige plaats. Neem nu bijvoorbeeld de stichting Paradox. Ooit van gehoord? Eerlijk zeggen! Ik denk dat weinig inwoners volmondig kunnen beamen dat zij de organisatie kennen of weten waar het voor staat. Dat is overigens best jammer, want we hebben het hier niet over een kraampje waarmee je op een rommelmarkt gaat staan. Paradox ontwikkelt projecten over eigentijdse maatschappelijke vraagstukken die worden aangedragen door documentairemakers, fotografen, schrijvers, artiesten en onderzoekers. Vanaf 1993 heeft de organisatie meer dan 40 producties vertoond in meer dan 120 locaties over de gehele wereld. Geestelijk vader van Paradox is plaatsgenoot Bas Vroege, die samen met partner Hripsimé Visser een prachtige dijkwoning bewoont aan het Oorgat.

Je komt uit het zuiden van het land

Ik ben geboren in Gorinchem. Mijn vader werkte bij Van Berkel’s Patent in Rotterdam, het bedrijf van de weegschalen, toen hij een aanbod kreeg van Philips om in Eindhoven aan de slag te gaan. Het aanbod was dermate goed dat wij naar Brabant vertrokken en er neerstreken in Aalst Waalre. Het was en is een prachtige omgeving om er als kind op te groeien.

Was je een studiebol?

Niet echt, al rolde ik vrij makkelijk door het Atheneum in Eindhoven. Mijn belangstelling voor kunst werd er tot leven gewekt in het literatuuronderwijs en de incidentele museumlessen die we kregen. Diepe indruk maakte een grote Andy Warhol tentoonstelling in het Van Abbe Museum. Vooral het gebruik van fotografie dat hij maakte raakte mij. Maar de gedachte een studie in de kunst te zoeken kwam niet bij me op, het was geen onderdeel van mijn opvoeding thuis geweest, voorbeelden ontbraken. Ik ging economie studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, tot vreugde van vader die door avondstudies had moeten doen. Hij had als zestienjarige de kost moeten gaan verdienen voor zijn moeder en broertje nadat het verlies van zijn vader in de oorlog. Maar mijn hart lag niet bij de economie, ik volgde al snel bijna geen colleges meer, was alleen met fotografie bezig. Ik haalde na drie jaar nog wel mijn kandidaats, maar trok toen toch richting kunstacademie St. Joost in Breda om er fotografie te gaan studeren.

Wanneer was de passie voor fotografie begonnen?

Ik denk zo rond mijn 16e. Leende boeken en jaargangen fototijdschriften van de bibliotheek en kocht mijn eerste boeken over fotografie bij De Slegte. Soms sloopte ik er een uit elkaar om er een wandcollage van te maken, een beetje in de geest van Warhol. Een voormalige buurman wijdde mij in in de donkere kamer. Vanaf die tijd werd ook de badkamer thuis in de schoolvakanties gebarricadeerd om te functioneren als doka. Kon het gezin een week lang niet douchen! Op de fiets ging het op m’n zestiende met een vriend naar Arles in Zuid-Frankrijk, om er het juist opgerichte fotofestival te bezoeken. Tijdens mijn studie economie was mijn fotowerk stilletjes aan in beeld gekomen bij bladen en vakgenoten: rond mijn 20e had ik een publicatie met in Parijs gemaakte foto’s in het blad FOTO en werd werk opgenomen in reizende tentoonstellingen van de Canon Photo Gallery in Amsterdam. Het werd tijd om van studie te switchen maar op de Rietveld Academie vertelden ze me dat ik met mijn portfolio ook eindexamen zou kunnen doen. Of ik soms een atelier zocht… Ik koos uiteindelijk voor Sint Joost, terug naar het groen en de ruimte. Dat is iets wat als een rode draad door mijn leven loopt. Zodra de ‘grote stad’ mij benauwt zoek ik de ruimte op en ook weer andersom. Het eerste studiejaar aan Sint Joost werd een fantastische ervaring. De opleiding volgde daarin nog het klassieke Bauhaus-model wat inhoudt dat je je heel breed oriënteert op de kunsten: van typografie tot architectuur, van fotografie tot beeldhouwen. Het was een ongelooflijk inspirerende ervaring waar ik tot op de dag van vandaag plezier aan beleef. Het tweede jaar waarin fotografie de focus werd was teleurstellend. Ik geloofde in een fotografische praktijk waarin kunstenaarschap centraal stond. Menig docent was zelf ooit ook zo aan de carrière begonnen maar de tijd was er niet rijp voor geweest en ze waren in mijn ogen verbitterd geraakt. Het leverde confrontaties op die al snel niet constructief meer konden worden uitgelegd. Nog voor kerstmis verliet ik in het tweede studiejaar de academie. Toch vermeldt ik nog altijd dat ik aan Sint Joost heb gestudeerd. De opleiding daar, hoe kort ook, heeft me absoluut gevormd.

Je begon met het fotoblad Perspektief

Nog tijdens de academie, in 1980, begon ik samen met andere enthousiastelingen Perspektief, centrum voort fotografie in Rotterdam. Het blad dat we uitgaven begin was pionieren met plak- en knipwerk en er werd vooral niet gekeken op een werkuurtje meer of minder. Vanaf 1984 verscheen het blad tweetalig in Nederlands en Engels en bracht het uiteindelijk tot 49 nummers. Het centrum vormde samen met de ook door ons opgerichte Fotografie Biënnale Rotterdam in 1992 de basis van het Nederlands Foto Instituut (nu Nederlands Fotomuseum). De meeste medewerkers konden mee, voor mij als directeur betekende het een afscheid en tegelijkertijd een nieuwe start. Het karakter daarvan ligt besloten in de naam van de nieuwe organisatie.

Wat was je oorspronkelijke bedoeling met Paradox?

De tijd dat geëngageerde fotografie vooral via gedrukte media het grote publiek bereikt ligt sinds de komst van de televisie ver achter ons. De commercialisering van de kranten en de competitie met on-line hebben het er niet beter op gemaakt. Genuanceerde onderzoeksjournalistiek en diepgravende documentaires moeten nieuwe wegen zoeken om een publiek te bereiken. Daar proberen we bij Paradox gestalte aan te geven door de multiplatform benadering die we hebben ontwikkeld. Bij ieder verhaal analyseren we zorgvuldig op welke wijze en middels welk platform of platforms het verteld kan worden. Een platform staat in dit verband voor een tentoonstelling, een boek, een website, een educatief programma of een app. In veel gevallen maken we combinaties daarvan die elkaar aanvullen en waarbij we nadrukkelijk experimenteren met een sterk visueel gerichte vorm. Belangrijk om vooral ook een jong publiek toegang te geven tot maatschappelijke onderwerpen.

Een voorbeeld daarvan is het boek ‘Poppy - Trails of Afghan Heroin’, wat voor je ligt. Het is het resultaat van twintig jaar werk, een samenvatting van gebeurtenissen die duidelijk maakt hoe groot de internationale belangen zijn bij het instabiel houden van het land. De heroïne vormt daarin een rode draad die wapenhandel, prostitutie en witwaspraktijken met elkaar verbindt. Paradox hoopt een bijdrage te leveren aan het kritisch ondervragen van onze samenleving. Soms gebeurt dat in een wereldomvattend perspectief zoals in het geval van Poppy of in projecten over radicalisering (wat is dat eigenlijk?) of de verknoping van de westerse en Chinese economische en milieuvraagstukken. Onder de titel We Are The World maakten we daarover een tentoonstelling voor de wereldtentoonstelling in Shanghai.

Paradox is een non-profit organisatie, het geld komt niet vanzelf uit de lucht vallen

Zeker niet. De financiering van kunst en cultuur staat gigantisch onder druk. Om een paar voorbeelden te noemen: het huidige Mondriaan Fonds heeft 30% minder te besteden dan de twee instellingen waar het uit voortkwam. Het VSBfonds ging twee jaar geleden hard onderuit bij het faillissement van Fortis, bij het SNS Reaal Fonds staat hetzelfde te gebeuren. In dezelfde periode is de steun voor onze projecten toegenomen maar de aanslag op mijn tijd voor fundraising wordt onevenredig groot. Tegelijkertijd merken we heel sterk dat musea het heel zwaar hebben: ze nemen minder tentoonstellingen af. De structurele steun van het Mondriaan Fonds tot en met 2014 is daarom belangrijker dan ooit en in de tussentijd werken wij keihard aan alternatieve manieren om verhalen bij de mensen te brengen via tablet apps.

Hoeveel tijd van de week ben je met Paradox bezig?

Ik werk met een team van circa 10 freelancers, maar evengoed zijn werkweken van 80 uur voor mij eerder gebruikelijk dan uitzondering. Het kan ook niet anders. Terwijl wij hier zitten te praten zijn er foto’s, decors, beeldschermen en weet ik wat niet meer onderweg naar een expositie of een festival. Er zijn dus ontzettend veel logistieke en financiële uitdagingen te tackelen.

Blijft er niet veel tijd over voor andere dingen zoals je gezin

Mijn beide zoons van 24 (de een filmmaker, de ander muzikant en webprogrammeur) zijn het nest al uit gevlogen dus daar hoef ik geen rekening mee te houden. Wat mijn partner betreft, Hripsimé is conservator fotografie in het Stedelijk Museum in Amsterdam, dus zij begrijpt alles van mijn passie. In de spaarzame vrije tijd die ik heb, fiets ik graag en ik loop graag hard. Dit jaar hoop ik weer een keer naar het fotofestival Arles te kunnen fietsen. Net als 38 jaar geleden: back to the roots!

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.