(zonder titel)
[caption id="" align="alignleft" width="310"]
Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl[/caption]
Jaap bij ’t Vuur (85): “Het zit ‘m niet in spullen, het zit hem in het hart”
Het is niet voorspelbaar wat ouderdom met je geheugen kan doen. De ene oudere heeft bij wijze van spreken moeite om zich te kunnen herinneren wat voor koek er ’s ochtend bij de koffie werd geserveerd en de ander haalt moeiteloos herinneringen op wat hij op 4-jarige leeftijd beleefde op de kleuterschool. In die laatste categorie mogen wij Jaap bij ’t Vuur wel rangschikken. Onze voormalige stadsomroeper heeft een geheugen als een olifant en wanneer je alle kostelijke anekdotes die hij kan vertellen op zou schrijven, dan heb je aan de trilogie van Stieg Larsson niet voldoende ruimte. Jaap mag dan wel 85 jaar oud zijn, hij staat weer op het punt om op wintersport te gaan in Mittelberg. Enige dagen voor zijn vertrek zitten wij rond de huiskamertafel en praten wij over van alles en nog wat, onder het genot van een kop thee van moeder Neelie.
Waar staat uw geboortehuis?
Bij de pompsluis. Het was de voormalige winkel van Cees Knijn. Wij woonden er prachtig. (Moeder Neelie is het daar niet mee eens. “Wat klets je nou man! Je moeder vertelde mij dat de wind er door alle kieren heen waaide.” (Jaap kan een knipoog niet onderdrukken). Ik was de jongste van drie zonen. Je had Albertus, Simon en ik.
Jullie hadden al vroeg wat met sport?
Zeker. Mijn vader Tijmon was een van de oprichters van EVC en mijn broer Bert en ik waren ook actief op het gebied van sport. Bert speelde in het 1e van EVC en later ook in Schagen en ikzelf voetbalde, deed aan hardlopen en gymnastiek. Mijn broer Siem was minder sportief, maar dat was te wijten aan een mindere gezondheid.
Wat voor ventje was Jaap op jonge leeftijd?
Een dondersteen! De straat was mijn huis en ik haalde er allerlei kattenkwaad uit. Ik kan mij nog herinneren dat ik tijdens een spel ‘tikkertje’ op de Voorhaven het huis van Dirk de Boer z’n moeder binnen rende en er op de Achterhaven weer uit kwam. Niemand die mij had gezien. Op straat waren wij volop bezig met voetballen, verstoppertje, spierwimpelen, knikkeren en natuurlijk tikkertje, waarbij de vestingen rond Edam de grenzen waren.
Wat zijn uw herinneringen aan school?
Als ik aan de kleuterschool denk dan denk ik aan het moment dat ik binnengesloten zat in school. Ik was naar de wc gegaan en alles en iedereen was mij vergeten. Doodsbenauwd in dat grote donkere gebouw had ik mij maar opgesloten in de wc, totdat de conciërge mij bevrijdde uit mijn hachelijke positie. Ja, wat weet ik nog meer? Aan de katrollen trekken van landkaarten die aan de muur hangen achter meester Hibma. Dan had ik weer eens straf gekregen en stond ik in de hoek. Achter zijn rug om stond ik dan aan die katrollen te trekken totdat die kaart naar beneden lazerde. Een ander geintje wat we uithaalden was het plassen op de kolen die moesten worden geschept voor de kachel in de klas. Die gingen dan drijfnat de kachel in en dan begon het me toch een partij te sissen en te stinken! Dikke pret natuurlijk. Mijn vader zat in de oudercommissie en had het regelmatig heel moeilijk als hij zijn jongste spruit weer uit de puree moest halen.
Wat deed uw vader voor werk?
Hij werkte bij de PEN. Als elektraman kon je nog wel eens iets rommelen. Zwangere vrouwen die tijdens de oorlog op het punt van bevallen stonden, kregen dankzij zijn bemoeienis langer stroom. Wanneer hij dit in Volendam weer eens had gefikst reed hij op z’n fiets naar huis, met om zijn nek een dubbeltarief-meter. Daar zaten dan helemaal geen meters in, want het binnenwerk was weg gesloopt om er van die lekkere lange ‘dunnen’ in te verbergen.
Wat ging u doen na de lagere school?
Tijdens de oorlog kon je niet naar de MULO of HBS, dat kon erna pas. Ik ging naar de MULO en na een jaar hogerop, naar de HBS. Na twee jaar sneuvelde ik op wiskunde en ging weer terug naar de MULO waar ik ook slaagde voor mijn examen. Na de MULO solliciteerde ik bij de Rijkspostspaarbank in Amsterdam. Eigenlijk wilde ik langs de deur radio’s en stofzuigers verkopen, maar dat vond mijn vader een bijzonder slecht plan. Het werd de tijd van 6.50 uur in het trammetje naar Amsterdam en om 19.10 uur weer terug vanuit Amsterdam met datzelfde trammetje. Thuis stond dan een pannetje klaar met drie vakjes. Een gehaktbal, jus, aardappelen, groenten en heel veel appelmoes. Nadat ik dat had weggewerkt ging ik hardlopen. Ik had energie in overvloed.
Na 2,5 jaar RPSB had ik het daar wel gezien en ging ik aan de slag bij de Hollandia Melkfabriek op de loonadministratie. Mijn collega’s hadden al snel door dat ik daar niet thuis hoorde. “Jij moet meer vrijheid hebben Jaap. Is een baan bij de verzekeringen niets voor jou?” En dat was het ook. Ik kon werken als districtsagent voor de Verplichte Sociale Verzekering in de Landbouw. Ik trok door geheel Noord-Holland en voelde mij als een vis in het water. Op de brommer, met een grote stevig dikke leren jas aan en een pothelm op mijn hoofd. Wie deed Jaap wat? Ik deed vaak een oogje dicht als dat zo uit kwam, maar was een lastige klant voor boeren die het verdomden om de spaarzegels voor hun personeel te plakken.
U werd een legendarische verschijning
Dat zou je best wel zo kunnen zeggen. In Volendam was ik bekend onder vele verschillende namen. “Hallo In ’t Vuur, hee daar heb je Jan van ’t Vuur of dag mijnheer Op ’t Vuur.” Ik kreeg van alles naar mijn hoofd geslingerd, maar wel met de beste bedoelingen. Ze noemden mij ook wel eens de ‘ziekendokter’. Tijdens kermissen in Volendam kon ik het beste met m’n handen voor mijn ogen rondlopen, want alles wat zich eerder bij mij ziek had gemeld, was diezelfde dag weer kiplekker in De Jozef terug te vinden. Ach, ik wist dat ze dinsdag er op, weer twee keer zo hard aan de bak zouden gaan voor hun baas. Uiteindelijk ben ik 34 jaar lang controleur geweest en gedurende die tijd werden – behalve mijn salaris – ook mijn vervoersmiddelen beter en beter. Eerst een brommer, toen een scooter (badkuip op wielen), vervolgens een ‘Puul’ (2CV) en uiteindelijk een ‘kakpuul’ (Dyane). Je merkt het, ik had en heb een speciale band met Volendam.
Waar kwamen Jaap en Neelie elkaar voor het eerst tegen?
Op de kermis in Middelie bij Ossebaar. (“Ik begrijp nog niet dat ik met hem mee ben gegaan”, laat moeder Neelie vanuit de keuken weten). We hebben uiteindelijk vijf jaar verkering gehad voordat we pas konden trouwen. In Edam werd niet gebouwd en ik moest koster van de kerk in de Purmer worden om aan een woning te komen. Dat ik hiervoor ook nog de naastgelegen school schoon moest houden, had men er niet bij verteld. Na zes jaar Purmer konden wij dan eindelijk onze huidige woning betrekken.
Het verenigingsleven en Jaap bij ’t Vuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
Klopt als een bus. Ik was actief bij EVC, Fl Jahn, later AV Edam, het Staatspensioen en was lid van de NVSH. Dat laatste baarde natuurlijk veel opzien binnen de Edamse gemeenschap (NVSH staat voor; Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming). Als wij een bijeenkomst hadden in de Rito, dan stonden nieuwsgierige Edammers om de hoek te gluren om te kunnen zien wie er nou eigenlijk lid waren van die club. Ook ben ik nog een van de oprichters van de ijsvereniging geweest. Mijn dochter Jantine was die dag jarig, maar door de opwinding over de oprichting van de vereniging op 22 januari 1962, ben ik toen haar hele verjaardagsfeest vergeten. Ik gaf indertijd ook nog allerlei trainingen en kan mij nog goed herinneren wat voor een krengen die jongens van Nierop en Frankie Smits waren. In elke generatie heb je wel van die klieren die natuurlijk later als ze groot zijn, keurige figuren zijn geworden. Ik was eigenlijk altijd wel met iets in de weer.
Hoe zou u uw karakter omschrijven?
Ik ben zeker niet een van de gemakkelijkste. Als ik iets in mijn hoofd heb moet het ook gebeuren. Ik heb het hart op de tong en houd niet van onrecht. Als ik tijdens voetbalwedstrijden dan ook de smerigste overtredingen voorbij zie komen, kan ik mijn mond niet houden. Kinderen die opzettelijk spullen vernielen? Ze krijgen het van mij te horen. Ongeacht mijn leeftijd, of dat ik achter een rollator loop.
Als u iets kon veranderen in de wereld, wat zou het dan zijn?
Dat mensen eerder tevreden zouden zijn. Mensen zijn materialistisch geworden en hebben vaak ook minder voor een ander over. En als ze al eens iets voor een ander gaan doen, dan houden ze vaak hun hand op. Ik vind dat heel erg jammer. Wij zijn tevreden met weinig. Alles wat hier staat hebben we zelf bij elkaar gespaard en of men dit nu oude rommel vindt of niet; het maakt ons in ieder geval niets uit. Die klok die daar op die plank staat te tikken? Heb ik nog gekocht bij Arie de Jager. Nou dan weet je wel hoe oud die moet zijn. Loopt nog prima. Echt, het zit hem niet in de spullen, maar het zit hem in het hart. Als dat op de juiste plaats zit. Nou, vul de rest dan zelf maar verder in .....