Bromet in Waterland: blijven schaken
34 jaar geleden was ik 9 jaar oud en kreeg ik op school een brief mee naar huis. Er was in Ilpendam een denksportvereniging opgericht. Ik hield wel van een potje schaak en dus werd ik lid. Voortaan ging ik elke maandagavond naar het dorpshuis om een partijtje te schaken. Ik bleef vier jaar lid. Het ene jaar werd ik tweede, het volgende jaar derde, maar nooit eerste geloof ik. De prijzen heb ik altijd bewaard, ik was er trots op. De concentratie voor mijn wedstrijdje schaken was intens maar kort. Ik genoot ervan en verzuimde nooit. Meestal was mijn partij na een half uur wel uitgespeeld en dan ging ik keten.
De schaakmeester was meneer Leguit. Hij was een rustige man die niet hield van orde houden, maar wel van schaken. Hij hield een ingewikkelde scorelijst bij die ook bepaalde tegen wie je de volgende keer weer moest schaken. Hoe vaker je won, hoe hoger je op de lijst kwam. Degene die boven aan de lijst stond was de sterkste van Ilpendam. Elke maandagavond eindigde in een chaos, waar ik vrees ik zelf een groot aandeel in had. Maar meneer Leguit werd nooit boos, in het ergste geval stuurde hij me iets eerder naar huis. Hij vond dat ik teveel en te hard kletste, maar lachte er ook altijd wel om.
Toen mijn kinderen oud genoeg waren om zelf te gaan schaken werden ze ook lid van de schaakclub. Er was niets veranderd. Nog steeds de maandagavond, zelfde zaaltje in hetzelfde dorpshuis en eerst schaken en dan keten. Nadat meneer Leguit een geldprijs van de gemeente had gewonnen voor zijn verdiensten als schaakmeester kwam er een nieuwe traditie bij voor de schakers. Patat eten met zoveel frikandellen en kroketten als je op kon op de laatste avond van het seizoen. Afgelopen maandag was weer zo'n avond. Maar nu voor de laatste keer. Meneer Leguit, inmiddels 82, stopt ermee. Honderden kinderen bracht meneer Leguit het plezier van het schaken bij. Nu is het voorbij.
Maandagavond aten de kinderen voor de laatste keer patat en kregen ze net als al die andere jaren de prijs die ze hadden verdiend. Mijn dochter van tien was erbij. Ze won de eerste prijs. We blijven schaken.