De werkelijke waarde van gemeentelijk kapitaal
Raadslid Loek Kras van de gelijknamige fractie Lijst Kras vindt dat ‘al die duizenden monumentenliefhebbers uit Edam maar eens moeten laten zien dat ze wat over hebben voor het behoud van die monumenten ‘(einde citaat). Deze opportunistische stelling is de inhoudelijke inbreng van Kras bij de besluitvorming over de renovatie van het Edams Museum.
Het pand is al sinds het einde van de 19e eeuw in bezit van de gemeente en is daarmee een van Nederlands oudste musea. Het koopmanshuis stamt uit 1550, is het oudste stenen pand van de regio. Het museum is beroemd om zijn drijvende kelder, bezit over een mooie collectie en geeft een goed beeld van de wijze waarop de gegoede klasse leefde anno 16e eeuw.
In maart besloot de raad, inclusief Kras overigens, om het oudste stenen pand van de gemeente, gelegen aan het Damplein, op te knappen. Hiervoor wordt € 271.000,- uitgetrokken, nodig om de verzakte fundering en alle samenhangende gevolgen te herstellen. Voor de verhuizing van de collectie is nog eens zo’n € 30.000,- nodig. Samen drie ton. De laatste grote verbouwing die het monument heeft ondergaan was in 1968. 45 jaar geleden. In de tussenliggende periode is alleen schilderwerk gepleegd.
Kras benadert het kostenaspect puur economisch. Zonde van je geld, zegt hij eigenlijk, want wat krijg je er nu voor terug? Edam-Volendam heeft een jaarlijkse begroting van zo’n 50 miljoen euro. Het Edams Museum, dat geheel op vrijwilligers drijft, ontvangt € 8.000,- subsidie per jaar en ziet in het zomerseizoen tussen de 8.000 en 10.000 bezoekers langs komen. Het vormt een vriendelijke aanvulling op het toeristische pakket en is belangrijk onderdeel van de lokale cultuurhistorie.
Kras impliceert dat Edammers monumenten in gemeentelijk bezit zelf of in ieder geval grotendeels zelf moeten bekostigen. Feitelijk zegt hij dat de huurder van een huis met rotte kozijnen hiervoor maar met de pet rond moet gaan bij de buren. Maar zo werkt het niet. Het pand en de gebruiker vormen onderdeel van het gemeentelijk ‘kapitaal’. Ook Kras weet natuurlijk dat dit monument niet ‘verkoopbaar’ is. Het museum heeft daar geen geld voor; voor bewoning is het niet geschikt. Juist het feit dat in zo’n pand een klein museum is gevestigd geeft een meerwaarde.
Wel is het wijs om voor monumenten in gemeentelijk bezit structureel een vast onderhoudsbedrag te reserveren. Nu lijkt het alsof de renovatie uit de lucht komt vallen. Het feit dat de pot ‘onvoorzien’ wordt aangesproken is daarvan het beste bewijs. Lijst Kras wil op korte termijn de discussie aangaan wat te doen met monumentale panden in bezit van de gemeente. ‘Zonder economisch en of maatschappelijk nut zijn ze een veel te dure hobby voor een gemeente van onze omvang.’
We hebben de gemeentelijke bezittingen voor de eenmansfractie even op een rijtje gezet. Naast het museum gaat het om het raadhuis aan het Damplein, onderkomen van VVV, Edams Museum (dependance) en trouwlocatie. Verder betreft het de Speeltoren (wordt verhuurd), Het Speeltheater (wordt verhuurd), de Visafslag (verhuurd), Klokkenpaal aan Dijk Volendam, de Kaaswaag (verhuurd, maar kan verkocht worden). De panden aan de Schepenmakersdijk (HHNK) staan in de verkoop. Voor de bruggen in gemeentelijk bezit zou wellicht tol gevraagd kunnen worden.
Wat blijft hangen is de opmerking dat die Edammers maar zelf voor hun monumenten moeten betalen. Of diezelfde Edammers ook mee moeten betalen voor alle miljoenen die inmiddels zijn uitgegeven aan de verkeersproblematiek rond de Dijk, om maar iets te noemen, hoor je hem niet. Natuurlijk niet! Want zo kun je geen beleid maken in één gemeente.
Wat het raadslid, in het dagelijks leven hoofdonderwijzer, echt zou moeten doen is met al zijn schoolklassen straks eens een bezoek brengen aan genoemd museum. Krijgt de maatschappij toch nog iets terug van gepleegde investeringen.
Redactie de Stadskrant
