Henk Ottenhof (81): “Als iemand hulp nodig heeft ben ik paraat!” (foto)
[caption id="" align="alignleft" width="308"]
Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl[/caption]
Klokslag 10.00 uur vrijdagochtend sta ik voor De Vermaning, waar ik aanbel bij de naastgelegen woning. Henk Ottenhof moet al stiekem achter de voordeur hebben gestaan, want voordat mijn vinger de deurbel heeft losgelaten zwaait de deur open en staat Henk mij met een grote glimlach rond de mond op te wachten. “Kom er in, ik ben net bezig met een kruiswoordpuzzel, maar die kan wel even wachten.”
Wat Henk kennelijk deze ochtend nog niet helemaal scherp heeft is de manier waarop je een trui aantrekt, aangezien hij de zijne achterstevoren heeft aangetrokken. “Wist jij trouwens dat ik de manier waarop je een kruiswoordpuzzel moet aanpakken heb geleerd van je vader? Eerst de makkelijke woordjes en zo worden de moeilijke woorden automatisch makkelijker. Heel simpel eigenlijk.” We nemen plaats aan een tafel die volgens Henk precies voldeed aan de maten van de kamer. “Voordat wij hier in kwamen wonen hebben we een plattegrond gemaakt en berekend wat er wel en niet in kon. Wanneer de woonruimte beperkt is moet je economisch denken en handelen.”
Ik heb eigenlijk geen idee hoe oud je bent. Je bent er in mijn beeldbeleving altijd geweest
Nou altijd is wel erg sterk gesteld. Ik ben van 25 maart 1933, dus je bent in gesprek met een tachtiger!
Edam zag er 80 jaar geleden heel anders uit
Niet meer te vergelijken met nu. Ik werd geboren in een klein huisje in de Baanstraat. Schuin tegenover de Nohol. Dat ik nog zo oud ben geworden heeft niet aan de Nohol gelegen, want daar waren de arbeidsomstandigheden van dien aard, dat ze tegenwoordig de tent direct zouden sluiten. Er werd ijzerbeslag voor deuren gemaakt en de materialen waarmee ze werkten waren allesbehalve gezond.
Een groot gezin in een klein huis, een vertrouwd gegeven
Jan, Door, Freek, Henk, Annie, Rinus, Frans, Doortje en Jan. Een gezin waar altijd wel wat te doen was. Bij ons kon bij wijze van spreken alles en vriendjes en vriendinnetjes kwamen dan ook graag bij ons langs. Een vrolijke boel, ondanks de armoede waarin wij leefden.
Wat deed vader Jan?
Van alles, waaronder vrachtrijder bij Grim.. Hij heeft bijvoorbeeld ook nog als binnenschipper gewerkt. Het was een harde werker en vooral ook sportieve man. Hij had er erg veel lol in om ons conditioneel op te peppen. Na het avondeten gingen wij dan ook vaak in de huiskamer stoeien en opdrukken. Dan ging de tafel aan de kant en gingen we aan de slag. Dat vonden wij geweldig.
Ik had al eens gehoord dat jullie op veel adressen hebben gewoond
Mijn moeder hield van verhuizen. Zodra er in de woning iets moest worden opgeknapt, zoals een nieuw behangetje, dan zei moeder “hup, we pakken ons boeltje op en we gaan ergens anders wonen.” Omdat er veel leegstand in Edam was konden wij makkelijk ergens anders terecht. Bagijnenland, Oorgat, Achterhaven, alle hoeken van Edam hebben we wel gezien. Het gebeurde wel eens dat mijn vader ’s ochtend vanuit het ene huis naar zijn werk ging en ’s avonds bij terugkomst een leeg huis aantrof. Moest hij toch echt even navragen waar wij te vinden waren.
Wat is volgens jou het verschil tussen het Edam van toen en het Edam van nu?
Vroeger zaten de mensen na het avondeten op hun stoep. Hadden ze contact met elkaar. Nu zit iedereen gebiologeerd naar een TV of een computer te kijken en is er nauwelijks oog voor elkaar. Mensen zijn nu meer individualistisch en hebben niet snel iets over voor een ander. Om een voorbeeld te geven; toen ik laatst bij de bakker binnen kwam en goedemorgen zei, draaide zowat iedereen zich om met een blik van ‘wat zegt hij nou? Ik voelde mij direct een soort vreemdeling. Zoiets was vroeger in Edam – en wellicht in andere plaatsen – ondenkbaar.
Hoe zie jij jezelf als kind?
Ik werd ‘vetje’ genoemd, omdat ik een klein dik kereltje was. Op school kon ik goed leren, maar aangezien ik links was en rechts moest schrijven, haalde ik een 4,5 voor dat vak. Ik mocht niet eens naar de MULO, dus werd het de ambachtschool. Daar liep het niet naar wens. Ik moest timmerman worden, maar ik verknoeide al het timmerwerk. Terug naar de 8e klas van de lagere school en daarna aan het werk bij Japie Roele. Hij had een zakkenstopperij en ik mocht daar de zakken keren. Van daaruit volgde er een rits van werkgevers. Simson, de solutiefabriek, waar je helder de voorraadschuur binnen ging en er weer high uit kwam. Morelisse, waar ik 13 jaar gewerkt heb, bij de tegelfabriek van Jack Hartog, bij de Heijmeijer, waar ik het 5 dagen vol heb gehouden. Bij de DIF (Dikkers Instrumenten Fabriek) in Purmerend, waar ik 10 jaar als afdelingschef heb gewerkt en bij de gebroeders Günther, die mij 17 jaar als werknemer op de loonlijst hebben gehad. Een behoorlijke waslijst.
Nooit meer iets aan school gedaan?
“Kan je denken”, valt Jopie bij. Onze gastvrouw heeft ons van koffie voorzien en is nog steeds berentrots op haar Henk. “Henk heeft zijn diploma voor de ambachtschool in de avonduren gehaald. Vijf jaar lang, vier avonden naar school. Op de fiets naar Amsterdam. Dat zie je vandaag de dag weinig mensen meer doen.
Heeft soldaat Henk Ottenhof nog herinneringen aan zijn diensttijd?
In mijn beoordeling van de kapitein van onze eenheid stond; ‘Een goed soldaat, alleen wat speels’. Ik denk dat hij hiermee de ‘soldaat’ Ottenhof goed had beschreven. Ik mocht schieten bij de luchtafweer en was gelegerd in Ossendrecht en Den Helder. Gedurende die tijd heb ik het mijn superieuren af en toe best lastig gemaakt. De keren dat ik op rapport moest komen zijn niet te tellen op de vingers van twee handen.
Je bent altijd actief geweest in de sport
Ik was gek van voetballen en ben als 14-jarige begonnen bij EVC. Ik ben altijd lid geweest totdat die toestand met de zondag en zaterdag begon op te spelen. Ik heb mij er kapot aan geërgerd en mijn lidmaatschap opgegeven. Ik vind ook dat men bij EVC nauwelijks oog heeft gehad voor de trouwe leden. Bij heel wat verenigingen doen ze iets voor mensen die 50 jaar lid zijn of iets dergelijks, maar bij EVC is het jarenlang doodstil gebleven. Misschien dat er nu een andere wind waait. We wachten het maar af.
Een man een man, een woord een woord
Zo’n kerel ben ik. Wanneer ik met respect wordt benaderd ontvangt de ander mijn respect. Zodra men aan mijn integriteit of vakmanschap gaat twijfelen ben ik vertrokken. Zo is het ooit ook bij de DIF fout gegaan.
Je had er een mooie baan
Of ik er een mooie baan had; een geweldige baan. Mooi werk, echt vakwerk en Henk droeg daar zijn steentje aan bij. Totdat de schoonzoon van de baas mijn vakmanschap in twijfel trok. Waarschijnlijk voortgekomen uit jaloezie liet hij doorschemeren dat hij geen al te hoge pet op had van mijn werk als afdelingschef en metaalbewerker. De dag dat ik het in de gaten kreeg ben ik naar de directeur gegaan en heb mijn ontslag ingediend. “Wat wil je meer hebben? Honderd gulden, tweehonderd gulden of driehonderd gulden? Je kunt het van mij krijgen.” Ik heb de deur achter mij dichtgedaan en nooit meer omgekeken. Zo principieel ben ik.
Nog even terug naar de sport. Je was niet alleen als voetballer actief. Fietsen en boksen trokken ook voorbij
Nou en of! Omdat mijn vader zelf een fanatiek bokser is geweest probeerde hij dat ook over te brengen op zijn zoons. Ik heb dan ook een behoorlijke tijd boksles gehad bij boksschool van der Zee in Amsterdam, maar heb uiteindelijk nooit een echte wedstrijd gebokst. Het fietsen kwam voort vanuit onze vriendenploeg. Met Jan Kouwenhoven, Arie Molenaar, mijn broer Frans en Cor Keijzer vormden wij het team ‘Het Grote Verzet’. Wij werden gesponsord door Jan Vink van sporthuis de Bierkaai en gingen twee keer per week op pad. Donderdagen en zondagen waren onze vaste fietsdagen. Wij maakten flinke tochten in geheel Nederland en hebben als team ook 10 keer de Elfstedentocht voor fietsers uitgereden.
Je bent nu al heel wat jaren gepensioneerd, jullie hebben geen kinderen, hoe breng jij de dag door?
Nou dat is geen enkel probleem hoor. Ik zie nergens tegen op, dus zodra iemand mijn hulp vraagt of ik kan iets voor een ander betekenen dan ben ik paraat. Het gekke is, ik ben met van alles en nog wat bezig, maar het is niets structureels. Het enige waar ik echt vast aan zit - en waar ik ontzettend veel plezier aan beleef - is de Kaaskapel. We worden overal gevraagd en dat vinden wij prachtig. Nee, Henk verveelt zich geen moment.