Praktijkopleider in de Meermin Jeanette Veerman : “Het aller-leukste vak dat er is!”
In deel 19 volgen we de opleiding die leidt tot een werkplek in de Meermin en de andere zorginstellingen van De Zorgcirkel.

Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl
Een carrière in de zorg begint met een opleiding. Vanuit de Zorgcirkel worden studenten begeleid door een praktijkopleider en werkbegeleiders die de aspirant verzorgenden klaarstomen voor hun toekomst. In de Meermin is Jeanette Veerman mede werkzaam als een van de praktijkopleiders en zij vertelt ons meer over het vak de zorg. Een opleiding in de zorg bestaat uit een deel theorie en een belangrijk deel praktijk, hiervoor lopen de studenten stage. De stagiaires kunnen via verschillende trajecten binnenkomen, zoals de BOL: Beroeps Opleidende Leerweg, studenten volgen een opleiding tot verzorgende, helpende of verpleegkundige en lopen een aantal weken per schooljaar stage in een verzorgings- of verpleegtehuis. Een ander traject is het BBl traject: De Begeleidende Leerweg, iemand is dan in dienst van de Zorgcirkel en gaat per week één dag naar school en is de rest van de week aan het werk. Er zit inhoudelijk geen verschil tussen de trajecten, alleen de weg er na toe is anders. Het is uiteraard ook mogelijk voor medewerkers om zich bij- of om te scholen of zich anders te specialiseren.
25 huizen
In totaal heeft de Zorgcirkel ongeveer 25 huizen, per rayon worden de studenten ingedeeld voor hun stages. Ieder huis heeft een eigen praktijkopleider, in de Meermin is dat Jeanette Veerman. Zij werkt samen met Ron en Laura die werkzaam zijn op een andere locaties. Zij bewaken het leerproces, -traject en –klimaat, koppelen de studenten aan werkbegeleiders en houden in de gaten of er voldoende leermomenten worden aangeboden. Daarnaast beoordelen zij mede de opdrachten die de studenten moeten uitvoeren.
Opnamegesprekken
Jeanette Veerman vertelt: “De studenten moeten bij het uitoefenen aan bepaalde competenties voldoen, onder te verdelen in kennis, vaardigheden en hun houding. Als dat het geval is, worden de opdrachten afgetekend. Het eerste jaar staat in het teken van de basiszorg: cliënten wassen, douchen, naar de wc begeleiden en hun voeding observeren en rapporteren. Het tweede jaar doen de studenten zelf intake- en opnamegesprekken zodat ze een zorgplan kunnen opstellen en voorlichting kunnen geven. Het derde jaar moeten de studenten zelfstandig de afdeling kunnen coördineren en wonen ze ook vergaderingen bij.”
Beoordeling studenten
Bij de beoordelingen van de studenten is Jeanette samen met de werkbegeleider en mentor van de opleiding aanwezig. “De opleiding heeft altijd het laatste woord, maar onze mening telt wel zwaar mee. Persoonlijk vind ik de houding van de student het allerbelangrijkste. Het is bepalend voor het vak, de basis van de zorg. Je kunt iemand van alles leren, maar als je niet betrokken bent bij de cliënt, ben je niet geschikt. Je moet de bewoners respecteren zoals ze zijn, ze hebben al een heel leven achter de rug.”
Oorlogen
“Deze generatie heeft vaak twee oorlogen meegemaakt en hoe ouder ze zijn, hoe meer familieleden of zelfs kinderen ze verloren hebben, dat realiseren we ons niet altijd. Als mensen hun dag niet hebben, moet je begrijpen waar dat vandaan zou kunnen komen. Je moet betrokken zijn, empathie tonen, afspraken maken en nakomen, elkaar serieus nemen en goed binnen het team kunnen samenwerken.”
Goede stageplek
Volgens Jeanette is de Meermin een goede plek om stage te lopen. “Het is een oud huis waar echt van alles gebeurd. Er is activiteitenbegeleiding, een recreatiezaal en zeer veel actieve vrijwilligers. Onze stagiairs krijgen een goed beeld van wat zorg voor ouderen in kan houden. Er zijn altijd veel mensen in de zorg nodig, maar er wordt tegenwoordig wel scherp gekeken waar het geld aan besteed wordt. Het aanbod is momenteel groter dan de vraag. Voorheen krijgen we gemiddeld 100 aanmeldingen voor de opleiding, inmiddels zijn dat er bijna 250 en we hebben maar plek voor 25 studenten.”
Echt zorg-mens
Jeanette is zelf afkomstig uit de zorg, “Ik ben op mijn zestiende begonnen en nooit meer gestopt. Op een gegeven moment werd ik gevraagd als praktijkbegeleider. Ik ben een echt zorg-mens, maar naar mate je ouder wordt, wordt het zwaarder. Met deze functie kan ik het langer volhouden, hou ik contact met bewoners en blijf ik op de hoogte van wat er speelt in het land. Daarbij vind ik het heel erg leuk om mensen te inspireren. Vaak als studenten beginnen, willen ze in de kraamzorg werken, dat spreekt automatisch aan.”
Moderne til-liften
“Ik zeg dan altijd: ga eens bij de ouderen kijken. Die hebben een heel leven achter de rug. Ze zijn net zoals wij geweest en onze vaders en moeders en ze hebben nu hulp nodig. Studenten gaan er dan toch met andere ogen naar kijken. Je krijgt zoveel terug uit werken met ouderen. Het biedt ook zo veel kanten, je kunt de wijk in, een verzorgingstehuis of met dementerende werken. Er is genoeg ruimte om je ei in kwijt te kunnen. Er zijn in de zorg veel dingen die veranderen, zoals nieuwe Arbowetten of nieuwe hulpmiddelen. Ook de til-liften worden moderner, je ziet namelijk dat er steeds meer mensen met overgewicht komen, daar wordt het materiaal op aangepast. Maar aan het zorg geven verandert er verder niet zo veel. Je moet gemotiveerd zijn om dit werk te blijven doen en er gevoel voor hebben. Het is het leukste vak dat er is, dat vind ik nog steeds.”