De zelfsturende thuiszorg van de Meermin (foto)

Foto Cor Kes - www.luxphotography.nl
In de één na laatste aflevering een gesprek met Gerrie Schaafsma en Margreet Brouwer, respectievelijk zorgcoördinator en teamcoach over zorg op buurtniveau.
Sinds zes jaar biedt de Zorgcirkel en locatie de Meermin ook zorg aan in de wijk. De ontwikkelingen in de thuiszorg staan echter niet stil. Wat begon als gecentraliseerde zorg, is nu een buurtzorgmodel met zelfsturende teams. Teamcoach Margreet Brouwer en zorgcoördinator in de wijk Gerrie Schaafsma leggen uit wat dit precies betekent. De Zorgcirkel biedt vanuit haar locaties ook zorg in de wijk. Dit is ontstaan vanuit de aanleunwoningen van de verschillende vestigingen, zoals de Meermin. Zorgcoördinator in de wijk Gerrie Schaafsma legt uit: “In deze aanleunwoningen kwamen natuurlijk relatief gezonde bejaarde mensen wonen, maar die worden ouder en er ontstaat dan behoefte aan aanvullende zorg.”
Het zorggebied breidde zich uit naar een klein gebied om het huis heen. “Mensen konden al terecht in de Meermin voor maaltijden en recreatie, dus het was logisch om ook aan de verdere zorgvragen te voldoen.” Uiteindelijk waren er geen belemmeringen om te thuiszorg verder uit te breiden en inmiddels heeft de Meermin een eigen team dat thuiszorg levert in heel Edam. Teamcoach is Margreet Brouwer, zij heeft jarenlang bij de Amsterdamse Thuiszorg gewerkt en is vier jaar geleden bij de Zorgcirkel gekomen.
De wijkverpleegkundige
Begin dit jaar heeft de thuiszorg een belangrijke en ingrijpende verandering ondergaan: er moet weer gewerkt worden via een buurtzorgmodel met wijkverpleegkundigen en zelfsturende teams. “Hoewel het lijkt te gaan om een nieuwe manier van werken, is het in feite terug naar zoals het vroeger ging,” vertelt Margreet Brouwer. “Er wordt weer een wijkverpleegkundige aangesteld die de zorg in de buurt coördineert en inzicht heeft in de totale zorgsituatie bij de cliënt. Er is veel dienstverlening waardoor mensen langer thuis kunnen blijven, mensen kunnen worden opgehaald voor recreatie, maaltijden aan huis en er zijn vrijwilligers die van alles kunnen betekenen. De wijkverpleegkundige kent dit hele plaatje en kan dit optimaal coördineren.” Er wordt vooral gekeken naar de behoeften van de cliënt. “Wat kan iemand nog en hoe kunnen we iemand, waar het nog kan, terug ondersteunen naar zelfstandigheid? We nemen de tijd om met iemand te oefenen en de zelfredzaamheid te stimuleren, in plaats van het direct uit handen te nemen. Dat kost meer tijd, maar levert uiteindelijk meer op. Ik ben een groot voorstander van het nieuwe model, het is goed overzichtelijk en de verantwoordelijkheid blijft binnen het eigen team.“
Slechte inschatting
Het buurtzorgmodel is een reactie op de jarenlange centralisering in de thuiszorg. “We hebben nooit de gevolgen van de centralisering goed ingeschat. Toen de wijkverpleging ging fuseren met de gezinszorg, werd de nieuwe thuiszorg veel groter en werd de zorg centraal geregeld en aangestuurd. Het ging meer geld kosten en er kwamen een hoop managers bij waardoor iedereen steeds verder van de zorg kwam te staan. Hierdoor raakte de zorg versnipperd: er kwam een medewerker voor de medicatie, een medewerker om de kousen aan te doen en weer een ander kwam langs om een wond te verzorgen, en dat op één ochtend. De klant was hier niet gebaat bij. Nu gaat er maar één medewerker naar een klant toe die alle zorghandelingen mag verrichten.”
Lekker op de fiets
Hoewel deze nieuwe ontwikkeling voor sommige organisaties lastig in te passen is, is het voor de Meermin eigenlijk een hele logische stap. Margreet: “Eigenlijk werkten wij al op deze manier. Ons team was al afgesplitst van de intramurale medewerkers en werkte al volledig zelfstandig.” De zorgcoördinator van het extramurale team is Gerrie Schaafsma. “We hebben een kleine groep en werken nauw samen. Elke dag vertrekken we vanuit de Meermin lekker op de fiets de wijk in. De korte lijnen zorgen ervoor dat we alles kunnen overleggen en als dingen niet goed gaan, praat je daarover. Wij maken zelf de roosters, daardoor vult iedereen de diensten in die hij wil.”
Geen minutenzorg!
De zorgindicatie bepaalt hoeveel tijd de thuiszorg bij een cliënt mag besteden. “Als je steeds niet uitkomt qua tijd, betekent dit dat de indicatie verhoogd moet worden. Er is geen minutenzorg meer, dat was bedacht door grote organisaties die centraal de planning moesten maken. Nu mag je zelf de tijd indelen en als iemand behoefte heeft aan een praatje, dan kan dat. De ene keer mag het best wat langer duren, je kijkt naar het eindresultaat.” Het team bestaat uit 10 medewerkers en er werken er vier tot vijf per dag . “Hoewel je overal inzetbaar bent, ga je meestal terug naar dezelfde menen. Op die manier kun je goed in de gaten houden hoe het met iemand gaat. Je hebt meer autonomie en meer invloed op je werk. Soms ben je nog niet klaar bij een klant en dan komt je ‘s middags nog even terug, die vrijheid heb je. Het werk is gevarieerd en leuk, het is elke keer anders en verveelt dus niet. Het is wel ander werk dan mijn collega’s in huis doen. Je werkt alleen, dus jij bent verantwoordelijk voor het totaalplaatje. Deze zelfstandigheid moet je niet alleen aankunnen, je moet het vooral leuk vinden.”