Hoger beroep in verkrachtingszaak tegen Volendammer
Voor de rechtbank in Amsterdam vond vrijdag het hoger beroep plaats inzake een strafzaak die vorig jaar door de rechtbank Haarlem behandeld is. Volgens psychiater G. van Hoecke is de 23-jarige Volendammer die ervan wordt verdacht in 2011 een 12-jarig plaatsgenootje te hebben verkracht in feite detentieongeschikt. Een opmerkelijk uitspraak van een forensisch-psychiater omdat dit nauwelijks voorkomt binnen justitie. In principe is iedereen geschikt om de cel in te gaan en zijn straf uit te zitten.
Echter de verdachte, die vorig jaar door de rechtbank Haarlem veroordeeld is tot dertig maanden cel, is naar huis gestuurd. De man heeft trekken van autisme en kan het ritme van de gevangenis niet aan. Hij heeft inmiddels 22 maanden huisarrest en leeft met elektronisch toezicht van justitie, nadat men in De Koepel vreesde voor zijn leven. "Wij, en dan bedoel ik al het personeel, zagen een totaal ontredderd mens", aldus de behandeld psychiater. Afgelopen vrijdag trad de psychiater op als getuige-deskundige tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in hoger beroep tegen de Volendammer. De man heeft twee keer in de cel gezeten. Een derde keer ziet de psychiater nauwelijks als een optie. "Al het personeel in De Koepel was er van overtuigd, dit is te erg. Hiervoor sluiten we geen mensen op. We vonden het onverdraaglijk om te zien", verklaarde ze.
Op 13 mei 2011 zou de verdachte de zus van zijn vriendin seksueel hebben misbruikt. Hij zou haar vanuit zijn huis hebben gebeld. Toen het meisje kwam, vertelde hij haar dat hij zijn vriendin wilde laten schrikken. Het meisje moest achter de bank gaan zitten en te voorschijn springers. Echter voordat het zover was, nam hij het meisje mee naar zijn slaapkamer en zou haar seksueel hebben misbruikt. Zijn vriendin was op dat moment de hond aan het uitlaten. Toen ze terug kwam bleek de deur op slot. Eerst kreeg ze geen contact met haar vriend. Pas na een uur werd ze binnengelaten. De twaalfjarige vond het niet leuk wat er was gebeurd maar heeft aanvankelijk haar mond over het voorval gehouden. Ook omdat de verdachte haar uitdrukkelijk had verboden er iets over te zeggen. De jongen zou tijdens het voorval onder invloed zijn geweest van cocaïne en drank.
De Volendammer ontkent stellig het meisje te hebben aangeraakt. Volgens de advocaat-generaal is er echter genoeg ondersteunend bewijs. Hij doelt op de telefoongesprekken die gevoerd zijn in de tijd dat het meisje bij hem was. De vriendin zou geprobeerd hebben haar zus en haar vriend te bellen maar kreeg met beiden geen contact. De telefoongesprekken passen in het verhaal van het meisje. Ook beschouwt justitie de uitgebreide en specifieke verklaring van het slachtoffer als authentiek. Een paar weken later zou hij haar opnieuw hebben misbruikt. Dit gebeurde tijdens een middagje vissen. Tijdens de zitting werd nagenoeg niet over het voorval gesproken, omdat de man niet in staat was te antwoorden. Met zijn hoofd gebogen zat de man, wiebelend met zijn voeten en zijn bovenlijf voor het Hof en maakte een zeer angstige indruk. Op elke vraag mompelde hij: ik weet het niet meer. Om de spanning te doorbreken vroeg de voorzitter aan de moeder van de verdachte om naast hem te gaan zitten. Maar ook dat hielp niet.
De advocaat-generaal wil wachten met het formuleren van een strafeis tot de Indicatiestelling Forensische Zorg haar rapport presenteert. En dat is pas op 20 september. De zaak wordt op 20 september voortgezet.