Naar de inhoud

Blubberrace in Monnickendam ’Getver, wat leuk!’

Bron: NHD

blubberrace

Drie keer. Zo vaak deed ik verslag van de Blubberrace in Monnickendam. Bij iedere editie werd ik door de organisatie uitgenodigd (of uitgedaagd, het is maar hoe je het opvat) het jaar erop mee te doen. Gisteren was het zover. Met strak geveterde schoenen en oude kleren stond ik aan de start van de negende Blubberrace. Een persoonlijk verslag. Het is een drempel die je over moet. Of liever gezegd, een sloot. De eerste keer dat je vol overtuiging van de ene naar de andere kant springt in de hoop die andere kant ook daadwerkelijk te halen, is onbeschrijflijk. Je ziet mensen voor je gaan die een droog pak houden, je ziet anderen die halverwege al sneuvelen en de sprong niet eens wagen.

Met een ferme aanloop ren je op het zwarte water af. Van een sloot is nauwelijks meer te spreken, het is eerder een modderbad. De tijd tussen het moment dat je afzet en je weer neerkomt, verloopt in een soort slow motion. Je hoort de koeien loeien op de achtergrond, het gespetter in het water van andere deelnemers. Het is bijna alsof je uit jezelf treedt en toekijkt terwijl je de sprong waagt. Armen voor je uitgestrekt, benen in de landhouding. Dan dat glorieuze moment: flats! Nét niet gehaald.

Je voeten zakken weg in een ondefinieerbare smurrie, je vingers grijpen in dezelfde derrie en vanaf je wenkbrauwen druppelt er blubber in je ogen. Je neusgaten vullen zich met een lucht die je daarvoor alleen associeerde met mest of een gierput. Een helpende hand wordt vanaf de kant toegestoken en zo klauter je uit de sloot. Nog maar 22 uitdagingen te gaan. Halverwege begin je er steeds meer plezier in te krijgen. Het zonnetje schijnt en de wind waait in je rug. Van hardlopen is geen sprake meer, ook al heet het een blubberráce. Uit tientallen sloten klimmen is zwaarder dan je vooraf had gedacht. Gelukkig ren je met vrienden die in dezelfde conditionele toestand verkeren als jij. Het gaat niet om de snelheid, maar om het zwarte pak dat je haalt.

De laatste sloot dient als schoonmaaksloot: je kunt er warempel een stukje in zwemmen. De ergste modder spoelt van je af, heerlijk. Bij de finish neem je trots je vaantje in ontvangst. De klok geeft 44 minuten aan. Niet gek voor 3,2 kilometer... Eenmaal thuis gaan alle vieze kleren uit. Wat er vervolgens nog uit je schoenen, sokken en bikini komt, kan het daglicht niet verdragen. Laten we het erop houden dat de sloten weer gebaggerd zijn.

Na een wasbeurt die bijna net zo lang duurt als je hele race, heb je het idee dat je weer schoon bent en je kunt maar één ding denken: ’Getver, wat was dat leuk!’

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.