Ik zou best nog wel een keertje…
‘Ik zou best nog wel een keertje net als vroeger…’ Een zin uit het bekende liedje over Den Haag, waar iedereen zich in kan vinden. Iedereen zou nog wel eens een keertje terug willen naar het verleden. Terug naar een bepaalde tijd, een bepaalde leeftijd, een bepaalde gebeurtenis, of terug naar iemand die er niet meer is. Even in de teletijdmachine van professor Barabas of in de Delorean van Michael J. Fox en dan terug in de tijd. Terug naar het gaskacheltje in het huisje van mijn ooitje.
Terug naar die biefstuk die ik daar altijd kreeg in een diep bord met wit brood, waarmee ik lekker mocht ‘dopen’. Die biefstuk was altijd top. Ooitje had één keer biefstuk gehad van Jan Tuf waar ze niet zo tevreden over was en niet veel later stond ze met pan en al te schreeuwen voor de winkel. Ja, niet IN de winkel, maar VOOR de winkel. ‘Toespreken op afstand’ heette die techniek. Later heb ik mijn vader die techniek ook nog vele malen zien toepassen.
Deze techniek is het meest succesvol als er meerdere toehoorders zijn, het druk is en als de toegeschreeuwde maar één ding denkt: ‘Hoe kom ik van deze gek af’. Denk hierbij aan incheckbalies bij hotels en vliegvelden, cabinepersoneel in een vliegtuig en drukke winkels. Zo zaten wij altijd op de beste stoelen in het vliegtuig, sliepen in de mooiste suites en kregen altijd net iets meer dan een ander. Ook ooitje was een grootmeester als het gaat om het ‘toespreken op afstand’. Daarom kreeg ooitje van Jan altijd hazenbiefstuk als ze gewone biefstuk bestelde. Een toegesprokene zal een herhaling namelijk te allen tijden willen voorkomen. Maar goed, terug in de tijd dus.
Na een bezoek aan ooitje, had ik dan graag nog even een glaasje bier gedronken in de Wir War Bar. Een uurtje lachen met Jaap Dekker, die verhalen ophaalt uit al die jaren gezelligheid en gekkigheid. Daarna nog even naar Dirkie om op de dijk voor 1 gulden een zak ‘slik’ kopen waar je een week mee toekon. En bij zijn buren nog even kijken of ze in het fopwinkeltje nog wat leuke nieuwe dingen hadden binnengekregen, waar ik mijn broer mee kon pesten. Daarna door naar Klaas Tol, waar ik een zak van die chocolade sigaren - met dat gele erin van de Baronie - naar binnen werk. Op de terugweg naar huis maak ik nog even een stop in de Chardo om mijn longen eruit te lachen met Werner Lut en Ben Drum. Vergeet Rijk en Johnny en Piet en René, echt lachen was het pas in de Chardo. Dat ging dan ongeveer zo: ‘Werner wat kan je nou eigenlijk winnen met die loterij hier?’ Werner: ‘Winnen, winnen? Wat dacht je van kakkooiu met Ben en wurgseks met Rita Corita. Of alle twee tegelijk met een hul op van natte aal en een jas van drop met schoenen van hard frituurvet.’
Het kan zijn dat deze humor in de categorie ‘daar had je bij moeten zijn’ valt, maar ik kwam in ieder geval niet meer bij van het lachen. Daarna nog even een ritje op de rode Citta Gilera van Ron Heuvel en dan snel naar huis. Even een filmpje kijken in Café Geert (ja ik had een eigen café in huis) en daarna op naar de Weegschaalstraat voor een potje voetbal op het Kennedyplein met de vrienden. Daarna een roadje (loopje) om uit te zweten en lekker fantaseren over onze eerste gezamenlijke vakantie naar Sporthuis Centrum. Als er een beker zou bestaan voor voorpret dan hadden wij voor eeuwig de wisselbokaal. Dan zaterdagavond aan de bar bij Thaam in de Wir War spelletjes doen om drank met een tientje in de pot.
’s Avonds een meisje versieren en dan lekker in een tochtig steegje een tongduelletje uitvechten, of iets meer als je mazzel had en alles nog werkte na al die drank. Op zondagochtend met een kater sterke verhalen uitwisselen over de avond ervoor en erg stiekem ’s avonds nog even aan de bar bij Jack Kirrie in De Blokhut. Ja mensen, jullie raden het al. Ik heb nu best een leuk leven, maar soms zou ik best nog wel even net als vroeger…