Ker(k)mis
leder jaar eind augustus kom ik in de knoei met mijn opvattingen. En dat zit zo: Ik ben geboren in een tijd dat bescheidenheid nog een goede eigenschap was. Dat laatste bleek dan voornamelijk uit het punt dat iemand anders van jou zei hoe goed jij wel (of niet) was. Mede door de grote successen van onze plaatselijke helden is dit dus knap in de versukkeling geraakt.
Als ik in de kroeg roep hoe gaal goed wij Volendammers zijn, krijg ik van alle kanten instemming en goedkeurende blikken. En bier voor niks. Beweer ik echter hoe gaaal goed ik zelf ben, dan zijn de rapen gaar. "Dink jij soms dat je Jezus binne?", is het minste commentaar. Flauwekul natuurlijk, omdat 'hoe gaaaal goed ik ben', eigenlijk niet meer is dan de eerste persoon enkelvoud van: 'hoe gaaal goed wij Volendammers' zijn.
Ik ben, jij bent, wij zijn.
Als alle 19.545 Volendammers gaaàal goed zijn, ben ik het toch ook? Des te pijnlijker wordt dit rond de kermisdagen. Zodra er twee knappe kermisdagen zijn geweest (qua weer), roept de hele meute dat God een Volendammer is. Nou, als God een Volendammer is, moet je toch behoorlijk sterk in je schoenen staan om niet te denken dat je Jezus bent. Sterker nog: je zal wel moeten, voor minder doen ze het niet.
Als bij nader inzien God een Edammer blijkt te zijn en Hij gaat dwarsliggen, dan lopen we deze kermis het risico dat de Hemelpoorten zich vier dagen lang zullen openen. Om dit te ontlopen heb ik ook het voorstel in de maak om de week voor kermis te promoveren tot Bidweek. We kunnen dan mooi een paar avondjes naar het Late Lof, en daar een paar Weesgegroetjes of schietgebedjes bidden, zodat we de kermisdagen toch droog doorkomen. Tegen die tijd hoop ik jullie te kunnen vertellen of ik al over water kan lopen. Tot die blijde dag blijf ik gewoon oefenen of op het Brijkje. Het grotere werk komt dan later wel
Klaas Hansen