Naar de inhoud

Uitspraak Raad van State inzake 'Bestemmingsplan Marken 2013'

Bron: Marken Nieuws

Eventuele voorbereidingen voor de aanleg van een steiger voor riviercruiseschepen op Marken mogen voorlopig gewoon doorgaan. Dat heeft de Raad van State in De Haag bepaald in een zaak die was aangespannen door een aantal Markers, dat tegen de steiger is.

De steiger is in het nieuwe bestemmingsplan voor Marken opgenomen als wijzigingsbevoegdheid: de steiger is nu geen onderdeel van het bestemmingsplan, maar dat kan gewijzigd worden als er eenmaal een concrete aanvraag voor is.  De Raad van State verwijst in zijn vonnis naar de zitting van dinsdag 13 augustus 2013. Zie artikel 6143. Daarin zei een vertegenwoordiger van de gemeenteraad van Waterland ’niet te verwachten dat er op korte termijn gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid’. Áls het er ooit van komt, moet er een wijzigingsplan worden vastgesteld, waartegen mensen weer bezwaar kunnen maken, aldus de Raad van State, die op dit moment nog geen uitspraak doet over de steiger zelf.

Uitspraak 201305867/2/R1




















Datum van uitspraakmaandag 26 augustus 2013
Tegende raad van de gemeente Waterland
ProceduresoortVoorlopige voorziening
RechtsgebiedRuimtelijke-ordeningskamer - Bestemmingsplannen Noord-Holland

201305867/2/R1. Datum uitspraak: 26 augustus 2013

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Marken, gemeente Waterland, en anderen,

en

de raad van de gemeente Waterland, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Marken 2013" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzitter bij afzonderlijke brief verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 augustus 2013, waar [verzoeker] en anderen, in de persoon van [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door J. van Ruler, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting AmaWaterways GmbH, vertegenwoordigd door M.R. van Ingen en A. Pieters, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet door middel van de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1" in een wijzigingsbevoegdheid waarmee een chartersteiger ten behoeve van het aanleggen van riviercruiseschepen mogelijk wordt gemaakt.

3. [verzoeker] en anderen richten zich tegen de aanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 1".

3.1. Ingevolge de artikelen 13, lid 13.6, en 21, lid 21.5, van de planregels kan het college van burgemeester en wethouders het plan wijzigingen in die zin dat op de gronden met de bestemmingen "Natuur - 1" en "Water" ter plaatse van de "wro-zone - wijzigingsgebied 1" een chartersteiger ten behoeve van het aanleggen van riviercruiseschepen wordt gerealiseerd, mits:

a. een opstelplaats voor hulpdiensten aan het begin van de steiger wordt gerealiseerd in verband met bereikbaarheid en inzetdiepte voor de hulpdiensten;

b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en de landschappelijke waarden van het Markermeer;

c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het beschermd dorpsgezicht;

d. het maximale aantal riviercruiseschepen dat aanmeert aan de riviercruiseschepensteiger maximaal 200 per jaar is.

3.2. De door [verzoeker] en anderen gevreesde realisatie van een chartersteiger ten behoeve van het aanleggen van riviercruiseschepen is eerst mogelijk na wijziging van het plan. Niet is gebleken dat hiertoe de procedure is aangevangen en de raad heeft ter zitting verklaard dat niet te verwachten is dat op korte termijn gebruik zal worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. De voorzitter is derhalve van oordeel dat er geen spoedeisend belang aanwezig is, aangezien pas na de vaststelling van een wijzigingsplan, waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, onomkeerbare gevolgen kunnen ontstaan. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.G. Driessen, ambtenaar van staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Driessen voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2013

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.