Hommage aan een groot mens en voetballer: Gerrie Mühren
De internationale en vaderlandse voetbalwereld nam gisteren afscheid van een icoon, die ondanks zijn voetbalintellect na zijn carrière koos voor de redelijke anonimiteit van het jeugd en scoutingswerk. Gerrie Mühren. Veertig jaar na zijn legendarische hooghoud-act in Estadio Bernabeu tijdens de halve finale van de Europa Cup 1 baarde hij opzien met een opnieuw zeldzame actie. Bij monde van zijn familie gebood hij FC Volendam, de club waar hi j `geboren' is, geen minuut stilte te houden en geen rouwbanden te dragen tijdens de thuiswedstrijd een dag later.
Als er een halve eeuw geleden al multimedia zou zijn geweest, dan hadden de schoolkinderen uit zijn dorp de afgelopen jaren met meer bewonderende ogen opgekeken dat hun wedstrijdjes tijdens het schoolstraatvoetbaltoernooi op 't AMVO-terrein door Gerrie Mühren werden gefloten. Dan had de baltovenaar uit Volendam wellicht net zoveel exposure gehad als Lionel Messi nu heeft. Maar de jaren zeventig waren misschien wel romantischer. Geen shirtreclame, het publiek dicht op de dug-outs. Op zondagmiddag had je voetbal en verder niets. En daar werd de hele week over gesproken. Zwart-witte tv-beelden, geen praatprogramma's, geen tweets. De episode waarvoor Gerrie Mühren bestemd was in te leven. Hij hield niet van poespas. Bleef in de schaduw van Johan Cruijff, maar als hij daar uittrad, als hij de bal had, dan gebeurde er iets. Maar met zijn functionele techniek diende hij zijn medespelers, de ploeg, de club, het volk. Zoals hij dienaar was van God, want gelovig was hij, tot het laatst.
Hij was getrouwd met Grietje, maar ook voor eeuwig verbonden met de bal. Leefde als een monnik voor zijn sport. Geen drank, geen sigaret, op tijd naar bed. Een modelprof, een voorbeeld. Ook toen hij de zestig passeerde, bond hij regelmatig de hardloopschoenen om, trof je hem in de straten en in het park van zijn geliefde dorp, kwiek joggend. Geen blessure kon hem vellen. De beenmergziekte MDS wel. Het werd een oneerlijke wedstrijd.
Het einde naderde. Zijn magische moment van 25 april 1973 herleefde. Overal. Even leek hij uit zijn rol te vallen, van bescheiden man. Toen: de hal een paar keer hooghoudend, tegen het grote Real Madrid, op het veld waar zijn idool Ferenc Puskas had geëxcelleerd. Maar het was niet om de Koninklijke te vernederen, zei Mühren later. Hij zou niet durven. Wachtte tot Ruud Krol op snelheid lag, aan de linkerkant.
Hij maakte de winnende (01) in die halve finale, zou op datzelfde veld ook als speler van Real Betis Sevilla winnen. In '77 werd hij Spaans voetballer van het Jaar, in het seizoen dat Johan Cruijff bij Barcelona speelde, Nederlands grootste voetballer ooit, die Mühren op waarde schatte. Zoals er net als van Cruijff een rouwkrans kwam van Feyenoord bij zijn overlijden. Juist die waardering, dat miste de Volendammer later bij terugkeer in eigen dorp van zijn FC. „Er zijn talrijke dingen gebeurd. In mijn tijd als speler al en daarna als ik er kwam als scout van Ajax, dan werd ik keer op keer op slechte plaatsen gezet in het stadion. Op een gegeven moment was het genoeg", zei Mühren onlangs vanaf zijn ziekbed. „Het komt nooit meer goed. Ik sta ook niets af voor het museum. Hoe kunnen ze het zover laten komen? Ik ben zo gek op dit dorp en FC Volendam is mijn club, mijn club", kraakte zijn stem. „Toen m'n zoon onlangs naar Betis wilde, lagen er meteen drie kaarten klaar op mijn naam. Waarom kan dat hier niet op die manier? Ze hebben me tot in het diepst gekrenkt."
Dat FC Volendam vaker niet uitblonk in het goed omgaan met oudspelers bereikte daarmee een (anti)climax. Terwijl het juist jets is waar een kleine club groot in zou moeten zijn. Vanavond is de familie Mühren met bijna veertig mensen vertegenwoordigd in de ArenA, voor de bekerwedstrijd AjaxFC Volendam. De geest van Gerrie waart rond. Kind van beide clubs. Voor altijd.
Broer Jack: 'Met z'n elven aan de koolhydraten'
Gerrie's vader Jan was geruime tijd samen met oom Pe stadionspeaker van de plaatselijke FC. „Onze opa was daarvoor al voorzitter van Volendam geweest", zegt Gerrie's broer Jack, net als zijn pa sinds korte tijd stadionspeaker. „Toen Gerrie als eerste zoon was geboren, zei m'n vader dat het de eerste Volendammer zou worden die het Nederlands Elftal zou halen. En hij kreeg nog gelijk ook. M'n vader deed alles met Gerrie met een bal. Bond zijn linker om met een handdoek zodat hij met rechts moest en leerde schieten. Toen vervolgens bleek dat Arnold ook een groot talent was, stond ons gezin met elf kinderen volledig in het teken van het voetbal. Als de jongens op zondag met Ajax 1 moesten spelen, aten we op zaterdag alle elf spaghetti; koolhydraten dus."
De achterstraat in de Dirklandstraat werd een beroemde. „Met alle broers, ook Peter en Jan, konden we voetballen. Ik was vaak de lummel bij de hilarische momenten als op de achterstraat ook grote namen als Barry Hulshoff en Johan Neeskens meededen. Op andere momenten hield Gerrit rustig 150 keer de hal hoog, liet 'm vervolgens vallen en hij zei dan: `Zo Jack, nou jij weer'. Haalde ik na enkele weken 151, dan pakte Gerrit de bal en liet m na 155 keer hooghouden bewust vallen. `Zo Jack...' kon ik weer oefenen tot ik 156 had."
„Als assistent-trainer van Leo Steegman is hij met FC Volendam nog zesde geworden in de eredivisie. Maar ambitie om hoofdtrainer hebben Gerrit en Arnold nooit gehad, hun hart lag bij de jeugd. Ik denk dat ze ook te aardig waren voor dat vak. Ze voelden zich nergens te groot voor. Als scout trok Gerrit vaak in z'n uppie naar de uiteinden van de wereld. Dan lette hij al op een detail als hoe een speler zich in de warming-up gedroeg."
„Ik vond het zo mooi om twee broers op dat niveau te zien voetballen, droomde er regelmatig van s nachts. Als je dan Johan Cruijff daar bij zag voetballen, het leek wel een tekenfilm. Gerrit is de eerste van ons die gaat. Veel te vroeg. Altijd was hij genteresseerd in de medemens, zelfs toen hij zo ziek was, dat sierde hem. En tijdens z'n ziekbed bleef hij me ook altijd vragen hoe het met de FC ging. Het was en bleef altijd z'n club, daarom deed het zo'n pijn wat er tussen hen gebeurd was. Hopelijk trekt de club er lering uit. Maar voor Gerrit is het te laat."
Wim Jonk: 'Hij opende mijn ogen'
Met name op verzoek van Wim Jonk bleef Gerrie Mühren ook na zijn pensioengerechtigde leeftijd aan Ajax verbonden als scout. ,In de tijd dat ik bij FC Volendam speelde, trainde Gerrie individueel een groepje spelers en ik mocht daar een van zijn. Alles gebeurde vanuit de techniek. Hoe loop je, hoe speel je iemand aan, het tempo, de bal-aanname zelf. Het waren voor mij aanwijzingen waarvan ik voelde dat ik daar toen en ook later jets mee wilde doen. Hij heeft destijds mijn ogen geopend en van meerdere jongeren."
„Hij bleek een heel goed oog te hebben voor talent", zoals Mühren ook Christian Eriksen zou scouten voor Ajax. Jonk: „Ik ben wel eens met hem mee geweest tijdens het scouten en dan merkte je zijn gevoel voor details, een liefhebber, we konden dan rustig uren over voetbal praten en dat voelde fantastisch. Zo'n bijzonder mens, het deed pijn om hem de laatste weken in het ziekenhuis zo te zien lijden."
In de geest van Mühren zou Jonk naderhand het individueel trainen invoeren bij Ajax. Dat gebeurde nadat Jonk teleurgesteld bij FC Volendam vertrok. „Ook bij Ajax kregen we daarna met ego's en macht te maken. Een probleem in de voetballerij. Gerrie bleef weg bij de politieke spelletjes."
„Maar als een man als Gerrit zo'n boodschap achterlaat als wat vrijdagavond gebeurde in het FC-stadion, da's veelzeggend. Oud-spelers moet je in ere houden, ze zijn belangrijk voor je uitstraling. Bij Ajax zie je hoe mooi het nu kan zijn. Normale omgangsvormen blijken echter schijnbaar moeilijk te zijn in de voetballerij."
Robert Mühren: ‘Kippenvel'
Toen de huidige topscorer van FC Volendam, Robert Mühren, geboren werd, zat de roemrijke carrière van oom Gerrie er op. „Ik ken m'n oom als voetballer alleen van tv-beelden", aldus Robert, die vrijdagavond logischerwijs wel een rouwband droeg. „Dat was wel vreemd.
Ik heb het gevraagd en het mocht. In de tijd dat ik als junior bij Ajax speelde, kwam m'n ome Gerrie regelmatig kijken. Hij heeft een indrukwekkende carrière gehad. Toen ik hoorde en zag dat Panathinaikos (dat in '71 op Wembley van Ajax verloor in de Europa Cup finale, red) een rouwkrans had gestuurd en er een minuut stilte werd gehouden voor aanvang van de Europa League wedstrijd Real Betis Sevilla – Olympique Lyon, kreeg ik kippenvel."
Broer Arnold: 'In dienst van de betere spelers'
Arnold Mühren had zijn oudere broer Gerrie voor zich toen hij bij Ajax kwam, verkaste naar FC Twente en keerde later succesvol terug bij Ajax. Hij had diezelfde sterke eigenschap. „Het zit in ons karakter, het jezelf in dienst stellen van anderen. Voetbal is een teamsport, waarin je elkaars kwaliteiten moet benutten. Wij stonden in dienst van de betere spelers. Het was een kwestie van de bal op een goede manier naar de goede kleur spelen.
Maar Johan Cruijff, Marco van Basten en Alan Brazil (clubgenoot bij Ipswich Town en Manchester United) beseften heus wel dat zij afhankelijk waren van ons." Mühren weet ook dat de erkenning voor het gepresteerde vaak ver te zoeken is in Volendam. „Dat hoor ik van meerdere bekende dorpsgenoten. Het is misschien iets Volendams. Aan de andere kant zijn wij geen mensen van de voorgrond, doe maar gewoon." Arnold werd net als zijn
broer ook niet altijd respectvol behandeld door FC Volendam, waar hun roots liggen. „Het verschil is soms zo groot. Ergens anders word je op handen gedragen, tonen ze wel hun dankbaarheid voor wat je voor de club hebt betekend. Wat met Gerrit is gebeurd, zo ga je niet met iemand om. Het speelde al jaren, bleef maar boven de partijen hangen en is niet uitgesproken. Heel jammer."
Gordillo (Betis): ‘AIles meegemaakt, toch nederig'
Rafael Gordillo, clubicoon van Real Betis Sevilla: „Ik koester geweldige herinneringen aan Gerrie. Mijn ontmoeting met hem viel samen met mijn debuut in het eerste elftal. Hij en Landinsky waren de enige buitenlanders in het elftal, hierdoor mochten ze vanwege de reglementen niet deelnemen aan de Copa del Rey. Ikzelf mocht ook niet meedoen omdat ik dat seizoen al had meegespeeld met Betis B, het tweede elftal. Daardoor hebben we dat seizoen heel vaak getraind met alleen ons drieën, altijd wanneer de rest van de ploeg op reis was voor de beker. Hierdoor werd onze onderlinge band vanzelfsprekend heel hecht."
„Ik heb ontzettend veel van ze geleerd. Wat ik vooral meteen van Mühren heb geleerd was de volley. Ook leerde hij me tot in de perfectie waar hijzelf exact elke pass wilde ontvangen, zodat hij gelijk kon schieten of doorpassen. Het was indrukwekkend wat hij kon met mijn voorzetten." De mythe van Betis kan een traan niet onderdrukken wanneer hij begint over het persoonlijke contact met Mühren: „Hij was heel timide, had een hele goeie inborst. Hij kwam van een elftal dat tot de verbeelding sprak, het Ajax van Johan Cruijff, dat in die tijd de trend was voor het moderne voetbal. Hoewel hij alles al had meegemaakt en met een grote status bij Betis kwam, bleef hij altijd heel nederig. Voor mij werd hij zelfs een goeie vriend zowel in als buiten het elftal. Altijd heel geïnteresseerd en altijd aan het proberen om anderen beter te maken. Betis verliest voor mij niet alleen een van zijn grootste voetballers, maar ook een van zijn grootste persoonlijkheden."
Cruijff: ‘Extreem goede voetballer'
Johan Cruijff maakte met Gerrie Mühren deel uit van het succesvolste Ajax ooit: „Ik zal Gerrie Mühren blijven herinneren als een extreem goede voetballer die zijn fenomenale techniek altijd in dienst van het elftal stelde. Hij wist vooral de discipline op te brengen om perfect de simpele techniek toe te passen. Dus een pass met de juiste snelheid die je in de loop op je goede been kreeg aangespeeld, in plaats van een één of ander hoogstandje uit te voeren. Er zijn maar heel weinig voetballers die dat kunnen opbrengen. Daarom was het geweldig om met Gerrie in één elftal te spelen. Alles klopte gewoon. De passing, het positiespel, het tempo en zijn mentaliteit. Gerrie is daarom één van de beste spelers met wie ik ooit samen heb gespeeld."
Staat van dienst
10 x Nederlands Elftal, 3x winnaar Europa Cup 1, 1x winnaar wereldbeker voor clubs en 3x landskampioen allen met Ajax, geselecteerd voor het wereldelftal, gespeeld voor Ajax (1968-1976), twee seizoenen Real Betis Sevilla (bekerwinnaar), FC Volendam (waarmee hij promoveerde), MVV, Seiko (Hongkong, waarmee hij ongeslagen kampioen werd), kampioen eerste divisie met DS'79 (FC Dordrecht) en nogmaals FC Volendam. Hij stopte in 1985, op 39-jarige leeftijd, maar in '89 bond hij de kicksen weer onder om - het tekent de liefhebber pur sang - nog wat jaartjes bij de amateurs van het VZV in 't Veld te ballen.