Zwarte humor of gemeende ondertoon?
“We kunnen Edam en de Zeevang er wel bij hebben’. De opmerking van wethouder Marisa Kes (Volendam|80) werd recent gedaan in een artikel van weekblad Elsevier naar vermeende kommenstrijd in Edam-Volendam.
Vraag is of de zin een wat zwartgallige verzuchting is of een welgemeende uitspraak. In het eerste geval is de uitspraak er bij het nalezen van het artikel evengoed niet uitgehaald. Dus de mogelijk spontane uitlating is blijkbaar bewust blijven staan. Maar wat moeten de inwoners van Edam-Volendam dan uit de opmerking concluderen? Is Edam een stadje met weinig problemen? Heeft het makkelijke inwoners die constructief meedenken? Of hoort Edam in de ogen van de wethouder er hélemaal bij? Een geweldige aanvulling op het Volendamse? Zou kunnen, maar gelet op de context van het artikel lijkt het er echter niet op.
Een lastpost dan? Een plaats die alleen maar geld kost voor ‘de hardwerkende Volendammer’? Afgaande op uitspraken van haar fractiegenoot Nico Karhof lijkt het meer die richting op te gaan. Karhof meent dat Edam zonder Volendam ‘Waarschijnlijk allang failliet zou zijn’.
Waar hij dit op baseert, of de opmerking grond bezit en of het ter zake doende is wordt in het artikel niet duidelijk gemaakt. Een bestuurder van een gemeente zou er voor alle inwoners moeten zijn. Los van de straat, de wijk of, in dit geval, de plaats. Tot nu toe stond wethouder Kes bekend als een pragmatisch bestuurder met een grote dosis daadkracht en idem behaalde resultaten. Haar doortastendheid stuit, met name in Volendam, de laatste tijd echter nog wel eens op weerstand. In Edam ontvangt ze doorgaans respect om haar kunde en rechte rug op het gebied van ruimtelijke ordening. Zou de aandacht richting verkiezingen wellicht verlegd moeten worden; een mooie afleiding voor andere problemen?
De wens van een kleine raadsmeerderheid om de panden van het HHNK aan de Schepenmakersdijk in te vullen voor zo’n 45 ambtenaren lijkt een oud mechanisme in werking te hebben gezet. Edam versus Volendam of andersom. Dat een wethouder hier openlijk aan meedoet is jammer. Kijk je naar de huidige inwoners van beide ‘kommen’ dan bestaat er weinig animositeit. En dat is ook helemaal niet nodig! Zeker de nieuwste generatie kent elkaar van school, uitgaan en wonen. De nieuwe generatie is niet bezig met verhalen (of zijn het fabels?) van 100 jaar geleden over (citaat Nico Karhof):’Rijke Edammers die muntgeld uit hun auto gooiden naar arme Volendammers’.
Beide plaatsen herbergen verschillende kwaliteiten, met leuke en ook minder leuke kanten. Maar veelal verklaarbaar vanuit cultuurhistorisch perspectief. Dat is geen kwestie van ’er bij nemen.’ Dat is het uitgangspunt om zo goed en democratisch mogelijk samen te werken. Als wethouder neem je geen ‘plaats erbij’. Je werkt vanuit de gehele gemeenschap. Doe je dit niet dan bedrijf je partijpolitiek. En daarvoor is de functie van wethouder niet bedoeld.
Maar er van uitgaande dat de opmerking ironisch bedoeld is biedt dit wellicht een opening voor een nog grotere gemeente ‘Groot Waterland’. Volendam|80 lijkt er in ieder geval klaar voor! Dat kan er ook nog wel bij…
Redactie de Stadskrant