Het onderzoek van onze advocaten leidde tot de volgende beschuldigingen aan IJsselmuiden:
3. Zwartmaken Bont
3.1. Waar baseren eisers nou hun klacht op dat Bont is zwartgemaakt door de gemeente? De ernstige beschuldigingen aan het adres van Bont van gemeentezijde zijn terug te voeren op de volgende uitingen:
(a) Burgemeester IJsselmuiden in NOS Journaal 1 januari 2001;
(b) Burgemeester IJsselmuiden in tv uitzending Netwerk 7 januari 2001;
(c) Burgemeester IJsselmuiden in tv uitzending VARA B&W januari 2001;
(d) Burgemeester IJsselmuiden in tv uitzending Netwerk 23 februari 2001;
(e) Burgemeester IJsselmuiden bij getuigenverhoor voor rechter-commissaris d.d. 14 december 2001;
Verslag gesprek ombudsman met IJsselmuiden d.d. 30 juni 2011 (productie 13); hij verwijt Bont een “essentiële fout”
Ad a: Beschuldigingen IJsselmuiden in NOS Journaal 1 januari 2001
3.2. Al in het NOS-journaal van 1 januari 2001 , op de dag van de ramp, wentel toenmalig burgemeester Frank IJsselmuiden de verantwoordelijkheid op Bont af. Hij zegt: “Wij schrikken in die zin, we hebben natuurlijk de cafés zeker in Volendam, ook als risicovol beschouwd. We hebben speciaal een ambtenaar vorig jaar aangesteld die is belast met de brandpreventie op dat punt. We hebben…we zijn met alle horecabedrijven, dus ook met dit bedrijf, in de weer…”
3.3. Einde citaat. Heel Nederland keek naar deze uitzending en de eerste gedachte die bij de kijker opkomt na deze opmerking is: nou, die ambtenaar is dus de schuldige want die heeft zijn werk dus niet goed gedaan. De interviewer onderbreekt op dat moment de burgemeester en zegt: “Dat is juist het probleem van dit onderzoek, de regelgeving is er wel, alleen blijkbaar is de naleving slecht onderhouden of wordt slecht naar gekeken.” Daarop antwoordt IJsselmuiden: “Ja, maar daarvoor hebben we die ambtenaar ingesteld, om juist wel die naleving af te dwingen.”
3.4. Dat is weer een snoeihard, en volkomen onterecht, verwijt naar Bont. De brandpreventieambtenaar was nou juist níet bedoeld om de naleving van het beleid af te dwingen. Handhaving van het brandveiligheidsbeleid was een taak van de burgemeester. Uiteindelijk dekt IJsselmuiden zich nog wel een beetje in en zegt, ja maar “ik kan u niks zeggen zolang het niet zeker is, uit onderzoek gebleken is, wat de stand van zaken is.” Maar dat onderzoek wacht de burgemeester niet af.
Ad b: Beschuldigingen IJsselmuiden in Netwerk 7 januari 2001
3.5. In de week die volgt op deze dramatische nacht bombardeert de burgemeester Bont wederom op nationale televisie tot hoofdschuldige van de ramp. Op 7 januari 2001 verschijnt hij in Netwerk tegenover Fons de Poel. De Poel stelt dan de vraag: “De ambtenaar verantwoordelijk voor brandpreventie had het college van B&W moeten inlichten en dat heeft hij niet gedaan?’.” Daarop antwoordt IJsselmuiden: “Ja, ik vind het vervelend om het nou op een ambtenaar te schuiven, dus dat wil ik eigenlijk liever niet. Eh, maar laten we maar zo houden, wij wisten het niet. Het is ons niet gerapporteerd.”
3.6. Dus de burgemeester zegt, ik begrijp dat je zoiets niet op een ambtenaar kunt schuiven. Maar ik doe het lekker toch.
3.7. Fons de Poel vraagt door en zegt: “Als het u wel zou zijn gerapporteerd zou u dan onmiddellijk hebben ingegrepen?” IJsselmuiden antwoordt: “Dan zal zeker B&W zich hebben, eh, beraden en dan zal het waarschijnlijk, maar dat weet ik niet zeker in ieder geval de wethouder ruimtelijke ordening betrokkene hebben opgebeld en zeggen, nu binnen een week klaar of he, B&W besluiten, en dan via B&W de burgemeester besluit, je tent dicht te gooien. En dan was het voor mekaar geweest.”
3.8. Volendam is zoals bekend een van de meest hechte gemeenschappen van Nederland. Iedereen wist op wie de burgemeester hier doelde. Cees Bont, zei de burgemeester, had niet genoeg gedaan om de situatie in ’t Hemeltje onder de aandacht te brengen, daarom wist de gemeente niets van de situatie. En als de gemeente het wél had geweten dan was het binnen een week geregeld geweest en had de ramp nooit plaatsgevonden. Wat de burgemeester dus eigenlijk zei tegen de Volendamse bevolking was: Cees Bont is verantwoordelijk voor de blijvende verminking of de dood van jullie kinderen. Dat klinkt hard, en dat is het ook. Het is weinig verbazingwekkend dat Bont de periode die volgde beschrijft als een hel voor hem, zijn vrouw en zijn kinderen.
3.9. De verwijten van de gemeente bij monde van IJsselmuiden waren extra schrijnend omdat nou juist Bont het probleem had gesignaleerd, tevergeefs had geprobeerd de gemeente tot actie te bewegen en in de rampnacht zelf een grote rol had gespeeld bij het helpen van de slachtoffers. De verschillende onderzoeken, die eisers in hun dagvaarding citeren (par. 2.10), bevestigen ook dat Bont niets te verwijten viel.
3.10. De burgemeester laat zien alleen maar aan zichzelf te denken en handelt op een uiterst beschamende wijze. De burgemeester probeert zo goede sier te maken en slachtoffert en passant zijn ambtenaar Bont. Niet alleen door de beschuldiging, maar ook door te stellen dat hij de ramp zeker had voorkomen als hij maar van de kwestie had geweten. Dat is niet alleen makkelijk praten, maar waarschijnlijk ook onjuist. Immers, alle signalen wijzen erop dat de burgemeester, of in ieder geval het college, er wel degelijk van wist. Het toenmalig hoofd volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Van Altena verklaarde in december 2001 voor de rechter-commissaris dat “burgemeester en wethouders wel het hele dossier over de problemen met De Hemel hebben gekregen.” En dus ook het rapport van Bont van 8 november 2000, waarin hij waarschuwde dat door de gebreken in de Wir War bar “er bij een calamiteit een gevaarlijke situatie kan ontstaan” en dat “onder de huidige omstandigheden de gebruiksvergunning moet worden geweigerd” (productie 1). Dit rapport is ook ondertekend namens het College van B&W door wethouder Visser van VROM, tevens loco-burgemeester (en dus de vervanger van burgemeester IJsselmuiden) en de coördinator van de afdeling Ruimtelijke Ordening, Dick Silven. Om onder die omstandigheden vol te houden dat het college niet is gewaarschuwd en dat de brandpreventieambtenaar zijn werk niet heeft gedaan is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Dat dit felle reacties oproept in Volendam, zeker nu deze ernstige beschuldigingen nooit zijn teruggenomen, is minder opmerkelijk.
Ad c. Uitspraken IJsselmuiden in tv-programma B&W, januari 2001
3.11. In een als productie 23 overgelegde uitzending van het VARA programma B&W herhaalt IJsselmuiden indirect weer de beschuldiging aan het adres van Bont. Hij zegt (minuut 56:28) dat hij de brief “nooit heeft gezien” en dat deze “nooit in B&W is geweest”. Die stelling is zoals gezegd onjuist. IJsselmuiden doet weer ten onrechte alsof Bont B&W niet zou hebben geïnformeerd, waarmee de vinger nogmaals richting Bont gaat.
Ad d. Uitspraken burgemeester IJsselmuiden Netwerk 23 februari 2001
3.12. De uitzending van 23 februari 2001 van Netwerk (productie 24) is geheel gewijd aan de beschuldiging van IJsselmuiden uit de uitzending van 7 januari. In deze uitzending wordt het fragment met de beschuldiging herhaald. Het fragment wordt als volgt ingeleid: “In Netwerk [van 7 januari] zegt de burgemeester dat de Volendamse brandpreventiemedewerker niet op tijd het college van B&W heeft gewaarschuwd.” Ook voor de redactie van Netwerk was dus duidelijk wat de betekenis was van de woorden van de burgemeester; de schuld moet gezocht worden bij Bont. Die beschuldiging werd dus weer op nationale tv herhaald, gevolgd door het fragment waarin de burgemeester zegt: “ik vind het vervelend om het nou op een ambtenaar te schuiven, dus dat wil ik eigenlijk liever niet. Eh, maar laten we maar zo houden, wij wisten het niet. Het is ons niet gerapporteerd.”
3.13. Hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen zegt in de uitzending van 23 februari over de beschuldiging van IJsselmuiden richting Bont: “Dit kan niet”. Hij zegt dat hij “schrok” van de uiting van de burgemeester. Prof. Frissen concludeert op basis van bestudering van de stukken bovendien dat de burgemeester wel degelijk wist dat de bar niet voldeed aan de eisen van brandveiligheid.
Ad e. Uitspraken burgemeester voor rechter-commissaris d.d. 14 december 2001
3.14. Op verzoek van een grote groep slachtoffers van de ramp vindt in december 2001 een getuigenverhoor plaats. Op 14 december 2001 wordt IJsselmuiden gehoord als ex-burgemeester. Hij sprak dus namens het toenmalige bestuur van de gemeente en dus namens de gemeente (in ieder geval voor het publiek). Hij verklaarde (productie 19) wederom dat hij de brief van Bont met de waarschuwing over Wir War/De Hemel pas na de ramp had gezien. Daarmee herhaalde hij impliciet weer zijn beschuldiging aan het adres van Bont.