Naar de inhoud

Burgers Edam en soldaten Oostende getroffen door grote ramp

Bron: Stadskrant

De bestraffing van Godslasterlijke praktijken in Edam anno 1602

Ruud Muschter uit Groningen, hobbymatig zeer actief met het vertalen van historische teksten en in het dagelijks leven werkzaam voor de gemeente Groningen, stuitte enige tijd terug op een bijzondere tekst in het Duits. Het gevonden manuscript uit 1602 is geschreven door Friderich Forner, doctor in de Heilige Schrift en de canoniek bij St. Stefanus in Bamberg. De verslagen, die we de komende edities zullen afdrukken in de Stadskrant, bevatten een geschiedenis die doorspekt is van symbolische verhalen, maar ze zijn niet als een fabel opgezet. Ze zijn opgetekend zoals een journalist dat zou doen. Het betreft een gebeurtenis die in 1602 in Edam zou hebben plaatsgevonden. Dit manuscript is door Muschter vertaald.

EERWAARDE DR. FRIDERICH FORNER

NEW UNERHÖRTE ERSCHRÖCKLICHE WARHAFTIGE
WUNDERGESCHICHT SO SICH IN DER STATT EDAM IN
HOLLAND (…) ZUGETRAGEN (…) HAT

NIEUWE, ONGEHOORDE, SCHRIKWEKKENDE, WAARACHTIGE,
WONDERBAARLIJKE GEBEURTENIS DIE ZICH
IN DE STAD EDAM IN HOLLAND (…) op de 24e dag van februari in dit lopende jaar 1602 HEEFT AFGESPEELD; hoe zich de goddelijke goedheid en strenge almacht ogenschijnlijk wonderbaarlijk heeft betoond.

Inleiding
Er zijn vele verhalen in omloop van vreemde verschijnselen die zich in Europa hebben afgespeeld en een religieuze connotatie hebben. De figuur van Christus, de engelen en de duivel spelen er een rol in. Hoofdthema is de strijd tussen goed en kwaad, en de vergelding wegens door mensen begane zonden.

Het huidige relaas schildert een aantal goddelijke ingrepen in Edam, als vergelding voor godslasterlijke praktijken die daar zouden hebben plaatsgevonden. Diverse soldaten uit Oostende
zouden het katholieke geloof, zijn bedienaars en rituelen belachelijk hebben gemaakt. Daarvoor werden de verantwoordelijken gestraft. Opmerkelijk genoeg niet vanuit een rechtstreeks goddelijk gericht, maar door de duivel. Dat is opmerkelijk, omdat deze - die toch de instigator van de godslasteringen heet te zijn - het goddelijke instrument is geworden dat die godslasteringen bestraft. Het kwaad straft zichzelf, zo blijkt hieruit.

Dat Oostendse soldaten ten tonele worden gevoerd, is historisch gezien wel te plaatsen. Dit manuscript dateert van halverwege de Tachtigjarige Oorlog. Rond 1600 deden troepen van de Nederlanden een poging om het laatste protestantse bolwerk te Oostende uit te schakelen. Daardoor weken protestanten vanuit Vlaanderen uit naar het noorden.

Edam speelde overigens een rol onder de steden die zich losmaakten van de Spaanse overheersing. De soldaten uit Oostende, kennelijk protestanten, hadden reden te over om zich te verzetten tegen de katholieken, wat het kader vormt van het huidige manuscript. Of de acties van de soldaten inderdaad hebben plaatsgevonden, is onduidelijk. De schildering ervan is in elk geval bijzonder plastisch. Draken, duivels en schrikwekkende gedaanten spelen er een rol in. Dat er een brand zou zijn geweest, is historisch een feit.

In 1602 brandde de Grote Kerk door de bliksem af, en gingen talloze huizen eromheen - in de Grote Kerkstraat - verloren. Het mag duidelijk zijn, dat de verhalen over de ingreep door de duivel een symbolische betekenis hebben, en dat er geen sprake kan zijn van feitelijke gebeurtenissen op dat punt.

Niet alleen de Oostendse soldaten zouden zijn gestraft voor hun vermetelheden, want uit het relaas blijkt, dat ook de burgers van Edam zelf getroffen waren. De verklaring die we daarvoor kunnen bedenken, is dat het feit dat de twee burgemeesters van Edam bij een van de drinkgelagen aanwezig waren, dat de soldaten door de raad rijkelijk van bier voorzien werden, en dat de soldaten overal probeerden om katholieken mee te krijgen op hun ommegangen. Dat zou de stad medeverantwoordelijk hebben gemaakt voor de heiligschennissen. Dat er gelijktijdig twee burgemeesters zouden zijn geweest, is apart. Helaas begint de officiële lijst van burgemeesters van Edam pas met een vermelding per 1792, dus heb ik niet kunnen zien wie dat betroffen moet hebben.

Vijf thema‟s komen ten aanzien van Edam in het manuscript samen. Ten eerste de aanwezigheid van Oostendse soldaten, hetgeen in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog niet onverklaarbaar is, hoewel onduidelijk blijft of hun komst een historisch feit is. Ten tweede de heiligschennissen die door genoemde soldaten zouden zijn bedreven. Ook dit is historisch onduidelijk. Ten derde de inslag door vuur (bliksem) in de kerktoren (de kap werd verwoest), en de verwoesting van vele huizen. Dit is een historisch feit. Deze inslag zou gelden als bestraffing voor de vermeende heiligschennissen. Dit is een interpretatie door de auteurs van het manuscript. Ten vierde de duivel die deze vuurinslag onder talloze gedaanten – waaronder die van een draak - zou hebben veroorzaakt. Een klaarblijkelijk verzinsel. Ten vijfde de bestraffing van de Oostendse soldaten door de duivel. Daarvoor geldt hetzelfde.
Ruud Muschter

Volgende editie aanvang van het verhaal.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.