Column Uit de oude doos: verder over mijn oom

Een klein half jaar later had mijn Oom een kamer in – de Meermin – te Edam. Tijdens het ontbijt zat hij tegenover een bekende van hem, Jaap was zijn naam en de achternaam noem ik niet vanwege privacy redenen. Oom en Jaap waren jaren geleden collega’s en destijds konden ze het goed met elkaar vinden. Mensen in dit verzorgingstehuis die niet in hun eigen kamer op een verantwoorde manier van hun ontbijt kunnen genieten, worden na het wassen of de douche, opgevangen in het huiskamerproject.
Oom en Jaap ontbijten ook in die gezellige ruimte en dat niet omdat het nodig is maar omdat ze het daar gezelliger vinden dan alleen in hun eigen kamer. Vroeg mijn Oom aan Jaap, “Weet jij waarom ik in Edam zit?” “Nee,” zei Jaap, “of… misschien was er in Volendam gien plekkie.” “Ja,” zei Oom, “zoiets had ik als eens gehoord, maar waarom zit jij hier?”
“Dat was mijn eigen vrije wil en zelfs op mijn verzoek,” zei Jaap, “want ik heb nou men leven lang wel genog Volendammers zien. Nou weer er es iest oirs.” “Dit is toch de Meermin?” “Ja,” zei Jaap, “dat heb je goed onthouden, Jan.” “Dat zijn toch vrouwen met een vissenstaart?” “Dat klopt ook maar dat is een fabeltje hoor Jan.” Nu weten jullie meteen dat de naam van mijn oom, Jan is. “Ik zou toch wel eens willen weten waarom ze dit gebouw – de Meermin – noemen,” zei mijn Oom. “We gaan het navragen.” Ik heb het voor ze opgezocht, hieronder de verklaring.
‘De Meermin van Edam is een sage over een zeemeermin, die gevangen zou zijn in het vroegere Purmermeer. Van het verhaal doen meerdere versies de ronde. De kern van deze verhalen is hetzelfde. Er leefde een zeemeermin in de vroegere Zuiderzee. Bij een overstroming werd zij meegevoerd naar het Purmermeer. Nadat de dijken weer gedicht waren kon zij de weg terug naar de zee niet meer vinden. Ze werd ontdekt door de bewoners van deze streek, die haar hebben gevangen en haar meevoerden naar Edam. Daar werd ze gewassen en ontdaan van het groene wier. Ook werd haar geleerd als een mens te leven. De verhalen over haar gingen rond en bewoners van Haarlem vonden haar zo interessant, dat ze haar meenamen naar Haarlem en haar leerden spinnen. Ondanks haar verlangen naar zee bleef zij op het land wonen en stierf na vele jaren in Haarlem, waar ze werd begraven op het kerkhof als een christenmens.”
Gien = geen / Genog = genoeg / Es iets oirs = eens iets anders.
volendamjan@kpnmail.nl / J.J.P.