De andere kant van de dijk
Zou iemand mij kunnen vertellen wat de noodzaak is van een dijk voor een dijk te bouwen? Dat wordt dan de derde dijk die we voor de dijk plaatsen. Tel even mee
- Afsluitdijk
- Houtribdijk (Enkhuizen)
- De toekomstige vooroever-dijk.
Het zal wel aan mij liggen, maar ik geloof niets van de noodzaak om deze nieuwe dijk te bouwen. Zou het echt op het IJsselmeer zo kunnen gaan spoken dat we met een heuse dijkdoorbraak te kampen krijgen? Is de bestaande dijk niet hoog genoeg? En kunnen we hem niet op een ander manier verstevigen of waterdicht maken? Als dat eigenlijk al nodig is?
Het begint er hoe langer hoe meer op te lijken dat onze maatschappij geregeerd wordt door angst en de slimme mensen die handig inspelen op de latente aanwezigheid van angst bij de mensen. Het lijkt er verdacht veel op dat het Hoogheemraadschap met een niet aflatende drift, zoals een kind met zijn emmertje en zijn schepje zandkastelen wil blijven bouwen, zijn mensen aan het werk wil blijven zetten. Niet omdat het echt nodig is, maar omdat het gewoon mooi werk is en geld moet rollen.
En hoe krijg je dat voor elkaar?
Eerst laat je weten dat er gevaar dreigt…(?) De dijken staan op springen… ofzo. Dan kom je met een hele dure oplossing (Auw!) die voorziet in de bestaande situatie. (Het graven van een diepwand -constructie.) Om dan vervolgens met ‘de oplossing’ te komen. We bouwen nog een dijk ervoor wat zogenaamd maar de helft kost van die andere oplossing. En vervolgens staat iedereen te juichen.
En gaat het er mooier op worden?
De lokale VVD heeft het over ‘kansen’ voor fietsers en voetgangers en recreatie… Hoezo? Kunnen die daar nu niet lopen, recreëren en fietsen dan? Of er zijn kansen voor toerisme en economie. Bedoelt de VVD een brede weg (ontsluiting) met een prachtige parkeer plaats voor al die mooi gekleurde bussen? Ik sluit mijn ogen en probeer mij voor te stellen hoe het eruit komt te zien… En verrek, ze hebben gelijk, ik zie een prachtige groene dijk. Een eenzame fietser die kromgebogen…, en een paar voetgangers genietend van het uitzicht. En dat allemaal terwijl ik in mijn bootje zit en mij laaf aan het uitzicht en een biertje.
Maar dan vanaf de andere kant, sta ik op de oude dijk. Mijn blik ontmoet het water niet meer. En net tussen al die voorbij rijdende auto’s door zie ik weer die ene fietser en die paar voetgangers vanaf de andere kant. Tevergeefs kijken zij weg richting het water om zo het aanzicht van de bussen die af en aan rijden, toeristen uitbrakend, niet te hoeven zien. Ter vergeefs proberen zij Oost-Indisch doof te blijven voor de ronkende motoren, de roep van de vooruitgang.
Vanuit die ene kant is vooruitgang, economie, meer kansen voor het toerisme, allemaal mooi hoor, maar ik blijf het zien vanuit de andere kant. Vanaf achter de dijk, vanaf het groen, daar waar ik woon.
Wiechert Vermeulen