Karakterkoppen: Theo Stevens, Maarten Schotsman en Jan Hooijberg
Een foto van misschien wel Edams meest markante inwoner van de vorige eeuw! Theo Stevens die samen met zijn broer Anton de kleine slijterij in de Spuistraat bestierde. Overgenomen van zijn vader.
De slijterij die jarenlang bekend was als ‘Knijp’ en die sinds vorig jaar een nieuw leven heeft gekregen door toedoen van Edwin Wiersema, eigenaar van de Beurs, eten en drinken.
Maarten Schotsman
Op onze voormalige stadsomroeper Maarten Schotsman kwam een korte reactie en een foto. Schotsman was in 1991 samen met een groep plaatsgenoten, waaronder veel brandweer vrijwilligers naar Parijs gegaan. Schotsman staat op de foto met een Edammer in zijn hand, in een winkeltje midden in Parijs. Een kaasje afkomstig van de Gestam waar hij in die tijd werkzaam was. `Ik had hem bijna 100% zeker door zijn handen laten gaan.`
Zijn zoon Martin meldt: “De oorsprong van het omroepen ligt ten grondslag aan het feit dat mijn vader met een van zijn beste vrienden Charles Kroese in 1955 mee heeft gedaan aan amateuromroepwedstrijden in Monnickendam. Mijn vader en Charles hebben toen gewonnen en vandaar dat hij destijds gevraagd is mee te doen als omroeper bij de 1e kaasmarkten in Edam.
Herinneringen aan Jan Hooijberg deel 2. (slot)
‘s Avonds was het mijn vader, die mij vermanend toesprak, waaghalzerij en wat voor vorm dat ook, nooit meer te doen. Nederig boog ik het hoofd, maar of die klare taal van mijn vader indruk op mij maakte, zal in de nabije toekomst nog moeten blijken.
De gebr. Hooijberg boerden onder de rook van Edam. Hun land was bereikbaar, via het delenpad en per schuit over het water. Het land was breder dan de andere percelen weiland werd omgeven door een smalle en brede sloot. Die vrije woensdagmiddag gingen de jongens van de Grote Kerkstraat in de Zeevanck het avontuur tegemoet. Het was midden april en nog vrij fris voor de tijd van het jaar. Bij het land van Jan Hooijberg aangekomen, zagen we een stier van indrukwekkende omvang aan een ketting staan.
De stier met zijn woest uitziende kop boezemde bij ons kleine jongens ontzag in. Toch konden wij niet nalaten het dier te pesten, door met wapperende zakdoeken, grommend, schreeuwend en stampvoetend om de stier heen te rennen. De stier in al zijn grootte was duidelijk niet gediend van het kleine jongens gedoe. Begon vervaarlijk te snuiven en te grommen. Schraapte wild met zijn hoeven in de grond en rukte vervaarlijk aan de ketting. Jan Hooyberg met in zijn onmiddellijke nabijheid broer Arie, bezagen het tafereeltje met argusogen.
Rende onder het uitslaken van allerlei vreemdsoortige kreten op ons af. Het rode hoofd met uitpuilende ogen van Jan, sprak boekdelen. Schreeuwde hees: “Wat mot dat die stier pesten, ik zal jullie” en wierp zich vervolgens woedend op Cor de Graaf, die zelfs in het donker niet bang was, maar nu van angst het bijna in zijn broek deed. Sleurde de danig tegenspartelende en angstig bange jongen naar de dichtstbijzijnde tochtsloot. Wij jongens stonden bij wijze van spreken, aan de grond genageld en keken angstig stil toe, naar de brute handelingen van de kwaaie boer. Met verstikkende stem riep Jan: ”Ken je wel die stier pesten”.
Duwde vervolgens op brute wijze het hoofd van Cor enige malen onder water, die proestend en snuivend naar lucht hapte en huilend schreeuwde: “Ik stik bijna HOOYBERG”. Jan was van die bange woorden niet onder de indruk, gaf Cor nog een schop onder zijn kont waarop hij hem nog naschreeuwde:” “Weg wezen en laat ik je hier niet meer zien.” Het avontuur was voor ons afgelopen
Cor de Graaf vertelde met horten en stoten aan de eettafel wat hij in de polder had meegemaakt. Zijn ouders, broer en zusters waren diep onder de indruk. Cor zijn vader besloot het er niet bij te laten zitten. Liep daags na het voorgevallene kordaat naar de boeren bedoening van Jan en Arie Hooyberg. Hij trof daar de broertjes aan, bezig de melkbussen te boenen.
Verwonderd keek Jan van zijn werk op, zo Joost jij hier, wat heb je op je lever! Joost sissend door zijn tanden: dat ga ik je nu vertellen! Wat je mijn zoon hebt aangedaan is schandelijk, hij had wel kunnen stikken. Idioot die je bent, je blijft voortaan met je poten van mijn zoon af, begrepen!! Zo niet dan ben je met mij nog niet klaar. Jan sputterde nog wat tegen, van de spier pesten, maar vond toch dat hij te ver was gegaan. Ze gaven elkaar een hand en ieder ging zijns weegs.
Heel veel later, toen ik getrouwd was en op Spuistraat 11 woonde, was Jan Hooyberg een rentenierende boer. Hij had zich een klein aangepast dames rijwiel aangepast, omdat hij kort van stuk was. Reed met zijn beste goed meestal op zaterdagmiddag door de Spuistraat. Ik hield hem staande en vroeg:”Waar gaat de reis naar toe.” Hij antwoordde fijntjes:”Naar mijn meissie het knapste meissie van Volendam, ik ga haar een zoentje brengen. Ze loopt wel tegen de tachtig.” Waarop ik antwoordde:”Nou Jan zoen ze, niet te gretig he.”
Het beeld van de kleine man op de fiets, rijdend door de Spuistraat, staat op mijn netvlies geprikt. Voor een ieder die het weten wil. Jan Hooyberg is zijn lange leven vrijgezel gebleven.
Naar waarheid opgetekend, 16 december 2013
door: Jacobus F. Roskam, Rentenierend in Frankrijk.

