Naar de inhoud

Laatste column Adriaan Veerman

Bron: Adriaan Veerman

eddy guyt

Een column schrijven. Het is me wat. 600 woorden op een rijtje, die een bepaalde samenhang moeten hebben. Soms grappig, soms serieus en soms zelfs emotioneel. Ik schrijf columns omdat ik het leuk vind om te doen, maar te vaak zit ik op maandagavond om 23.00 uur achter de computer, omdat het er niet van is gekomen of omdat ik me er niet toe kon zetten. Het gevaar sluipt er dan in dat het resultaat dan niet optimaal is. Dat kun je als columnist je lezers niet aandoen.

Twee weken terug bracht ik me er met een fotocolumn al met een `Jantje van Leiden' af, maar dat moet je natuurlijk niet blijven doen. De afgelopen drie jaar heb ik het met plezier gedaan en veel gevoelens en belevenissen gedeeld. Zo vertelde ik over de dag dat ik in De Zwaluwhoeve een ware bezienswaardigheid was, omdat het bij mij op de Edammerweg nog niet was doorgedrongen dat al die gasten tegenwoordig hun schaamhaar scheren. In 2011 schreef ik al een spottende column over al die mensen die iedere gelegenheid aangrepen om hun `eifoon' te showen. Nu heb ik er zelf één... Zelfs mijn meest beschamende momenten werden via dit medium wereldkundig gemaakt. Zoals die dag dat ik als klein jongetje voor een half bruin naar Klaas Tol werd gestuurd en terug kwam met een fles pudding voor de helft gevuld met gele en de andere helft met bruine pudding.

pius x toernooiOf de dag dat mijn mast Staubach en ik zijn vader midden in de nacht belden voor een lekke band, omdat we dachten dat er veiligheidsbouten op de velg zaten. Het bleken plastic dopjes te zijn, die je er met je nagel kan afkrabben. Nee, ik heb mezelf niet gespaard. Met één uitzondering natuurlijk. En ja, je raadt het al er was één onderwerp waar ik niet over uit gepraat raakte. Dat gaat natuurlijk over die ene dag in 1995, waarop ik de Beste Speler van het Pius X Toernooi werd. Na enkele maanden werd ik al op straat nageroepen: 'He daar heb je de beste speler van het Pius X Toernooi!'

Meestal waren de reacties leuk, maar sommige konden de grap van de herhaling minder waarderen. Met kermis kreeg ik zelfs te horen dat ze mijn ramen in zouden gooien als ik het nog één keer over het Pius X Toernooi had. Verhalen over mijn ooitje kwamen ook regelmatig langs. Zoals over die ene keer dat ze het beslag had gekregen van de oliebollenkraam na afloop van de kermis, als dank voor al die keren dat ze bij ooitje gebruik mochten maken van het toilet. Beetje jammer dat de oliebollendame daarna nog een laatste keer kwam om te plassen en het beslag uit het toilet zag rijzen.

Maar er waren ook serieuze columns. Columns over mensen die ik respecteer zoals wijlen Gerrie Mühren en Martin Poessie. En ook columns over mijn jeugd, waar ik langs winkels loop die allang niet meer bestaan en waar de melancholie van afdruipt. En mijn liefde voor Volendam heb ik als chauvinistisch mannetje ook nooit onder stoelen of banken gestoken. Maar aan alles komt een einde, dus ook aan deze periodieke column. Dat betekent niet dat ik nooit meer een stukje zal schrijven in De Nivo, maar het zal niet meer in een vaste regelmaat zijn.

Dat gezegd hebbende wil ik de de Nivo graag bedanken voor het podium dat ze mij hebben geboden (en alle typefouten die ze er altijd in lieten staan) en zeg ik geen `vaarwel' maar 'tot ziens'. Tegen mijn trouwe lezers zou ik willen zeggen; bedankt voor jullie aandacht, het waren fantastische jaren. Gelukkig ziet niemand me nu als een veredelde Toin van Peperstraten janken achter mijn computer zitten.

Liever geen bloemen...

2 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.