Karakterkoppen: Theo Santen, Toon Harmsen en Theo Stevens
Deze maal een foto van Theo van Santen (l), de karakteristieke visserman en Toon Harmsen. Genomen in de jaren tachtig. Wie meer weet over deze twee Edammers kan ons mailen: stadskrant@wxs.nl.
Met dank aan Oud Edam
We kregen als reactie op de foto van Theo Stevens een eerder geplaatst verhaal van de heer de Wolf voor de periodiek van Oud Edam. Een verhaal waarin de leukste feiten rondom De Knijp van de gebroeders Stevens staat vermeld. Bijgaand een impressie.
Knijp van Stevens verdween in 1978 met mooi feest
Het was 27 januari 1978. Café De Knijp beleefde zijn laatste avond. Met zijn broer Joop en zus Do had hij besloten de schenkerij, annex slijterij, niet langer voort te zetten, dit tot groot verdriet van de vele stamgasten.
Van overheidswege mocht in een slijterij niet langer geschonken worden. Dat betekende dat zij hun slijterij moesten verplaatsen naar het loodsje naast de tapperij en dat de tapperij zelf verbouwd moest worden en voorzien van sanitair. Dat ging hun op hun leeftijd toch te ver. Alleen met de slijterij zouden ze doorgaan.
Met liederen van Bruin Langkemper en Jaap Buijs (Vracht). Waar het voorheen ten strengste verboden was om te zingen klonk die avond op de wijs van ‘Daar komt de Jaap de groenboer aan’:
Joop en Theo ’t is gedaan,
’t is de laatste avond.
Menigeen staat met een traan
om een borrel vragend.
Heden zijn we in de rouw,
morgen staan we in de kou.
Zwaai maar met je handjes
daar gaan al je klantjes.
De Troettown Jazzband speelde vrolijke rouwmuziek. Jaap Roele hield een toespraak. Een bloemstuk met aronskelken en wit-zwart lint met daarop ‘ Rust Roest’ sierde de tap.
Weduwnaar
Vader Anthon Stevens begon een slijterij in 1915 in het voormalige meelpakhuis van J. Tel in de Spuistraat nr.16. Hij trouwde in 1921, het echtpaar kreeg zes kinderen. Hij werd helaas al jong weduwnaar. In Edam was overigens nog een tweede slijterij, die van Jan Huisink, later Jan Keizer op de Voorhaven, naast De Harmonie. De drank werd veelal in mandflessen ingekocht en Stevens vulde zelf zorgvuldig de flessen af. De jenever, waaraan hij in iedere fles een druppel elixer toevoegde, zodat die een karakteristieke smaak kreeg. De citroenbrandewijn en de vieux verkocht hij onder eigen naam. Er was ook een vulmachine voor koolzuurhoudende limonade in kogelflesjes. Advocaat werd geleverd door de joodse firma Bacchus en was kosjer. De crisisjaren waren voor de slijterij en het gezin desastreus, maar na de oorlog leefde de zaak op en begon vader Stevens naast de verkoop ook een glaasje te schenken.
Ontmoetingsplaats
De tapperij voldeed duidelijk aan een behoefte; het was een gemoedelijke ontmoetingsplaats voor een bepaald publiek. In de winter verwarmde een potkacheltje de kleine ruimte, langs de wanden onder de planken met flessen stonden lange banken. Voor het toilet was men aangewezen op het Damhotel, sommigen kwamen niet verder dan de steeg. Tijdens de kermis waren er soms wel honderd gasten, als haringen in een ton.
In het café golden strikte regels: zo mocht er niet gezongen of gedanst worden en om elf uur precies ging de tap dicht. Het is meermalen voorgekomen dat Stevens de kruk onder een plakker heeft weggetrokken. Ook het tempo waarin de gasten dronken werd in de gaten gehouden en zo nodig teruggebracht.
Het verhaal gaat dat Langkemper bij sluitingstijd een fles advocaat voor thuis had gekocht. Bij het opstappen op zijn fiets gleed die fles uit zijn handen op straat voor het café. Vader Stevens, de gele smurrie op de stoep ziende, ontzegde Langkemper drie maanden de toegang tot zijn café. Exact na die tijd stond Bruin weer bij de tap.
Fokkie
Theo was na de oorlog vrachtrijder, eerst met een handkar, daarna met paard en wagen bracht hij goederen en kisten van Oudejans voor de vis naar Volendam en Monnickendam. Dat paard, in Volendam Fokkie genoemd, had de eigenzinnige gewoonte om als het moe was door de achterbenen te zakken en te gaan zitten. In de loop van de tijd nam Theo de zaak over, daarin bijgestaan door broer Joop. ’s Avonds stonden de broers achter de tap als kapiteins op de brug, de één met een sigaartje, de ander een sigaret.
In 2001 benoemde de ondernemersvereniging van Edam Theo tot ‘Ondernemer van de Eeuw’. In 2005 bestond de slijterij negentig jaar. Velen besteedden daar met bloemen aandacht aan. In het daarop volgende jaar moest in verband met de gezondheidstoestand van Theo besloten worden om de zaak te sluiten. Daarmee verdween opnieuw een oud familiebedrijf uit Edam, een plek waar de sfeer van voorheen lang bewaard is gebleven.