Naar de inhoud

Scheepswerf Hakvoort in Monnickendam al eeuwen als scheepswerf in gebruik

Bron: Oneindige Noord-Holland

De locatie van Scheepswerf Hakvoort in Monnickendam is al eeuwen als scheepswerf in gebruik. Dat is wel gebleken na de laatste archeologische opgravingen. De scheepshelling is onderzocht vanwege de vervanging van de helling en een geplande uitbreiding.

Jaarringenonderzoek van hout, ook wel dendrochronologie genoemd, en vondsten zoals aardewerk tonen aan dat de scheepshelling uit de 16de eeuw dateert. Deze is aangelegd op opgehoogde grond, die dus nog ouder is. Op historische kaarten uit de periode 1652-1698 blijkt dat in de 17de eeuw een stuk land gewonnen werd door een deel van de waterkant aan te plempen. Van deze fase is een houten beschoeiing teruggevonden. Op de kaarten is te zien dat na de landwinning drie gebouwen zijn neergezet. Bij het archeologische onderzoek zijn de resten van die drie gebouwen en twee scheepshellingen uit de 16de tot en met de 18de eeuw gevonden.

Van de gebouwen zijn kelders gevonden, en op het terrein was een waterput aangelegd die bij de gebouwen hoorde. Dit en verschillende vondsten wijzen erop dat de gebouwen 17de- en 18de-eeuwse huizen waren. Er zijn vooral veel borden van faience en majolica gevonden. Zij hadden in deze periode hun status van luxeproduct verloren en het was gebruikelijk om dit aardewerk in huis te hebben. De afwezigheid van porselein doet vermoeden dat de bewoners niet heel erg rijk waren.


Plooischotel van faience (1625-1675). Rand verdeeld in panelen en hele bord versierd met florale motieven. Herkomst: Portugal. Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 8871-01.



In de vulling van een tonput uit eind 17de/begin 18de eeuw zijn voorwerpen gevonden die hoorden bij de huisraad van de bewoners. Een ijzeren koekenpan laat veel gebruikssporen zien. Op de bodem zitten allerlei krassen en de steel is afgebroken. Drie gaten laten zien waar deze ooit gezeten heeft. Bij de pan zijn drie losse strips van ijzer gevonden die oorspronkelijk om de rand heen zaten gevouwen. Ook twee tinnen lepels hoorden bij de huisraad. De lepels hebben beide een ovale bak en een rechthoekige, platte steel met klaverbladvorm. Een van de lepels heeft een merkteken, waarop het wapen van Amsterdam te zien is en de initialen van de maker: A.A.

Steelpan (1600-1800). Bron: Huis van Hilde, inventarisnummer: 5257-01.




Tinnen lepels (1700-1800). Bron: Huis van Hilde, inventarisnummers: 5257-02 en 5257-03.



Het is niet duidelijk wie precies in de huizen gewoond heeft. Het zou kunnen dat de huizen bijvoorbeeld bewoond werden door de opzichter of eigenaar van de werf, of dat de huizen ook een andere functie hadden, zoals het kantoor of de kantine van de scheepswerf.

In de laatste helft van de 18de eeuw werden de huizen gesloopt. Waarschijnlijk had dit te maken met de uitbreiding van de scheepswerf en de scheepshelling. Het gebied is hierna tot de dag van vandaag in gebruik geweest als helling, waarbij ze steeds weer werden uitgebreid en vernieuwd. De uitbreidingen die de aanleiding waren voor dit onderzoek horen in deze zin dus in een al zeer oude historische traditie!

Dit verhaal is gebaseerd op de tekst van M. Sonders (Hollandia archeologen) in: De archeologische kroniek van Noord-Holland 2011 door Provincie Noord-Holland, Haarlem.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.