Love Hate Fate - Martine Bond: meisje is temperamentvolle vrouw geworden

Een recensent voorziet in een specifieke behoefte. Hij of zij is intermediair tussen kunst en publiek, en proeft voor; eerlijk, liefdevol maar zeker ook kritisch. Elk ervaren talent dat naar beste vermogen en integer (een eis afkomstig uit die ons nog steeds plagende vroeg-negentiende eeuwse romantiek!) tracht zijn of haar kunst te vernieuwen (een eis die kunstcriticus Baudelaire midden-negentiende eeuw aan moderne kunst stelde) verdient in beginsel een recensie, maar krijgt die niet altijd.
Een recensie is op zichzelf dus al een compliment: aan het vermogen en de intentie wordt niet getwijfeld. Dat is al heel wat. Uiteraard moet een lokale muziekrecensent de verleiding weerstaan om zich te sterk te vereenzelvigen met plaatselijke artiesten: het al te gretig bespelen van de loftrompet is een weg die doodloopt. Aan de andere kant zal iets de grond in schrijven – behalve bij gevestigde namen, bij wie dat nog wel enige aardigheid heeft – waarschijnlijk ook snel gaan vervelen. Een recensie zonder kritiek betreft een zoutloos eerbetoon of een meesterwerk. En van die laatste zijn er niet zoveel.
Binnen de huidige hausse in Martine Bonds marktsegment, de vrouwelijke singer-songwriter, lijkt een muzikante zichzelf door het bespelen van verschillende emotionele registers te kunnen onderscheiden. Anouks ´trendbreuk´ Sad Singalong Songs (2013) bevat uitsluitend zware, donkere soulvolle ballads terwijl Jacqueline Govaerts´ (ex-Krezip) Songs To Soothe (2014) – met Carole Kings Tapestry (1971) als lichtend voorbeeld – slechts ongecompliceerd lijkende, lichtvoetige pop herbergt. Marike Jager betoont zich op The Silent Song (2014) de puurste singer-songwriter door het vooraleerst klein en dicht bij zichzelf te houden. Martine Bonds tweede album Love Hate Fate is – na het jazzy, dromerige, nog steeds fris klinkende Bittersweet Love uit 2006 – qua productie een stuk experimenteler dan de drie albums van haar collega´s.
Deze vernieuwingsdrang blijkt bijvoorbeeld sterk uit het juist daardoor wat onevenwichtige Rise Higher, het karakteristieke Distance (inclusief fraai, galmend rockgitaarintro van Frank Burks en achtergrondzang van Jan Dulles), en het met dat donkere piano-intro en Bonds – door een soort talkbox – vervormde stem beginnende hoogtepunt Mysteria, waarin later ook een ´distorted´ gitaar een hoofdrol speelt; drie van de zes nummers die niet alleen door de internationale producer Alan Branch zijn gemixt, maar ook mede door hem zijn geproduceerd. Alhoewel de credits van het album wat rommelig aandoen – afgezien van de drie ´instrumentale´ interludes, in het sfeervolle Uncovered Keys vocaliseert Bond overigens wel, mixte Branch bijvoorbeeld weer wel alle tracks – wekt het album toch een coherente indruk. Het bevat veertien eigen nummers inclusief vier co-producties.
Martine Bonds stem doet niet onder voor die van voornoemde collega´s. Ze heeft een eigen vocale stijl met een groot bereik inclusief een krachtige kopstem, waar ze moeiteloos naartoe lijkt te schakelen (luister naar het akoestische On The Run tijdens DWDD-optreden de dato 17 april jongstleden). Maar technische perfectie, ook een handelsmerk van haar grote voorbeeld jazz-zangeres Ella Fitzgerald, staat binnen de rock niet centraal op het altaar; iets meer dynamiek, wat vuigheid of een rafelig randje zou bij de gewenste overdracht van deze wat heftigere emoties kunnen helpen. Rauwer betekent ook seksueler. Dat zou ook goed passen bij die gepassioneerde, met klankbeeld verbredende violen (On the Run en Mysteria) en geluidseffecten ´georkestreerde´ rock – de slotakkoorden van Rise Higher lijken zelfs een regelrecht citaat uit Supertramp´s Crime Of The Century (1974) – waar het album op drijft.
Opvallend is dat de enige kleur die de afbeeldingen binnen het artwork bevatten rood is. Naast die van de liefde (lippen) en die van verleiding (drankje, lichten van New York, spitzen) is rood uiteraard ook de kleur van het gevaar en de woede. Ook de albumtitel Love Hate Fate wijst op de aanwezigheid van wat onversneden ´haatliedjes´.
Op dit punt overtuigen zowel het titelnummer, als de single Distance (´But who are you to treat me like you do´), als Had Enough, de track die Bond eigenlijk had willen zingen – in plaats van het samen met Alan Branch gecomponeerde NY – tijdens de tv-uitzending van de beste singer-songwriter van Nederland (editie 2012): ´But I´m angry´ (…) / Give me a shotgun, give me a shotgun´. Dit Had Enough herinnert tekstueel aan Big Exit, het openingsnummer van een belangrijke inspiratiebron voor Love Hate Fate: P.J. Harvey´s Stories From The City, Stories From The Sea (2001). Deze Martine Bond zou nog stoerder zijn als zij net als P.J. Harvey (of Anna Calvi) die elektrische gitaar zelf ook eens ter hand te neemt. Led Zeppelin´s Whole Lotta Love coveren, zoals de door haar gewaardeerde collega Beth Hart (Live in Paradiso, zie youtube) dat doet, hoeft van mij dan weer niet per se.

De thematische rode draad door Love Hate Fate is klassiek: onfortuin in de liefde. NY vormt daar de duidelijkste uitzondering op. On The Run, Lost In A Maze en Rise Higher roeren dit centrale thema niet direct aan maar zijn er wel verwant mee. Zelfs het opvallende slotnummer, de wals – mooie verbinding tussen vorm en inhoud trouwens – Dance Ballerina, gaat over een concurrente in de liefde, die Bond misschien wel bewondert om zo de ´dreiging´ die van haar uitgaat te kunnen neutraliseren; het marionet-aan-een-touwtje-gevoel dat die ´hoekige´ piano hier oproept, herinnert aan De Waanzin / Breng Me Thuis van de 3JS. Hoe Bond zich exact verhoudt tot deze ballerina, die binnen het artwork dus ook een opvallende rol speelt, blijft mijn inziens dus wat onderbelicht.
Voelt zij zich als artieste soms ook een marionet? Loopt ze ook weleens op haar tenen? Waarom staat ze eigenlijk op een podium? Ook in het midden blijft of, en in dat geval in hoeverre, zij in staat is haar onfortuin in de liefde deels ook als onkunde (of zelfs onvermogen) te beschouwen. In het lot gelooft ze – in tegenstelling tot wat de titelsong lijkt te suggereren – immers niet: ´But now it seems that love is turning into hate / Such a shame, I don´t think it is fate.´ (Love Hate Fate). Tekstueel gaat ze niet zo diep als ijkpunt Joni Mitchell. “Maar”, hoor ik u zeggen: “Wie dan wel? Zelfs Bob Dylan doet dat niet”. U heeft gelijk. Love Hate Fate is een moedige, verrassende en overtuigende ´come-back´ in een geheel eigen handschrift. Het meisje van Bittersweet Love is een temperamentvolle vrouw geworden.
Marcel Tuyp - 7 mei 2014
