Nick Tol in Mexico: Gesprek met een taxichauffeur

Afgelopen vrijdag raakte ik (wederom) in gesprek met een taxichauffeur. Meestal vraag ik die mensen waar zij leven en hoe zij financieel rond kunnen komen. Deze chauffeur deed een boekje open.
Toen ik hem in het Spaans vroeg hoeveel geld hij voor zijn auto moest afdragen aan zijn werkgever, antwoordde hij in het Engels: ‘250 peso’s per dag (15 euro), zei hij. Aangezien een ritje in de taxi je hier bijna niets kost, is dat een behoorlijk bedrag.
‘Waar heb je Engels geleerd?’, vroeg ik hem.
‘Amerika’, zei hij.
‘Wat deed je daar?’
‘Ik was constructiemedewerker’.
Typisch zo’n Mexicaan die tien jaar geleden zijn geluk wilde zoeken in Amerika, maar het uiteindelijk niet heeft gevonden. Hij woonde zo’n beetje door heel Californië, maar toen hij tijdens een potje voetbal zijn heup brak, was het einde oefening. Sindsdien heeft hij een prothese en loopt hij met een stok. Hij is teruggevlogen naar Mexico en het enige wat hij daar nu kan doen, is werken als taxichauffeur.
Per week werkt hij gemiddeld 85 uur; zo’n 14 uur per dag. Op zondag heeft hij vrij. Wat hij per dag ongeveer verdient? 36 euro. Doordat het meestal gigantisch druk op de weg is, kan hij niet meer verdienen. En langer werken gaat ook niet, want dan stort hij binnen een paar weken in.
Als ik de balans opmaak, verdient hij dus ruim 700 euro per maand. Daarmee onderhoudt hij zijn zoon en dochter én zijn vrouw, want die zorgt voor ‘the kids’. Ik vond het een inspirerende man. Zelf had hij nooit geld beschikbaar om te studeren, maar nu stelt hij alles in het werk om zijn kinderen een goeie toekomst te bieden. Ze studeren allebei en spreken ook redelijk Engels. De taxichauffeur werkt om te overleven. Na afloop van de rit hebben wij hem een fooi gegeven, met de woorden: ‘Besteed het aan de studie van je kinderen.
Voor mij was het een wake-up call. Ik heb nog nooit last gehad van financiële problemen en had het thuis bij mijn ouders fantastisch. Ik kreeg alles wat mijn hart begeerde, maar toch viel er altijd wel iets te klagen. Daar kun je niets aan doen, als je niet hebt ondervonden hoe het in andere delen van de wereld kan zijn. Ook hier zeggen Anne en ik nog steeds tegen elkaar: redden we het wel, qua geld? Terwijl als ik het afzet tegen het loon van de taxichauffeur, hebben wij het nog steeds buitengewoon goed en zijn wij het aan onszelf verplicht om zo nu en dan een goeie fooi te geven aan iemand die het simpelweg slecht heeft. Het gesprek heeft mij heel diep geraakt.
Dus… kijk eens naar wat je wel hebt, in plaats van wat je niet hebt. En probeer daarmee tevreden te zijn!