Vraagtekens Volendam|80 bij toelatingsbeleid Don Bosco

Uitbreiding van het gebouw aan de Heideweg is noodzakelijk en moet door de gemeente worden betaald. Volendam|80 vraagt zich af of er nog sprake is van wenselijk toelatingsbeleid, nu er leerlingen uit Amsterdam, Landsmeer en zelfs Heerhugowaard worden aangenomen. ’Je zou toch denken dat in deze plaatsen voldoende scholen aanwezig zijn’, aldus de partij. Lees hier het hele Premium artikel op de site van het NHD.
Vragen fractie Volendam|80 en de reactie van het college daarop
VD|80: Momenteel is een uitbreiding noodzakelijk wegens een toename van het aantal leerlingen op het DBC. Wij hebben begrepen dat de groei mede is ontstaan door een bepaalde aantrekkingskracht naar het DBC uit de regio. Het groeiend aantal leerlingen is onder andere afkomstig uit plaatsen verder buiten onze gemeentegrenzen zoals Amsterdam, Landsmeer en zelfs uit Heerhugowaard! Je zou toch denken dat in deze plaatsen voldoende scholen aanwezig zijn.
Vraag:
In hoeverre is er bij het DBC nog sprake van een wenselijk toelatingsbeleid, met andere woorden is er een maximum aantal toelaatbare leerlingen?
Antwoord:
Het bevoegd gezag van het Don Bosco College (de SKOV) bepaalt het beleid met betrekking tot toelating. Dit is vastgelegd in de Wet op het Voortgezet Onderwijs. In beginsel kan de SKOV ervoor kiezen het aantal toelaatbare leerlingen af te laten hangen van het aantal plaatsen dat beschikbaar is. Dat aantal zou dan samen kunnen hangen met de ruimtelijke capaciteit van de school. Wij hebben van het Don Bosco College begrepen dat er géén specifiek beleid bestaat met betrekking tot het leerlingenaantal anders dan in het protocol omtrent De Waterlandse Overstap is gesteld. Daarin is opgenomen dat de VO-scholen binnen het Samenwerkingsverband Waterland leerlingen die afkomstig zijn uit een gemeente in dat samenwerkingsverband in beginsel aannemen, behoudens de uitslagen van enkele tests c.q. onderzoeken die afgenomen worden in het kader van De Waterlandse Overstap. De onderwijshuisvestingsverordening biedt het bevoegd gezag van groeiende VO-scholen de mogelijkheid uitbreiding van onderwijshuisvesting aan te vragen.
Vraag:
Wordt elke leerling die zich aanmeldt en aan de eisen voldoet toegestaan?
Antwoord:
Zie het antwoord op de vorige vraag.
Vraag:
Wat is het benodigd aantal m2 vloeroppervlak wanneer er uitgegaan wordt van aanwas uit eigen gemeente plus Zeevang en Monnickendam erbij de komende 10 jaren?
Antwoord:
Op basis van de leerlingenprognose die de SKOV heeft aangeleverd en op basis van de formules uit de onderwijshuisvestingsverordening is de ruimtebehoefte in de komende 10 jaren als volgt:
Jaartal - Ruimtebehoefte in vierkante meters bvo:
2014 - 12156
2015 - 12641
2016 - 12837
2017 - 12941
2018 - 13007
2019 - 12816
2020 - 12491
2021 - 12197
2022 - 11839
2023 - 11461
2024 - 11084
Uit de prognose valt op te maken dat in het schooljaar 2013-2014 98% van het aantal leerlingen uit het eerste leerjaar afkomstig was uit de gemeenten Edam-Volendam, Zeevang en Waterland. Indien dat percentage wordt toegepast op het totale leerlingenaantal, zou dat betekenen dat er in de komende 10 jaren gemiddeld 35 kinderen afkomstig zijn uit een andere gemeente dan de drie hierboven genoemde gemeenten. Gemiddeld genomen neemt de ruimtebehoefte toe met 6,3 vierkante meter bvo per leerling. Van de ruimtebehoefte in de bovenstaande tabel zou dus 245 afgetrokken moeten worden indien de ruimtebehoefte louter gebaseerd zou zijn op het aantal leerlingen uit Edam-Volendam, Zeevang en Waterland.
Vraag:
Is het toelatingsbeleid van het schoolbestuur voor een uitbreiding als deze alles bepalend of kan de gemeenteraad een richting geven aan het bestuur waarin bijvoorbeeld een maximum aantal leerlingen wordt vastgesteld op basis van demografische ontwikkelingen ten aanzien van de bevolkingsgroei Edam-Volendam-Zeevang en Monnickendam?
Antwoord:
Zoals gesteld bij het antwoord op de eerste vraag bepaalt het schoolbestuur het beleid omtrent toelating van leerlingen. De gemeente speelt daar geen rol in.
VD|80: Vòòr aanvang van een nieuw schooljaar is er reeds voldoende kennis over leerling aantallen en de capaciteit lokalen welke daarvoor noodzakelijk is. Men wist dus dat er een tekort zou ontstaan en is uitgeweken naar een dependance voor een overgangsperiode totdat de uitbreidingen bij het DBC gereed zijn.
Antwoord:
Wij nemen uw stelling voor kennisgeving aan.
Vraag:
Wordt er rekening gehouden met toekomstige groei of krimp?
Antwoord:
De verordening kent verschillende regels en voorwaarden waaraan een uitbreidingsaanvraag wordt getoetst. In beginsel heeft een school voor voortgezet onderwijs recht op extra ruimte indien de genormeerde ruimtebehoefte groter is dan de vastgestelde capaciteit van de school. Indien de extra behoefte zich ten minste 4 jaren en maximaal 15 jaren voordoet, is er sprake van een tijdelijke ruimtebehoefte. Indien de extra behoefte zich langer dan 15 jaren voordoet, is er sprake van een permanente ruimtebehoefte. Of hier sprake van is, wordt bepaald aan de hand van een leerlingenprognose. Dat is in feite de basis voor een eventuele uitbreiding.
Vraag:
Is er inmiddels sprake van een aanbesteding en een indicatie wanneer wordt gestart met de bouw bij het DBC?
Antwoord:
Zoals in onze brief vermeld die wij u medio juli 2014 hebben gestuurd, hebben wij de voormalige Blokwhere voor tijdelijk gebruik ingezet ten behoeve van het Don Bosco College. Er heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden over de wijze waarop de permanente ruimtebehoefte wordt ingevuld. Het college zal zich eerst uitspreken over de gewenste richting met betrekking tot de invulling van de permanente ruimtebehoefte. Deze gewenste richting zal vervolgens op het concept-onderwijshuisvestingsprogramma 2015 worden geplaatst. Dit concept-programma wordt tijdens een OOGO besproken met de schoolbesturen. Daarna stelt het college van B en W het onderwijshuisvestingsprogramma 2015 vast. Sinds de invoering van het dualisme is dus het college de partij die de inhoud van het onderwijshuisvestingsprogramma vaststelt. Op het moment dat er voorzieningen op het programma worden geplaatst waarvoor in een later stadium een krediet is benodigd, zal de voorziening onder voorbehoud van kredietverstrekking door de gemeenteraad op het programma worden geplaatst.
Vraag:
Hoe groot wordt het totale vloeroppervlak in de nieuwe situatie van de school?
Antwoord:
Dat hangt af van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de permanente ruimtebehoefte.
Vraag:
Wat is de verwachting wanneer het nieuwe deel in gebruik kan worden genomen?
Antwoord:
Zie de beantwoording op bovenstaande vraag inzake het proces rondom de invulling van de permanente ruimtebehoefte.
Vraag:
Waarom is er niet in een vroeger stadium krediet aangevraagd voordat er investeringen gedaan moesten worden in de Blokwhere als dependance?
Deze manier van handelen zorgt ervoor dat de raad wederom achteraf voor een voldongen feit staat.
Antwoord:
Medio juli 2014 hebben wij u een brief inzake de tijdelijke huisvesting van het Don Bosco College gestuurd. In deze brief staat weergegeven dat er op 27 juni een OOGO met alle schoolbesturen is gehouden waarbij de tijdelijke en permanente uitbreidingsaanvraag van de SKOV is besproken. Naar aanleiding van dat OOGO hebben wij uiteindelijk begin juli besloten de voormalige Blokwhere in gebruik te geven aan de SKOV ten behoeve van het Don Bosco College. Ook is in de brief opgenomen dat ingevolge daarvan de SKOV op basis van de verordening recht heeft op een bedrag voor de zogenaamde eerste inrichting en dat de SKOV vooruitlopend op een raadsbesluit de investeringen reeds in de zomervakantie wilde gaan plegen. Dit vanwege de urgentie omdat het nieuwe schooljaar medio augustus zou aanvangen.
VD|80: Des te groter de school, des te kleiner wordt de sociale controle en daarmee de veiligheid. Steeds vaker worden we in het landelijke nieuws geconfronteerd met agressie en geweld school soms met fatale afloop.
Vraag:
Wordt er rekening gehouden met de veiligheid van onze kinderen wanneer een school dusdanig groot wordt?
Antwoord:
Het schoolbestuur is in beginsel verantwoordelijk voor leerlingen die zich in het schoolgebouw bevinden. Scholen voor voortgezet onderwijs moeten over een veiligheidsplan beschikken. Dit plan heet ook wel het plan voor veiligheid, gezondheid en milieu. In het veiligheidsplan staat wat de school doet aan de:
• fysieke veiligheid (inrichting van het schoolgebouw);
• sociale veiligheid (omgaan met bijvoorbeeld agressie en geweld);
De onderwijsinspectie controleert of scholen daadwerkelijk over een veiligheidsplan beschikken.
Vraag:
Hoe gaat de school om met de veiligheid van 1700 leerlingen en wordt er daarbij ook rekening gehouden met een groeiend aantal leerlingen?
Antwoord:
Zie het antwoord op de vorige vraag.
Vraag:
Is er een veiligheidsprotocol?
Antwoord:
Op de korte termijn waarop wij uw vraag van een antwoord voorzien hebben wij nog niet bevestigd gekregen van het Don Bosco College dat er daadwerkelijk een veiligheidsplan bestaat. Wij hebben geen enkele reden om aan te nemen dat het Don Bosco College niet over een dergelijk plan zou beschikken.