50 Jaar Stichting Katholiek Onderwijs Volendam
Het gouden feest van het SKOV is de kroon op een lange geschiedenis, zelfs langer dan vijftig jaar. Er was openbaar onderwijs op Volendam, vanaf 1658. In 1893 werd de openbare school op het Noordeinde (uit 1872) een katholieke meisjesschool, geleid door de zusters, helemaal op kosten van de bevolking. In 1913 volgde de oprichting van de eerste katholieke jongensschool, ook weer op kosten van de bevolking.

Onder leiding van het kerkbestuur is dat zo gegaan tot 1964, toen dat niet meer verantwoord was door de grootte en de veranderingen. Toen is de SKOV opgericht, de Stichting Katholiek Onderwijs Volendam. Om alle kinderen goed onderwijs te kunnen blijven geven. De mens als leerling is, in de woorden van Mgr. Hendriks onze hulpbisschop, geen vat om te vullen, geen pc om te programmeren, maar een levend wezen. Een persoon met gaven en talenten en daar richt de SKOV zich op.
Mannen en vrouwen geven op de scholen hun beste krachten om de kinderen in hun talenten tot bloei te laten komen. Met als ideaal dat er ruimte is voor ieder kind, en dat er oog is voor elke individuele ontwikkeling, waarbij wat op de basisschool tot bloei gekomen is, verder kan groeien op de middelbare school en elk kind een volwaardige plaats in de samenleving kan verwerven. De school wil blijven kijken naar de mens, en niet alleen naar de talenten.
Daarom is de school ook een plaats waar kinderen en jongeren elkaar ontmoeten. Niet alleen daar naar toe komen voor de leerplicht, om wat moet, maar ook om te ontmoeten, te mogen worden wie je bent, wat ook al het ideaal was van de kerkvader Augustinus. Dat heb je hard nodig (mogen zijn wie je bent) op twee manieren: om datgene te ontwikkelen waar je heel goed in kan zijn, maar ook om te leren omgaan met waar je niet goed in bent. En leren aanvaarden dat dit zo is. In beide gevallen is de naastenliefde cruciaal: elkaar gunnen en helpen en stimuleren om heel erg goed te zijn, en elkaar niet afvallen of naar beneden halen als losers, wanneer dingen niet goed gaan.
In zijn leven is Jezus daarin een perfect voorbeeld: Hij stroomt over van talenten, en is onvermoeibaar daarmee aan het werk, maar heeft in alle evangelieverhalen altijd de meeste aandacht voor mensen waar het niet goed mee gaat. Een volmaakte bron van inspiratie voor de idealen van de SKOV. Sprekend over de idealen van de SKOV, en na gesproken te hebben over het begin van het katholiek onderwijs op Volendam en het begin van de SKOV zien we ook grote veranderingen. Spreken over Jezus was altijd (zoals Jezus dat zelf ook deed), spreken over God. En dat is in onze tijd in onze westerse samenleving niet meer vanzelfsprekend!
In de praktijk van het onderwijs kan ik me goed voorstellen dat dit niet als belangrijkste probleem van de school ervaren wordt. Maar hopelijk hebt u er begrip voor dat ik daar wakker van kan liggen. Zeker in het licht van het evangelie van zondag 26 oktober, waarin Jezus als belangrijkste geboden geeft: als eerste God beminnen met heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand en als tweede, gelijkwaardig met het eerste, onze naaste beminnen als onszelf. Niet los verkrijgbaar: God beminnen en de naaste. De naaste beminnen gebeurt gelukkig in onze dagen op vele manieren. Maar God persoonlijk beminnen, daarover met elkaar spreken en er dan een vorm voor vinden om die liefde te laten zien, dat is veel moeilijker.
Ik las ergens: 'Onder de vele vragen die ik mijzelf stel, houdt geen vraag mij meer bezig dan het raadsel, dat de mens, trots op zijn vooruitgang, zich in grote getale afkeert van God. Hoe is het godsbeeld zo verduisterd, dat zo velen er niet meer door getroffen worden? Wordt er iets van ons gevraagd om het weer in helderder licht te doen stralen over de wereld en mogen wij de hoop hebben, dat een studie van het Godsbegrip deze nood zal lenigen?'

Deze woorden zijn uit 1932, van de zalige Titus Brandsma. En hij begreep toen al heel goed (juist vanuit zijn studie van Godsbeelden) dat elke tijd andere Godsbeelden heeft; hij was niet star, en daarom vroeg hij zich af: kan ik een Godsbeeld schetsen dat de mensen van nu aanspreekt? En ik, als priester in deze tijd, ik zoek met hem mee. Zijn antwoord, dat in de praktijk gegroeid is, kwam in de tweede wereldoorlog naar voren: hij werd opgepakt om zijn verzet tegen de nazi's en zijn oproep aan de katholieke kranten om zich niet door de nazi's te laten gebruiken, en hij stierf als martelaar voor het geloof omdat hij vanuit het geloof verdedigde dat elke mens respect verdient, mag worden wie hij is.
Worden zoals hij en zij van eeuwigheid af door God zijn bedoeld en gewild en geliefd. Net als Jezus wilde Titus niet wijken voor het kwaad, voor de georganiseerde haat. En tot het laatst maakte hij het waar, doordat hij in al zijn medemensen, ook in zijn vijanden, het beeld van God bleef zoeken. Zodat zelfs de meest geharde kampbewaker in de buurt van Titus huilde toen hij stierf. De kinderen van onze scholen ontmoeten nog in groten getale Jezus in het vieren van de eerste communie; er zijn leerkrachten die bidden met de kinderen en Bijbelverhalen vertellen en nog veel meer; ook nog veel kinderen ontvangen in het vormsel het zegel van de heilige Geest. Daarna zijn er geen speciale momenten meer waarin de leerlingen vanuit de school met de kerk in aanraking komen.
Dat betekent voor de kerk dat zij het biddend aan die heilige Geest toevertrouwt wat er verder gaat groeien en bloeien; hoe zij God verder leren kennen, hoe zij God verder ontmoeten in hun leven. Hoe zij God verder zullen gaan ontmoeten in hun medemensen, (ook in de noodlijdenden en de behoeftigen) maar ook persoonlijk. En dat is voor het grootste gedeelte Gods geheim, want ieder leert Hem kennen op Zijn tijd. Daar zit iets heel moois in dat de kerk het aan God wil toevertrouwen hoe de kinderen God ontmoeten: de grote profeet Jeremia heeft mogen profeteren dat er ooit een tijd komt waarin niemand meer een ander over God hoeft te onderwijzen. Er leeft veel in elke mens, en God is daar vaak zelf aan het werk en we moeten Hem niet voor de voeten lopen. Maar laten we ook nuchter en eerlijk zijn: de tijd die Jeremia heeft mogen voorzien is nog niet ten volle aangebroken!!
Daarom schuilt er ook een gevaar in om het aan God toe te vertrouwen en zelf geen actie meer te ondernemen, en ik wil dat in voorzichtigheid zeggen, maar niet zwijgen: het gevaar is dat er niet meer over God gesproken wordt omdat we niet meer met elkaar in gesprek kunnen over onze godsbeelden. Omdat we er ruzie over kunnen krijgen en het niet lukt om daarover in gesprek te gaan. Dat er geen verder contact meer is tussen de scholen en de kerk om die reden, en omdat het gesprek tussen wie wel geloven en wie niet geloven niet op gang komt, maar heel snel overgaat in boosheid en verwijten. Maar er voortaan daarom over te zwijgen, daar heb ik zorg over.
Gesprekken over God mag je op katholieke scholen verwachten. Als iets dat gewoon is en regelmatig gebeurt, tot in de hoogste klassen zowel van de basisschool als van de middelbare school. En ook in verbondenheid met de kerk, een verbondenheid die gezocht moet worden, want het lichaam van Christus op aarde is geen los zand; de gelovigen en de voor het aardse bestaan georganiseerde vorm zijn niet iets verschillende, en hebben in Jezus zelf hun eenheid. Die moet gezocht worden en vorm gegeven worden. Dat is een zoektocht tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.
Zoals achter op het missaaltje van afgelopen weekend stond, in de woorden van Mgr. Bluyssen, zaliger nagedachtenis: 'in het noodzakelijke eenheid, in het niet noodzakelijke vrijheid, en in beide liefde'. Titus Brandsma maakte zich in zijn tijd zorgen en had tegelijk vertrouwen. De mens is ongeneeslijk religieus. Op zoek naar zingeving. En Titus geloofde dat het juist in deze tijd de mens aanspreekt dat God de diepste grond is van ons bestaan is en in ons wonen wil. Velen willen dat dan misschien eerst zelf ontdekken, en dat kan een proces zijn waarbij het wijs is afstand te houden. Maar er willen ook verkeerde krachten in ons wonen. Die moeten we in bedwang houden en overwinnen. Daar heeft Titus Brandsma zelf ondervonden. En in de wereld van vandaag zijn daar vele uitingen van te zien.
Juist in de volwassen wereld van onze dagen kunnen we ervaren we dat God hard nodig is, juist omdat er ook uitingen van geloof zijn die haat prediken en tonen, en het minachten en waardeloos vinden van medemensen. Daarom is God zoals Jezus Hem heeft doen kennen heel hard nodig: liefde. Voor Jezus was zijn Vader in de hemel de allerbelangrijkste in zijn leven als mens op aarde, en daar haalde Hij de kracht en de wijsheid vandaan voor de liefde tot de naaste, elke naaste, opdat deze kan worden wie hij of zij is.
Zo wil ik eindigen met het verlangen dat God zo voor de leerkrachten en de medewerkers en de vrijwilligers en de ouders, en voor de leerlingen van de scholen van de SKOV een persoonlijk gekende God mag zijn; de levende God die Hij is, liefde en bron van liefde. En ik bekrachtig die wens met woorden van Paulus uit de brief aan de Efeziërs: moge God u, alle leerkrachten en medewerkers en vrijwilligers en ouders van alle scholen, met en tot zegen van alle leerlingen, machtig door zijn Geest sterken; dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Moogt gij de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat. Mogen zo de leerlingen, met hun talenten, tot volle bloei kunnen komen, tot in lengte van dagen.
Op deze wijze: heel hartelijk gefeliciteerd.
Pastoor Paul Stomph