Naar de inhoud

Henk Veerman: "De wereld draait niet alleen om Volendam"

Bron: Voetbalzone

henk veerman

Met zijn twee meter en een rits doelpunten is Henk Veerman (23) een bezienswaardigheid in de Jupiler League. Een paar jaar geleden was de eigenzinnige spits van FC Volendam nog een laatste man op amateurniveau. ‘Deze jongen maakt stappen met zevenmijlslaarzen.’

Het is een mistroostige morgen in Volendam als Henk Veerman met een platte hand onophoudelijk over zijn rechterbovenbeen wrijft. Een week eerder, in het bekerduel met Sportlust ’46, heeft hij een knietje gekregen. Die zogeheten paardenkus weerhield hem er niet van drie keer te scoren. Na het weekeinde maakte hij er nog twee tegen Jong FC Twente, zijn elfde treffer in elf officiële wedstrijden. De langste spits in het betaalde voetbal stond met vier pijnstillers op het veld, want hij heeft geen tijd te verliezen. Henk Veerman moet wat mensen overtuigen. ‘In deze vorm krijg ik ook op tachtig procent nog twee of drie kansen per wedstrijd. Ik sta nu in de basis. Ik wil niet afhaken.’

Maar dat was niet de enige reden voor zijn vastberadenheid. Hij zat weer in de beladen week van 2 november. Op die dag, vijf jaar geleden, stapte zijn beste vriend Jan Schilder uit het leven. ‘Ik ben extreem nuchter, maar die datum zit wel in mijn hoofd’, zegt Veerman. ‘Sindsdien wil ik altijd scoren. Zie het maar als een eerbetoon. Vorig seizoen liep ik bij Achilles ’29 een uur warm. Twee bussen vol supporters waren meegereisd. Ze scandeerden onze namen. De familie van Jan zat op de tribune. Een minuutje mocht ik meedoen. Daar kreeg ik wel een dreun van. Zodra het om de knikkers gaat, verdwijnt het menselijke aspect snel naar de achtergrond.’

Henk Veerman is een man met een mening. En met een verhaal. Guyon Philips, zijn concurrent in de voorhoede, liep eind september een knieblessure op. Vanaf het moment dat trainer Hans de Koning koos voor Veerman en de laatste zomeraanwinst Kevin Brands, gebeuren er bijzondere dingen. Week in, week uit is het spitsenduo trefzeker. Met name Veerman verrast, als ongeschoolde underdog, vriend en vijand. Een paar jaar geleden nog maar voetbalde hij op zondag in de lagere regionen. Hij was eerst een rots in de defensie. Toen hij zich begon te ergeren omdat er te weinig werd gescoord, verhief hij zijn stem. Het kwam erop neer dat Veerman zich even met de zaak wilde bemoeien. ‘Ga dan maar’, zei de trainer. Prompt maakte de kolos drie doelpunten en RKAV Volendam had een nieuwe spits.

En zo zat het leven van Veerman wel vaker vol met onverwachte wendingen. Berry Smit, inmiddels de assistent van De Koning, haalde hem naar de zaterdagtak. Die ploeg kwam uit op het hoogste amateurniveau. Even later promoveerde de coach zelf naar de beloften van FC Volendam en opnieuw stak hij zijn nek uit voor Veerman, die zijn baan als schilder opgaf.

henk veerman sportlust

‘Henk heeft iets aparts’, zegt Smit. ‘Hij is twee meter, maar bloedsnel. Ongeëvenaard. En of hij nou laatste man was, in de spits stond of linksbuiten; volgens mij is hij jarenlang topscorer geweest. Geef Henk een bal in de zestien en hij schiet ’m gewoon binnen, met links en met rechts. Eigenlijk is hij als voetballer helemaal geen jongen van 23. Je moet hem zien als een ruwe diamant van negentien die op een ongelooflijke manier bezig is aan een inhaalrace. Deze jongen maakt stappen met zevenmijlslaarzen. Ik ben benieuwd waar dit eindigt.’

Een probleemkind, werd hij vroeger genoemd. ‘Een lastige klojo’, zegt Smit, die voor veel talenten een vertrouwensman is. Hij spreekt de taal van de Volendammer, kent de humor en het cynisme. ‘In de tijd dat Henk het schilderen nog met voetballen combineerde, zal hij mij echt weleens gehaat hebben als hij thuis superstijf op het bankie lag. Ik hield rekening met zijn werktijden, maar ik was niet altijd lief voor hem. Anders zou het niks worden. Hij werd topfit. In zijn eerste seizoen in de beloften maakte hij 26 goals. Vervolgens viel hij steeds vaker in. Voor dit soort jongens steek ik mijn handen in het vuur. Het is geweldig om Robert Mühren naar AZ te zien gaan, nadat we hem drie keer hebben opgelapt. Sommige mensen vragen dan of ik een keuken mag uitzoeken, als bonus. De trots die ik voel, dát is mijn bonus.’

Mondige Tiener

Veerman was een mondige tiener die leidinggevenden van repliek diende wanneer iets hem niet zinde. Hij kon het bij de amateurclub slecht vinden met de trainer van de A1 en werd weg-gestuurd. Als senior in het zondagvoetbal leerde hij doseren. ‘Ik was natuurlijk gewoon een broekie die in het begin niet te veel mocht zeggen. Ik stond naast mannen die prof waren geweest. Als je dan gekke dingen gaat roepen, trekken ze je meteen aan je staart. Dat is ook wel wat ik nodig had. Een beetje sturing en een goed gesprek op z’n tijd doen wonderen.’

Op elftalfoto’s zetten ze hem altijd precies in het midden, op de achterste rij. Zo ontstaat er vanzelf een kerstboomformatie en valt hij niet uit de toon. Hij las al ergens dat hij maat 54 heeft. Dat was ietwat overdreven. Los daarvan werkt zijn basketbalpostuur vooroordelen in de hand. ‘Als je hier gaat vragen of de mensen mij kunnen omschrijven, hoor je vaak: Lange jongen, beetje lui. Net of-ie er geen in heeft. Prima, iedereen mag dat zeggen. Het klopt alleen niet. Michiel Kramer had dat stempel ook in Volendam. Tegen die schijn van het uiterlijk zullen we altijd moeten knokken.’

contract henk veerman

Zijn contract zou na het afgelopen seizoen niet verlengd worden, de lovende woorden van Berry Smit ten spijt. Veerman was al rond met Topklasser FC Lienden. In de laatste thuiswedstrijd tegen Achilles ’29 scoorde hij, als invaller, vier keer binnen tien minuten. Wereldwijd kwam zijn naam in de geschiedenisboeken. Hij mocht alsnog blijven. Volgens de clubleiding had het niets met zijn oprisping te maken. Het gaat er bij Veerman moeilijk in.

‘Ik heb het nagevraagd. Het contract lag al klaar, zeiden ze. Volendam heeft mij inderdaad een aanbieding gedaan, maar die viel een stuk lager uit. Terwijl was afgesproken dat ik qua salaris omhoog zou gaan. Ik kwam uit de bouw, had een goede loonzak. Destijds heb ik fors ingeleverd om deze stap te maken. Na een jaar zou ik in de buurt komen van wat ik als schilder verdiende. Ze vertelden me dat het crisis was, dat een aantal sponsors ging stoppen. Ik heb eerlijk gezegd dat ik een huisje laat bouwen in Volendam en dus ook verder moest. Dat vonden ze begrijpelijk. Maar ineens moest ik terugkomen bij het bestuur en was er wel iets mogelijk.’

Nooit overwogen om te bedanken voor de eer?

‘Mijn doel was altijd om eerst hier te slagen. Maar het werd me wel moeilijk gemaakt. Als een Volendammer laat zien wat hij kan en je praat over twee gelijkwaardige spelers, vind ik dat hij de voorkeur moet krijgen boven jongens van buiten het dorp. Voor de sponsors en het publiek is dat toch veel mooier? Misschien is dat ook wel doorslaggevend geweest in mijn geval. Er waren wat mensen die zich achter de schermen sterk hebben gemaakt voor mij. En zo’n invalbeurt werkte in dit geval wel mee. Door vier doelpunten zag de wereld er heel anders uit.’

Een beter voorbeeld van het opportunisme in de voetballerij is niet te vinden.

‘Je bent zo goed als je laatste wedstrijd. En die dag was ik erg goed. Maar het stond ook al vast dat Damien Menzo moest vertrekken. Ik vond dat vreemd. Hij speelde vorig seizoen en ik zat op de bank. En dan stuur je hém weg? Daarna werd ik topscorer van de voorbereiding. Het seizoen ging beginnen en Guyon Philips kwam er nog bij. Hij kreeg meteen de voorkeur, ik kon weer gaan zitten. Best apart, dat daar dan niet even over gesproken wordt. Kennelijk werkt dat zo. Misschien moet ik nog wennen aan de voetballerij.’

‘Het ziet er sloom uit, ik weet het. Elke jongen boven de 1 meter 90 zal dat beamen. Daar komt bij dat er bij de amateurs nooit aan mijn looptechniek is gewerkt. De ballen vlogen er toch wel in. Als ik nu beelden terugzie, denk ik ook: Henk, dat moet echt anders. Maar mijn snelheid lijdt er niet onder. Daar heb ik al vrij veel tegenstanders mee verrast.’

Je toont momenteel aan dat je geen lantaarnpaal bent.

‘Volgens mij deed ik dat vorig seizoen ook al. Ik speelde alleen heel weinig. Ik viel zelfs een paar keer buiten de selectie. Dat doet iets met je. Een trainer wekt daarmee de indruk dat hij het niet echt in je ziet zitten. Is niet erg. We denken allemaal verschillend over voetbal. Maar er zijn ook mensen die wél in mij geloven. Dan zit je best in een lastig parket. Als persoon sta ik sterk in mijn schoenen en ik ga zeker niet veranderen. De meeste trainers houden daar niet van’

Volgens de overlevering ben je een lastige jongen.

‘Ik weet ook niet waarom ik dat stempeltje kreeg. Omdat ik zeg wat ik vind? Er zijn twee soorten voetballers: de ene groep klaagt in de kleedkamer en de andere stapt op een trainer af. Ik ben niet iemand die ’s morgens aan hem vraagt of zijn koffie lekker was. Ik hoef geen wit voetje te halen. Ik wil er gewoon komen op eigen kracht. Als persoon sta ik sterk in mijn schoenen en ik ga zeker niet veranderen. De meeste trainers houden daar niet van. Ik vind juist dat je meer van die types in het voetbal nodig hebt.’

Wat moet jij doen om nog meer krediet op te bouwen? Twintig goals maken? Dertig?

‘Geen idee. Ik loop nu een-op-een, dus het gaat best aardig. Mijn eerste vier doelpunten maakte ik als invaller. Toch is op de een of andere manier de laatste jaren gebleken dat ik vrij weinig goed kan doen.’

Jij bent niet bepaald een doorsnee Volendammer.

‘Met de spitsentrainers Pier Tol en Nico Runderkamp werk ik hard aan het afronden en mijn schotkracht. Maar ik moet het natuurlijk niet hebben van vloeiende schijnbewegingen. Ik behoor tot de categorie die geen actie maakt als het niet hoeft. Robert Mühren zag je nooit drie mannetjes passeren en toch was hij altijd verschrikkelijk scherp in de zestien. Misschien is het mijn geluk dat hij vóór mij zat. Hij liet zien dat het ook een manier van voetballen is. Mensen gaan er meestal van uit dat je geen techniek hebt als je lang bent. Terwijl ik het echt van mijn voeten moet hebben. Koppen is voor mij de minst effectieve manier om af te werken, dat is dan wel weer grappig.’ Lachend: ‘Als ik dat ooit nog ga beheersen, is er geen houden aan.’

Eindstation als begin

jan schilder

Op zondag 1 november 2009 hadden ze wat te vieren, de amateurs van RKAV Volendam. Het werd laat in de kantine. Opeens begon de mobiele telefoon van Henk Veerman te brommen. Een kort bericht. Dag vriend. De achttienjarige Jan Schilder dwaalde op dat moment in Amsterdam wanhopig langs de rails van zijn eindstation. De turbulentie in een prestatiemaatschappij bracht hem ten val. Tot het laatste levensteken hadden zijn ouders en vriendin vergeefs geprobeerd hem uit zijn isolement te halen. Maar hij dook de dood in en zij bleven verdoofd achter op perron 13. Veerman schrok wakker uit zijn roes. Meteen belde hij terug. ‘Maar Jan drukte me weg.’ Er kwam nog wel een tweede sms’je. Niet bellen, want dan kan ik het niet aan. Ik spreek je nog wel. (Hier het boek van Jan Schilder.)

‘Na een half uurtje in de achtertuin te hebben gestaan, ben ik naar binnen gegaan om te vragen waar Jan was. Ze zeiden dat hij voor de trein was gesprongen… Achteraf is me verteld dat Jan zijn telefoon op een gegeven moment weggooide. Ik voelde dat het niet goed zat. Ik ben naar zijn ouderlijk huis gelopen, heb eerst een tijdje in de achtertuin gezeten en naar binnen gekeken. Daar zag ik zijn zussen in tranen. Ik dacht: Het kan toch niet zo zijn dat zij huilen om wat ik nu in mijn hoofd heb? Dat kan gewoon niet… Na een half uurtje ben ik naar binnen gegaan om te vragen waar Jan was. Ze zeiden dat hij voor de trein was gesprongen.’

Ze groeiden samen op. Kleuterschool. Lagere school. Voetbalclub. De Dijk. Dat was hun zorgeloze, overzichtelijke wereld. Later, ergens tussen de verplichtingen en verlokkingen, verdwaalde Jan Schilder in het dorp waar veel verbondenheid zit, maar ook veel verborgen leed. Veerman: ‘Stel nou dat ik tegen u zeg: Ik duik hier met een steen aan mijn voeten zo de zee in. En daarna begin ik te lachen… Dan denkt u: Wat moet ik ermee? Ik wil maar aangeven dat het moeilijk is bepaalde signalen op te pikken als je zeventien bent. Ik heb na de dood van Jan heel lang in de spiegel gekeken. Het zou niet in mij opkomen voor een trein te springen, al zit je nog zo diep in de put. Jan was door de chaos in zijn hoofd gewoon het randje al over. Dan is niemand tegen te houden. Zo heb ik het tenminste geformuleerd, voor mezelf. Om het een plek te kunnen geven.’

‘Kort voor zijn dood stuurde Jan de achterblijvers nog een bericht; dat-ie met de bus naar het Centraal Station ging. En bedankt voor alles. Over het algemeen zien mensen zo’n noodkreet als een positief signaal. Dan wil je toch gered worden? Maar dat sms’je aan mij was weer heel resoluut. Anders gooi je je telefoon niet weg. Het was zijn manier om afscheid te nemen.’

Nog steeds komt Veerman wekelijks bij de ouders van Jan Schilder over de vloer. Jaren geleden haalde hij er de inspiratie om toch nog voor zijn kans in het betaalde voetbal te gaan. Kees Schilder is vaak kritisch geweest op de twee vrienden. ‘Tot op zekere hoogte was Jan vroeger heel talentvol’, zegt Veerman. ‘Fysiek sterk, geweldige trap. Maar de A1 heeft hij uit eigen initiatief verlaten. Hij kon het slecht vinden met de trainer. Moesten ze voor straf rondjes lopen. Jan was het daar niet mee eens. “Ik ga helemaal niks geen rondjes lopen”. Dus kon hij vertrekken. “Nou, tot ziens dan maar”, zei Jan en hij liep gewoon weg. Hij was daar nog extremer in dan ik.’

Daarover ging het nog eens toen hij bij de familie Schilder was, kort na de tragedie. Veerman: ‘Het is geen toeval dat Kees en Berry Smit goed bevriend zijn. Zij weten mij te raken, zijn belangrijk geweest voor mijn carrière. Kees beschouw ik min of meer als mijn tweede vader. Hij was altijd degene die zei dat wij makkelijk het betaalde voetbal konden halen, maar dat we daar dan wel alles aan moet doen. En ik beloofde hem niet dat ik het ging proberen, ik zei zelfs dat ik het zeker zou gaan redden. Sinds dat gesprek ben ik ook best veranderd. Ik besefte: als ik het nog wil, moet het nú gebeuren. Ik zeg ook niet alles meer tegen een trainer. Als hij boos is, kun je beter even je mond houden, want dan is het toch nooit goed. In die dingen word je wat slimmer. Nu wacht ik eerst een dag.’

Verfijning bij volle maan

De week van de weemoed eindigt bij volle maan. FC Volendam wint voor de tiende keer dit seizoen en blijft de grote clubs NEC en Roda JC in de nek hijgen. Kevin Brands maakt tegen Jong PSV de enige treffer. Henk Veerman krijgt wat hij voorspelde: twee kansen. Drie dagen had hij over zijn pijnlijke bovenbeen zitten wrijven. Kort voor het duel in het Kras Stadion stapte hij nog op een hometrainer. ‘Ik had slappe benen van het fietsen.’ Met opnieuw een paar pijnstillers ging het wel weer. Hoewel hij niet scoorde, was Veerman continu dreigend. Met een Bergkamp-achtige allure nam hij bovendien ballen in de lucht aan. De verfijning in zijn motoriek viel op.

‘Veel clubs kiezen voor spitsen die als aanspeelpunt fungeren en de bal vasthouden voor opkomende middenvelders’, zegt Veerman, strompelend door de stadiongang waar hij met zijn kruin bijna de tl-verlichting raakt. ‘Ik beheers het wel, maar het zal nooit helemaal mijn spel worden. Roy Makaay hoefde nooit de bal bij de middenlijn te komen halen. Maar hij stond wél op het juiste moment klaar in de zestien. Zo’n jongen ben ik ook. En als het moet, kan ik ook nog meeverdedigen.’

hans de koning

Hans de Koning, de man die boven verwachting presteert met Het Andere Oranje, weet dat Veerman zich soms miskend voelt. ‘Misschien moet Henkie zich extra bewijzen omdat hij een Volendammer is. Hij denkt ten onrechte dat ik de pik op hem heb. Ik wil juist het maximale eruit halen, daarom zijn we elke dag zo hard met hem bezig. Hij is een geweldige afmaker. Maar scoren is hartstikke mooi; het gaat óók om die resterende dertig procent. Hij moet nog veel meer een kerel worden in de duels, al klinkt dat gek voor iemand van twee meter.’

Boven, in het spelershome, hangen de vergulde namen van topscorers. Van Dick Tol, alias De Knoest, tot Jack Tuyp en Robert Mühren. ‘Ik wil ook op dat bord’, nam Veerman zich bij het begin van dit seizoen voor. ‘Dan heb je hier echt iets bereikt. Dan ziet iedereen je naam, ook over honderd jaar nog. Ik wil een weg bewandelen die niemand nog heeft bewandeld’

Aan welke voorganger spiegel jij je?

‘Ik wil een weg bewandelen die niemand nog heeft bewandeld. Een ander denkt misschien: Laat mij eerst maar een paar seizoenen bij Volendam blijven. Lekker op het fietsje naar de club. Ik ga het liefst zo snel mogelijk achter Robert Mühren aan, de Eredivisie in.’

Dan kom je ook niet op dat bord.

‘Eh, nee. Maar als dat de enige consequentie is… Uiteindelijk wil je het toch zo ver mogelijk schoppen.’

Jij zit niet vastgeroest aan de club uit jouw dorp?

‘Eigenlijk niet, nee. En dat komt puur door het gevoel dat je maar een Volendammer bent. “Jij moet twee keer zo hard werken dan een ander”, zeggen de mensen tegen mij. Vorige week was hier een schoolvoetbaltoernooi. Nou, wie gaan erheen? Henny Schilder en ik. Lekker makkelijk. Ik vind dat niet erg, hoor, want ik kijk toch altijd even bij mijn neefje en buurjongetjes. Zie je dus steeds dezelfde gezichten in de krant. En de rest van de selectie is vrij.’

‘Het wordt maar even van je verwacht. Veel jongens van buiten krijgen hier meteen een contract. Volendammers moeten eerst investeren, zoals de leiding dat noemt. Zodra je erover begint, zeggen ze dat het niet zo is. Maar in 95 procent van de gevallen wordt het wél zo beleefd.’

 Je mag kiezen. Spits van een degelijke Eredivisieclub of een fenomeen in Volendam?

‘Als je hier uit het niets topscorer kan worden, ben je al aardig op weg een fenomeen te worden. Maar ik denk wel dat het mooier is een stap te maken dan hier te blijven hangen. Johan Plat, die eerst naar Duitsland ging en nu bij Roda JC speelt, zei: “Je moet zo snel mogelijk het dorp uit om andere mensen te zien, volwassen te worden”. Het brengt je verder als mens. De wereld draait niet alleen om Volendam, daar ben ik inmiddels wel achter.’

1 reactie

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Onze ervaring is dat toeristische dorpjes en stadjes/steden met een (deels) autovrij centrum stukken aangenamer aanvoelen. Relaxed weet je wel? Je blijft daardoor ook veel langer rondbanjeren, rondkijken of op een terrasje zitten.

    Maar weet je Fred, dit weten we allemaal al honderd jaar. Er komt gewoon een weg, dat wordt gewoon afgedwongen. Gewoon omdat het Volendam is, weet je wel? En omdat al die loonslaafjes aan het werk moeten blijven, ook dat. Nederland is nog lang niet af, gewoon doorscheppen dus.