Achter de voordeur van Lingerzijde 67 in Edam
Voor hun trouwen, werden Piet en Aafke Oud verliefd op een woning aan de Lingerzijde. Nu 48 jaar later, wonen ze er nog steeds met veel plezier en hebben ze de nodige avonturen achter de rug, van brand bij de buren tot storm: “Het is een onderdeel van jezelf geworden.” Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
Wanneer zijn jullie hier komen wonen?
Aafke: “Voor wij trouwden in 1966 gingen we op zoek naar een huis. We zijn in Oosthuizen, Monnickendam, Broek in Waterland en Overleek wezen kijken. Pas toen we dit huis zagen, voelde het goed. Ik kwam binnen en wist: dit is het, dat is eigenlijk altijd zo gebleven. De plek is geweldig, je zit vlak bij de bus en dichtbij het centrum, zonder dat je er last van hebt. De toeristen die aankomen gaan altijd via de Schepenmakersdijk, bijna nooit bij ons door de straat, dat zijn de kleine dingen die het hier prettig maken.”
Wat weet je over de historie van het huis?
Piet: “In deze buurt waren vroeger scheepswerven. In 1897 is dit huis gebouwd. Een van de bouwers heette De Groot. We zijn tijdens de verbouwing zijn naam op een balk tegengekomen. Behalve zijn naam, stond er dat hij 47 jaren oud was toen dit gebouwd werd.”
Hebben jullie veel verbouwd?
Piet: “Er is hier heel veel gedaan. Het huis had een nette voorkamer, een tussenkamer en een achterkamer. Er liep een gang van 12 meter van de voordeur naar de keuken. In eerste instantie zijn we in de voorkamer gaan slapen en hebben we van de tussen- en achterkamer één ruimte gemaakt en hebben we de gang erbij getrokken. Het stucwerk van het plafond zat bevestigd op hout en riet. We hadden toen net de open haard laten plaatsen en alle raggels die er vanaf kwamen, gingen zo de haard in, onder het genot van een glas sherry. We werkten veel samen met vrienden, dat zijn hele fijne herinneringen om te koesteren. Wat we zelf konden doen, deden we zelf. Zo zijn we stukje bij beetje begonnen en er eigenlijk altijd mee bezig gebleven, we hebben hier dan ook het nodige meegemaakt.”
Zoals wat?
Piet: “De brand van 1971 van het pand Hof van Holland hiernaast was het eerste.” Aafke: “Ik weet nog goed, het was 31 december en we lagen in bed toen er op de deur werd geklopt. Wij dachten, dat is een stelletje dronkenlappen en gaven er verder geen aandacht aan. Even later werd er vanaf de Schepenmakersdijk getoeterd, ik dacht dat het mijn broer was, maar toen zagen we dat het pand hiernaast in brand stond. Piet: “Ik was de eerste die stond te spuiten, met de tuinslang vanuit mijn tuin, ik wilde natuurlijk niet dat ons huis in de brand zou vliegen.”
En daar bleef het niet bij?
Piet: “Het najaar van 1972 was het hiernaast natuurlijk nog een puinhoop. Wij kregen te maken met de eerste herfststorm. Wij hadden aan de voorkant een trapgevel, de wind kwam op volle kracht vanuit de polder zo tegen de uitstekende trapgevel van ons huis aangeblazen. Wij lagen in bed en voelden het huis bewegen. Dat komt door de storm dachten we, maar onze gevel bleek losgeraakt en de bovenste driehoek is rond zeven uur ’s ochtends eruit gewaaid. De top lag in de etalage van de winkel aan de overkant. De hele straat was gebarricadeerd met stenen, je mag van geluk spreken dat er niemand onder is gekomen. Het huis werd ingepakt in zeil en daar zaten we dan, met de winter op komst.”
Hoe ging het toen verder?
Aafke: “We wilden geen trapgevel meer, dat was een gevoelskwestie. Achteraf is dat natuurlijk onzin, het is gebeurd omdat de ankers gewoon niet meer stevig waren. De nieuwe gevel was gelukkig vrij snel klaar en erg mooi geworden, we besloten toen om ook de achtergevel en de aanbouw met daarin de keuken aan te pakken. Het heeft dus ook goeds gebracht, maar we waren wel vreselijk geschrokken. De eerste storm in april toen de gevel er weer in zat, durfde ik niet thuis te slapen, ik heb toen bij de ouders van Piet gelogeerd. Ik heb het nog niet op storm, als ik hoor dat er een zuidwesterstorm op komst is, heb ik er toch weer een beetje last van.”
Waar ben je in al die jaren het meeste van gaan houden?
Aafke: “Ik hou van het totale geheel. Je wordt verliefd op een huis, maar het huis waar je ooit verliefd op bent geworden, ziet er niet meer zo uit. Toch is het gevoel hetzelfde gebleven. Piet: “Dat komt natuurlijk ook omdat je er zoveel aan gedaan hebt. Het groeit, het wordt een stuk van jezelf.”
