Uitgebreid interview met Jorn Smits: 'we gaan de Final Four halen'
Met liefst 17 goals tegen Aalsmeer vestigde Jorn Smits vorige week een nieuw record in de prestigieuze BENELEAGUE. Zo hield de 22-jarige Limburger zijn club Kras/Volendam in de spannende race voor de Final Four. Steeds nadrukkelijker meldt de sterke opbouwer zich in de top van het Nederlandse handbal. Ambitieus hoort daarbij. 'Ik wil uitgroeien tot een belangrijke speler van Oranje. Dus moet ik naar het buitenland.'
Sasja Antwerpen, Bocholt en ook Volendam hebben 9 punten en staan op een gedeelde vierde plaats. Hoe gaat dit aflopen verwacht je?
In de BENELEAGUE kan er van alles gebeuren. Met nog vier speelronden te gaan, maakt iedereen nog kans op de Final 4. Het is dus heel moeilijk te voorspellen. We hebben een aantal wedstrijden verloren door onze eigen schuld. Dit mag gewoon niet meer gebeuren in de resterende duels. We moeten vooral slimmer gaan spelen. Als we dat doen dan, ben ik er van overtuigd dat Volendam de Final 4 gaat halen.

De BENELEAGUE is nu tien speeldagen onderweg. Wat zijn je indrukken tot nu toe?
Dit is veel beter dan de ‘gewone’ eredivisie van de afgelopen jaren. Vooral in de eerste weken lagen de scores heel dicht bij elkaar. Kleine dingen maken het verschil tussen winst of verlies. Het gaat om details. Welke tegenstander het is, uit of thuis, dat maakt allemaal niet uit. Elke wedstrijd is anders en iedereen kan van elkaar winnen. De ‘zekerheidjes’ zitten er echt niet meer tussen. Dat vind ik als speler veel aantrekkelijker. Je speelt bijna alleen maar topwedstrijden.
De wedstrijden zijn enorm spannend. Toch zie je geleidelijk dat de Belgische clubs iets meer naar boven kruipen. Aalsmeer en Bevo hebben het bijvoorbeeld moeilijk. Is er toch een klein niveauverschil?
Dat denk ik niet. Sasja had het in het begin erg lastig en ze stonden stijf onderaan. De afgelopen wedstrijden hebben ze wel weer veel punten gepakt en nu staan ze op een gedeelde vierde plaats. Dit geeft wel aan dat het alle kanten op kan. Momenteel staan er toevallig twee Nederlandse ploegen onderaan, maar dat kan over vier speelrondes helemaal anders zijn.
Jij maakte tegen Aalsmeer 17 goals. Het BENELEAGUE-record van Roel Valkenborgh van Bocholt is uit de boeken. Assistent-trainer Marco Beers bij jouw club Volendam smeet er ooit 19 in, maar ook 17 goals is gigantisch. Hoe bijzonder vind je dat zelf?
Een record verbreken vind ik altijd bijzonder. Individuele prestaties horen ook bij teamsporten. Er worden niet voor niets statistieken bijgehouden. Maar als we de wedstrijd hadden verloren, was het anders geweest. Deze wedstrijd kon ik van grote waarde zijn voor de overwinning. Dat is ook belangrijk. Volendam zette het bericht na de wedstrijd op Twitter. Ik vroeg het aan Marco en hij bevestigde dit. Verder hebben we het er niet meer over gehad. Maar achteraf had ik zijn record natuurlijk willen verbreken als ik dit geweten had.
Hij was net als jij een echte doelpuntenmaker. Wat leer je van Beers en heeft hij extra aandacht voor jou om je nog beter te maken?
Beers heeft natuurlijk veel ervaring, houdt erg van dollen maar ook van hard werken. Hij is serieus als het echt moet. Ik heb al veel van hem geleerd. Vooral het schieten en mijn druk naar het doel. We hebben een aantal keren na de training wat oefeningen gedaan om dit te verbeteren. Hij heeft altijd aanwijzingen en tips voor me als ik daar om vraag. Verder moet ik mij verbeteren in de dekking en ook daar is hij de ideale persoon om mij daarbij te helpen.
Volendam was jarenlang onaantastbaar en won alles in Nederland. De 'gouden' lichting is zo goed als verdwenen. Andere spelers moeten het nu meer dan ooit oppakken. Wat merk je daarvan en hoe vindt je dat dit gaat?
Volendam was jarenlang de favoriet. Dat is dit seizoen inderdaad anders. Er werd niet zo veel van ons verwacht, omdat veel ervaren spelers gestopt zijn. Maar we hebben dit seizoen al laten zien dat ook dit team belangrijke en zware wedstrijden kan winnen. We hebben kwaliteit en ervaring ingeleverd. En dat moeten we als team opvangen. Iedereen zal beter moeten worden als dit team succesvol wil zijn de komende jaren. Het kan niet meer van een paar spelers afhangen zoals vroeger.
Je komt uit de V & L opleiding en ging via Lions naar het Deense Skanderborg. Ging je te vroeg achteraf?
Nee, ik ben naar Denemarken gegaan om ervaring op te doen en zoveel mogelijk te leren. Ik had geen verwachtingen en zou het per jaar gaan bekijken. Na mijn eerste seizoen heb ik alles op een rijtje gezet en besloten terug te keren naar Nederland om mijn studie af te maken. In Denemarken ben ik een betere handballer geworden en heb ik veel over mezelf geleerd. Had ik die stap niet gemaakt, dan had mijn carrière er nu heel anders uitgezien.
Hoe belangrijk is het voor jezelf om straks alsnog in een sterke buitenlandse competitie terecht te komen en daar een grote speler te worden?
Ik ben heel ambitieus en daar hoort zo’n stap bij. Het jaar Denemarken zie ik niet als een mislukt avontuur. Ik beschouw het meer als een snuffelstage. Maar dat is nu totaal anders. Ik wil naar het buitenland en het liefst zo hoog mogelijk. Ik wil uitgroeien tot een belangrijke speler in het Nederlands team en eindtoernooien gaan spelen. Dat kan alleen maar als ik in het buitenland speel.
Je vader Gino speelde op hoog niveau en is nu assistent-bondscoach. Je moeder Cecile speelde zelfs nog meer interlands en daarnaast handballen ook je zusje Inger en je broertje Kay op hoog niveau. Gaat het thuis alleen maar over handbal?
Bij ons gaat het vaak over handbal, dat is altijd zo geweest. Vroeger hebben mijn broertje, zusje en ik veel sporten gedaan. Maar uiteindelijk hebben we allemaal voor handbal gekozen. Het is een echte handbalfamilie, waar mijn moeder recordhoudster is met 104 interlands! Dit seizoen spelen we voor het eerst alle drie op het hoogste niveau. Ik heb nog nooit met of tegen Kay gespeeld in een officiële wedstrijd, maar ik kan niet wachten dat dit gaat gebeuren.
Hoe is het om samen met je vader te werken tijdens interlands van Oranje?
Mijn vader was vroeger mijn coach bij V&L. Hij was betrokken bij bijna al mijn nationale selecties en was assistent toen wij met Jong Oranje vijfde werden op het WK in Bosnië. Dus ik ben niet anders gewend. Ik weet wat zijn visie is en hoe serieus hij zijn taken neemt. Dat betekent niet dat ik het altijd met hem eens ben. We hebben genoeg heftige discussies gehad. Zowel tijdens wedstrijden als thuis bij de ‘nabeschouwing’. Maar we kunnen goed samenwerken.