Naar de inhoud

Over het ijsvermaak in Volendam (deel 1)

Bron: Jaarboek Volendams Museum

Over het ijsvermaak in Volendam vanaf 1885 heeft de redactie van het Museumjaarboek 2014 aandacht besteed aan dit populaire wintergebeuren vol ijsfeiten en anekdotes die die voor ons nageslacht bewaard moeten blijven. Velen onder ons hebben het ijsvermaak in Volendam als iets onvergetelijke ervaren. Het eerste deel van het ijsvermaak artikel uit het Museumjaarboek 2014 is reeds met veel waardering van onze schaatsfans goed ontvangen. Hier is het eerste deel.

Het 50-jarig jubileum van IJsclub Volendam in 2013 was de aanleiding voor dit artikel. Toen er in de media weinig werd verteld over de geschiedenis van de vereni­ging, werd eindredacteur Piet Koning gevraagd daar in het museumjaarboek aandacht aan te besteden. Materiaal werd verzameld uit het archief van de Nivo, de IJsclub en uit boeken als '100 jaar Winter 1895-1995', ‘Op schaatsen door Noord-Holland en Utrecht' en 'Volendam in Wintertijd' in het museumjaarboek 2007 en mensen die 'erbij' waren geweest, werden geïnterviewd. Kees Bond, bestuurslid van de Vrienden van het Volendams Museum, heeft zijn ijskoude bevindingen aan het papier toevertrouwd. Het is een lees- en kijkverhaal geworden vol ijsfeiten en ijsanekdotes, die zo voor het nageslacht bewaard blijven.

Op de foto hieronder de winter van 1940. Een tegenlicht opname van de haven in 1940, het jaar waarin 'De Ijsvogels', Volen-dams eerste IJsclub, werd opgericht (foto Panorama).

winter 1940

Rond 1900

Op 3 maart 1895 kwamen in het café van de weduwe Bos in Oosthuizen negen plaat­selijke IJsclubs, waaronder die van Edam, bijeen en richtten de IJsbond Hollands Noorderkwartier op (zie 100 jaar Winter). Ze deden dat in het besef dat zij gezamen­lijk meer konden bereiken en met de wil om verder dan de plaatselijke, belangen te kijken. Het is het begin geweest van wat nu een organisatie van 159 ijsverenigingen met meer dan 62.000 leden is. Het gewest Noord-Holland/Utrecht van de KNSB is sinds 1948 de voortzetting van die oude IJsbond.

Voor de duidelijkheid zij vermeld dat Volendam toen als dorp nog geen eigen rol speelde bij het ijsgebeuren. De eigen schaatsclub werd pas in 1940 opgericht en inge­schreven bij de IJsbond onder de naam 'De IJsvogels'.

baanvegersBaanvegers op de Haven

Willem Ballap Kwakman links en Puck Molenaar rechts vegen in 1947 de baan op de haven. Vooral Puck stond er met dat ijzerbeslag onder zijn östers (klompen) profes­sioneel bij. Het was zoals ze dat noemden, liefdewerk oud papier, want de baanvegers werden er, anders dan vóór de Tweede Wereldoorlog, niet meer voor betaald.

Van deze club zijn ons geen activiteiten bekend, niet in de oorlogstijd en niet daarna. Het lijkt er sterk op dat ze weinig dadendrang gekend hebben, want in de strenge winter van 1947 stonden ze geheel buiten spel, zowel bij de organisatie van een autotocht op de Gouwzee (6-2-1947) als bij de grote kampioenswedstrijd (18-2-1947), gewonnen door de latere bondscoach Egbert van 't Oever. De organiserende clubs van Monnickendam en Marken hadden toen een eigen controlepost vlak voor onze haven ingericht en lieten Volendam er buiten. De Volendammer brandweer organiseerde schaatsactiviteiten op de haven en onderhield de schaatsbaan in de haven in de jaren 50.

Burgemeester Calkoen

Wel actief in de Ijsbond vanaf 1895 was onze burgemeester, de heer Hendrik Jan Calkoen (1875-1945). Zowel in Edam als Volendam bevorderde hij het ijsvermaak. Op gemeentelijke kosten (niet ongewoon in die tijd) liet hij banen uitzetten op de Gouwzee en op vaarten en ook de baanve­gers die ze onderhielden, liet hij betalen. Het zal duidelijk zijn dat hij daarop vanuit Volendam weinig kritiek zal hebben onder­vonden: de minderbedeelden (vooral de schippersknechten die 's winters geen werk hadden), konden zo een centje bijverdie­nen én er kon naar hartenlust geschaatst worden op sneeuwvrij ijs.

Dat laatste was ook belangrijk, want schaatsen was toen bij ons zeker zo populair als in onze tijd. Dit blijkt niet alleen uit de vele schilderijen en foto's die ervan zijn, maar ook indirect uit de advertorials (advertenties vermomd als nieuwstekst) van de twee meest gerenommeerde schaatsenslijpers van het dorp: Jaap Buijs, de timmerman aan de Edammerweg, en Willem Honingh, boer, melkboer en ijsverkoper in Katwoude.

slee op haven

Sneeuwschuiver

Qua model verschilt de sneeuwschuiver van vroeger niet zoveel met die van nu, wel qua voortbeweging: het schuiven en vegen ging toen altijd op mankracht.

2015-01-11 101639

Deze schitterende foto over ijsvermaak in Volendam is een afbeelding van een schilderij van de befaamde kunstschilder Georg Hering (was getrouwd met een dochter van Spaander) die leefde van 1884 tot 1936.

Japie Buijs schreef:

Schaatsen slijpen is een toer,
Dat gebeurt nu door een boer!
Mensen laat uw schaatsen niet verknoeien.
Een boer hoort in de stal bij zijn koeien.

En Willem antwoordde

Schaatsen slijpen is geen toer.
Dat kan zelfs de domste boer.
Hij haalt en brengt ze bij u thuis
En is goedkoper dan Jaap Buijs!

Maar die liefde voor het schaatsen uitte zich bij Volendammers toen meestal niet in een grote sportieve prestatiedrang. Wie de foto's van de imponerende, breeduit schaatsende Volendammer mannen in hun 'beste goed' bekijkt, weet dat het ze meer ging om gezien en bewonderd te worden dan om snelheid of grote afstanden. Over grote ijsprestaties wordt dan ook weinig verhaald (in tegenstelling tot in Edam met Koen de Koning en Cor Jongert), hoewel ze natuurlijk niet helemaal ontbreken.

Zo gingen en gaan verhalen dat er vroeger in Volendam vaak om 'spek en bonen' geschaatst werd. De winnaars kregen dan geen geldprijzen, maar goederen in natura: een zak aardappelen, brandstof of meel, een groot roggebrood of een ham. Uitblinkers bij deze wedstrijden schijnen vooral de nazaten van 'de Kouwe Aardappel' (later afgekort tot 'de Kouwe') geweest te zijn. Dick Maurer, ook van die stam, vertelde dat hij zo nog een keer een emmertje vet gewonnen had voor zijn 'ootje'(oma).

Zo schaatsten Hein van de Slappe Bootsman, Maartje van Dirk van Boertje Zwart-hoed, de vrouw van Veerman Som, en Sij men Snert Schilder uit de Antoniusstraat in de winter van 1929 met een paar 'stikken roggebrood in de buul' en een kompas in de hand in één dag heen en terug naar Urk.

Indrukwekkend

Het was een prachtig gezicht, als deze mannen voorbij kwamen en reken maar dat ze zich daarvan bewust waren. Vanaf de kopman rechts zijn het Hein van de Knoest Jol, Zuideinde 107; Sijmen Sikkes Tol, Rokers­gracht; jan van de Knoest Tol Giekstraat 15; Evert Koeper Tuijp, Rokersgracht; Sijmen van de Knoest Tol, WfTuinstraat; Broekhuis de Boer, WJTuinstraat; De Gokker Tol, Edammerweg en jan Akkerboom (Berend-Demmerstraat. De onderstaande foto komt uit het tijdschrift Wereldrevu (1924). Het is in de buurt van het klaphek (bij boerBeets).

ijs indrukwekkend

De elfstedenrijders van 1986

Eens in zijn leven gaat een moslim naar Mekka, gaat een katholiek naar Lourdes en gaat een schaatsers langs de elf steden. In 1956 was Kesie Kouwe de tweede Volen-dammer die de tocht volbracht en daar bleef het toen voorlopig bij, want Kees van de Witbol moest in 1963 na 80 kilometer afstappen. Bij de tochten in 1985,1986 en 1997 bleek echter hoe belangrijk de aanwezigheid van een actieve en stimulerende ijsclub ook in dit opzicht was: tientallen jonge dorpsgenoten bleken er zich op voorbereid te hebben en namen er met succes aan deel.

2014-11-26 143141 (2) (2)

Op de foto (maart 1986) staat burgemeester Wim Westendorp, Fries van geboorte en dus apetrots, tussen de vele medaillewinnaars. Ze kregen alle een elfstedenboek met een opdracht van zijn hand in het Fries:

Fryslan wie ien deijim Heitelan (Friesland was één dagje vaderland)
D'Alvesteddentochtjoech de ban (De Efstedentocht vormde de band)
Myn lokwinsk (Mijn gelukwensen)

Er waren ook uitgelote Volendammer rijders die de tocht 'zwart' gereden hadden. De controle-armband die alleen aan ingelote rijders werd verstrekt, hadden ze daarvoor ijlings in Amsterdam laten namaken: o.a. de modeman C. Mooijer Schimmel, Jan Tuijp Kitte, Dirk Plat Duks,, Klaas Tuijp Dood. Ook de latere directeur basisschool Jaap Molenaar (van Crelis van Japie van Wouter) was een van hen. Jaren later werd hij er nog uit een onverwachte hoek aan herinnerd. Toen een van de leerlingen een spreekbeurt over elfstedentochten zou houden, was deze ingefluisterd dat zijn meester zwartrijder geweest was. Verbijsterd hoorde meester Molenaar het argeloze ventje toen zeggen dat zijn meester ook zwart had gereden en dat hij dat toch wel een beetje stiekem en gemeen vond.

(Deel 2 volgt later)

1 reactie

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Ja dit is weer echt een geniaal iets. De plastic bak en de papierbak bij de Vomar zijn weggehaald, NIEMAND weet waarom... maar tegenover het zwembad hebben ze nu 2 bakken gemaakt. Die bakken staan op een plek waar je met de auto niet stil kan staan vlak voor een vluchtheuvel. Een bizarre plek dus geen hond gebruikt die bakken. Ik vraag me echt af welke geniale persoon dit weer heeft bedacht.