Naar de inhoud

Achter de voordeur van Voorhaven 172 in Edam

Bron: Stadskrant

Achter de voordeur van Overbeek web

De koopmanswoning van Joop en Anneke van Overbeek is een van de oudere huizen die de binnenstad van Edam rijk is. Samen vertellen ze over de restauraties van de afgelopen jaren en waarom ze al 40 jaar het verkeerde voorbeeld geven.

Waarom hebben jullie voor dit pand gekozen?

“Ik houd van monumenten”, vertelt Joop van Overbeek. “Oorspronkelijk kom ik uit de Beemster, mijn vrouw komt uit deze gemeente. We wisten dat we graag in de binnenstad wilden wonen en Edam leek ons altijd wel wat. Anneke vult aan: “Ik weet nog dat ik hier voor het eerst binnenkwam, we moesten heel snel beslissen maar het voelde meteen goed: een huis met een ziel, midden in de stad met een tuin erbij. We wisten alle twee meteen dat dit goed was.”

Wanneer zijn jullie hier komen wonen?

Joop: “Ten tijde van de oliecrisis durfde niemand meer te investeren, wij konden dit huis toen voor een goede prijs kopen, dat was in 1974. We wonen hier dus al 40 jaar. Als makelaar weet ik dat het belangrijk is dat mensen regelmatig verhuizen, gemiddeld elke 7 á 8 jaar. Deze verhuisbeweging is een belangrijke impuls voor de economie, voor notarissen, aannemers, banken, verhuizers tot de lokale bloemist aan toe. Het zorgt ervoor dat geld blijft rollen. Als makelaar zou ik natuurlijk het goede voorbeeld moeten geven, maar dat heb ik niet gedaan. Als iedereen het zo zou doen, zou de economie behoorlijk teruglopen.”

Achter de voordeur van Overbeek inzet web

Wat weet je over de historie?

Joop: “Het is gebouwd rond 1570 en is daarmee een van de oudere huizen in Edam. Het is een koopmanshuis, de meeste Edammers zullen het kennen als de bakkerij van Jan Leendert de Boer. Hij had middenin het pand zijn bakkerij, achterin de tuin een turfschuur en aan de voorkant de winkel. Bovenop zolder lag het meel, dat hij dus elke dag van boven naar beneden moest krijgen. Toen wij het pand kochten, zat hier een groothandel in confectie. Corrie Boschma heeft onderzoek gedaan naar de geschiedenis van dit pand en dat uiteindelijk in boekvorm uitgebracht.”

Is er veel gerenoveerd aan de woning?

Anneke: “We zijn in het voorhuis begonnen. Het houtwerk zat verscholen achter zachtboard. Toen we dat weg lieten halen, kwam het houtskelet tevoorschijn, nog wel verstopt onder twintig verschillende lagen verf. Er was een Volendammer schilder aan het werk die dit eraf aan het schuren was. Ontzettend zwaar werk, omdat alles boven zijn hoofd moest gebeuren met het nodige stof. We gingen een keer kijken en hij zei toen: nou, ik kom tenminste regelrecht in de hemel terecht. Hoezo, vroegen wij. Waarop hij zei: nou, de hel heb ik hier al gehad.”

Wat was het volgende project?

Joop: “Dat was in 1978 de achtergevel. Er zat pleisterwerk overheen, daardoor wisten we niet precies wat de status van de gevel was, die bleek heel slecht. Pleisterwerk wordt ook wel een doodskleed genoemd, het metselwerk begint te scheuren en dan komt de stukadoor langs. Achter het specie zaten ontzettend mooie steentjes, die zijn er een voor een uitgehaald, schoongebikt en opnieuw gebruikt voor het opmetselen. Anneke vult aan: “Ik weet nog dat we hieraan begonnen in de herfst en we ook nog eens een hele strenge winter kregen. We woonden in een soort poppenhuis, zonder achterkant met alleen een zeil ervoor.”

Zijn er nog andere veranderingen aan de woning geweest?

Joop: “Bij een derde grote restauratie is er een nieuwe keuken ingekomen. Toch hebben we niet alles gedaan. Ik weet bijvoorbeeld dat er een schouw zit achter een muur, uit de bouwtijd van het huis nog deels in tact. Om die naar voren te halen moet je de hele zaak uitslopen en de hele indeling weer aanpassen. Wij hebben deze schouw dus mooi geconserveerd gelaten. Als iemand ooit dit huis koopt, is dat meteen een leuk project voor de nieuwe bewoners.”

Wat is er bijzonder aan deze woning?

Joop: “De voorgevel is een lijstgevel uit 1800, de Franse tijd, trapgevels vond men toen maar verouderd en is daarom vervangen. De gevel is dus niet zo gek oud en niet bijster bijzonder, er zijn mooiere exemplaren te vinden. Het houtskelet stamt wel uit de bouwtijd en is volledig van eiken. Na 1650 wordt eiken schaars en duur en gaan ze over op grenen. Als je ziet wat een enorme balken zijn gebruikt, betekent dat de boom minimaal 150 jaar oud was, dus is dit hout ergens uit 1400, dat is toch niet te geloven? Het houtskelet van dit huis is een van de mooiste van Edam, zeg ik in al mijn onbescheidenheid.”

Wat is jullie favoriete plek in huis?

Anneke: “Als de zon schijnt, zo aan het einde van de middag, zit ik het liefste in de voorhuis. In de avonduren trekken we ons boven terug, daar hebben we boeken, tv en muziek. We wonen hier echt heerlijk.” Joop: “Menselijkerwijs hopen wij hier dan ook horizontaal vandaan te gaan.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.