Naar de inhoud

Achter de tuinpoort van Warder 167

Bron: Stadskrant

Achter de voordeur warder 167 inzet web

Het begon allemaal met de geraniums op het balkon van haar ouders in Amsterdam. Loes Lemke was amper vijf jaar oud, maar de liefde voor deze plant was geboren. In haar tuin in Warder, onderdeel van de aanstaande open tuinen route, heeft ze een aantal bijzondere varianten, als nog veel meer ander moois.

Wanneer ben u hier komen wonen?

“Ik kom uit Amsterdam, ik heb gewoond bij het Amsterdamse Bos. We wilden 35 jaar geleden graag een huis met een tuin. Toen we hier door de weilanden naar toe reden, wisten we het eigenlijk meteen, de omgeving is hier zo mooi, zo rustgevend dus zo is het gekomen.”

Hoe zou u uw tuin omschrijven?

“Als een wilde tuin, al is het dat niet helemaal. Ik heb vooral een hobby in het verzamelen van planten, zoals irissen en primula’s, maar ik verzamel in het bijzonder agapanthussen en pelargoniums, dat is de wilde naam voor wat men geraniums noemt. Ik ben heel fervent in het verzamelen van wilde, botanische vormen van deze planten, zoals ze in het land van voorsprong, in dit geval Zuid-Afrika, voorkomen.”

Achter de voordeur warder 167  rechs Jaap Mantel web

Hoe doet u dat precies?

“Met behulp van mensen die planten verzamelen, er is een botanische tuin in Duitsland met museum, wij plantenidioten gaan dan daar naar toe om stekjes te kopen. Twee dames die daar werkzaam zijn, hebben tijdens reizen in Zuid-Afrika in botanische tuinen deze oorspronkelijke plant meegenomen. Bij bloemisten zie je gecultiveerde vormen, maar ik zie liever het plantje waar het mee begonnen is.”

Wat is dan het verschil tussen een geranium en een pelargonium?

“Een geranium heeft vijf gelijke blaadjes, een pelargonium heeft twee grote kroonblaadjes en drie kleine aan de onderkant, de grote twee hebben vaak een tekening. Het verschil is niet altijd goed te zien, maar ze zijn wel altijd anders. Ook heeft de plant aan de bloemsteel een nectarbuis, een knobbeltje waar insecten hun roltong in steken om de nectar op te zuigen.”

Hoe bent u aan deze gekomen?

“Deze heb ik zelf uit Afrika meegenomen. Je kan natuurlijk niet alles in je koffer meenemen, dus ik heb de zaadjes in een oude stok meegesmokkeld, ik ben wat dat betreft heel ondeugend.”

En hoe zijn ze vanuit Afrika hier gekomen?

“Met de VOC mee. Op de schepen hadden ze moestuinen, waar ze groenten kweekten en planten verzamelden. Het was primitief, maar het gebeurde wel. Er waren tekenaars aan boord om alles vast te leggen. Hier in Nederland werden oranjerieën en naderhand botanische tuinen aangelegd waar deze nieuwe soorten geplant werden. Een van de eerste botanische tuinen was in Leiden, later in Amsterdam en Haren. Ik heb zelf een stek van een clivia waarvan de oorspronkelijke plant door de VOC was meegenomen.”

“Uit deze wilde planten werden grote bloemen en intense kleuren geselecteerd en verder gekruist tot de hedendaagse soorten. Daar heb ik natuurlijk ook bewondering voor, maar het prille raakt eruit. Ik hou juist van het oorspronkelijke.”

Hoe is de liefde voor deze planten ontstaan?

“Het begon op het balkon bij mijn ouders in Amsterdam, waar ik vandaan kom. Zij hadden geraniums in bakken en als klein meisje, niet ouder dan een jaar of 5, kon ik daar uren naar kijken. Ik zag in de kleine bloemen de cellen het zonlicht weerkaatsen, ik was helemaal gebiologeerd. Later op vakanties in Oostenrijk vond ik de bakken met hanggeraniums altijd erg schattig, leuk om te zien. Toen ik via mijn schoonzus hoorde van de pelargonium vereniging, was dat het einde en toen is het op drift gegaan.”

U heeft ook veel agapanthussen

“Ik heb er een stuk of 40, ik kocht deze ooit bij een tuincentrum en vond ze gewoon zo mooi, dat ik er verder mee ben gegaan. Deze komen ook uit Afrika, waar ze liefdesbloemen worden genoemd. Ze staan in potten omdat ze vorstvrij moeten overwinteren. Als ze straks bloeien, zet ik de potten als blikvangers tussen de border.”

Wat vindt u fijn aan de tuin?

“Ik hou van alles. Het beschouwen en het er van genieten. De tuin is mooi, maar er is altijd wat te doen. Het is nooit volmaakt. Er staan bijvoorbeeld kattenstaarten, die zijn prachtig, maar het is te veel, dat moet ik dan weer iets aan doen zodat er weer wat lucht komt.”

Heeft u nog tips voor mensen die ook een mooie tuin willen?

“Langzaam beginnen met planten die ze mooi vinden. En niet aan perkjes beginnen. Ik ben hier ook gestart met een smalle border en dat is steeds groter geworden. Ik heb nog twee kleine stukjes gras en ik hou dat zo omdat die voor rust zorgen, het zijn een soort meertjes in het groen, net als de vijver. De tuin zoals hij er nu uit ziet is echt zo gegroeid.”

Welk moment vindt u de tuin het mooist?

“Voorjaar en najaar, in de zomer is er te vlak licht. Eigenlijk is het hoogzomer niet op z’n mooist in de tuin, gelukkig bloeien dan de agapanthussen.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.