Volendamse drugssmokkelaar nu met pensioen

Bart Sier, beter bekend als Bart Stoffels, reisde de hele wereld rond. Niet om vakantie te vieren, maar om drugs te smokkelen. Hij kwam er vaak mee weg, maar liep ook meerdere keren tegen de lamp. ,,De laatste keer was ook echt de laatste keer. Dat is zeker.’’
Klik hier voor het hele Premium artikel op de site van het NHD. Foto Ella Tilgenkamp.
Kleine Bartje Stoffels komt op veertienjarige leeftijd voor het eerst in aanraking met drugs. ,,We zaten op die leeftijd al in de kroeg in Volendam en in het weekend gingen we naar de stad (Amsterdam, red.). Het was de hippietijd en het begon met een blowtje. Later kwamen speed en LSD erbij. Het was lang leve de lol. Het kon niet op.’’ Hij ziet een duidelijk verschil tussen ’zijn tijd’ en het drugsgebruik van nu. Hoewel hij drugs zeker niet wil verheerlijken, ziet hij liever dat jongeren, ’als ze toch gebruiken’, goed spul nemen. ,,Als wij vroeger op stap gingen en we hadden te veel gedronken, snoven we een lijntje coke. Dan konden we er weer tegenaan en was het altijd gezellig. Van cocaïne word je rustig, gezellig en voel je je of je de wereld aankan. Tegenwoordig gebruiken ze geen cocaïne. Het is troep vol met speed, amfetamine en weet ik wat. Als je ze per ongeluk aanstoot, kijken ze je met grote, agressieve ogen aan en willen ze je aanvliegen. Ze weten niet meer wat gezelligheid is.’’
Makkelijk geld
In 1979, op 29-jarige leeftijd, smokkelt Sier voor het eerst drugs uit het buitenland naar Nederland. ,,Ik smokkelde – samen met een vriend - heroïne in mijn schoen vanuit India naar Nederland en vervoerde die naar Duitsland. We verdienden een klein vermogen.’’ Maar Sier bleef nooit lang rijk. ,,Geld dat je makkelijk verdient, brandt in je zak. Als je geld verdient in de bouw, ben je er zuinig op. Ik niet. Ik haalde toen containers vol hasj uit de Rotterdamse haven voor een aantal beruchte Amsterdamse drugsbazen en verdiende iedere twee weken duizenden guldens. Zo snel als ik het verdiende, gaf ik het weer uit aan uitgaan, casino’s, sekspaleizen en ga maar door. Ik gaf, en geef nog steeds, niets om geld. Ik kan van een dubbeltje rondkomen, maar krijg een miljoen ook op.’’
Het blijft niet bij deze ene deal. Niet veel later smokkelt Sier cocaïne vanuit Thailand naar Japan, waar hij zijn waar verkoopt aan Amerikaanse soldaten. Hij vliegt vervolgens onder meer naar Peru, Panama, Suriname en Costa Rica om drugs op te halen en mee te nemen naar Nederland. ,,Cocaïne plakte ik in het begin gewoon op mijn rug. Later begon ik met het slikken van bolletjes. In die tijd waren de controles op vliegvelden bij lange na niet zo scherp als nu. Daarnaast zaten de gevangenissen vol. Dus als je met minder dan drie kilo coke werd aangehouden, werd je niet eens opgepakt. Nu kun je zoiets niet meer voorstellen.’’
In 1982 loopt hij voor het eerst tegen de lamp met hasj in Duitsland. Hij moet vier jaar achter de tralies in Aken. ,,Mensen vragen me vaak naar die eerste keer in de gevangenis. Of ik het niet verschrikkelijk vond. Ik zeg dan eerlijk dat ik het zo niet voel. Er is een mooi Engels gezegde: ‘If you can’t do the time, don’t do the crime’. Dat geldt voor mij ook. Ik wist waar ik mee bezig was en wist wat de consequenties waren. Ik kon mijn geest dus ook makkelijk uitschakelen en ging gewoon zitten.’’
Smokkelen
Eenmaal vrij duurt het niet lang voor Sier zijn oude leventje weer oppakt. Hij gaat meerdere keren ‘op reis’ en smokkelt drugs vanuit alle hoeken van de wereld. Maar liefst veertien jaar lang weet hij langs talloze douanemedewerkers te lopen zonder gepakt te worden. ,,Tegenwoordig lopen er sowieso drugshonden bij vluchten uit zogenoemde ’risicolanden’ en moet je langs een scanner om te kijken of je geen drugs hebt ingeslikt. In ‘mijn’ tijd gaven ze een paar tikken op je lijf en dat was het.’’
In 2000 wordt Sier opgepakt met vijftien kilogram cocaïne. Het levert het – na hoger beroep en strafvermindering – een straf op van drie jaar, waarvan hij er maar twee hoeft te zitten. ,,Ongelooflijk eigenlijk hè. In Nederland zijn de straffen echt een grapje vergeleken met die in het buitenland. Al moet ik zeggen dat het in Suriname (hier zat Sier vast in 2006, red.) helemaal het Walhalla is voor drugsgebruikers. Daar kwamen de bewakers iedere dag zelf de cocaïne brengen. Het is daar zo corrupt. Zolang je geld hebt, zit je daar goed.’’
Zijn laatste celstraf was één van zes jaar in Zwitserland. Tijdens deze periode zijn twee broers en drie zussen van Sier overleden. Vooral toen zijn jongste zus Huibje overleed, raakte hem dat keihard. Als hij over haar vertelt, schieten de tranen in zijn ogen. ,,Tijdens de laatste weken van haar leven belde ik haar iedere dag. Ik moest telefonisch afscheid nemen. Tientallen keren vroeg ik de ambassade of ik naar de begrafenis mocht, maar tevergeefs. Het deed me zoveel pijn. En nog steeds, onbeschrijfelijk. Weken was ik er kapot van. Ik heb mezelf vaak afgevraagd: waarom halen ze mij niet? Ik deed alles wat God verboden heeft en leef nog, maar mijn zusje, dat altijd voor iedereen klaarstond en goed was voor iedereen, stierf op 55-jarige leeftijd.’’
,,Ik ben, zonder een zweetdruppeltje, langs tientallen douanemedewerkers gelopen met drugs op of in mij, maar toen ik laatst op de begraafplaats was om naar het graf van mijn zus te gaan, kwam ik niet verder dan de poort. Twee keer heb ik het geprobeerd en twee keer lukte het niet. Iets onverklaarbaars houdt me tegen. Tot op de dag van vandaag. Het vreet aan me.’’ Een les die hij leerde door het overlijden van zijn zus. ,,Dit gebeurt me niet meer. Ik smokkel nooit meer.’’
Pensioen
Tegenwoordig woont Sier in Purmerend. De wilde haren worden wat dunner. Niet vreemd: hij werd afgelopen zaterdag 65 jaar. ,Pensioengerechtigd. Al geef ik eerlijk toe dat ik niet zo veel heb gewerkt. Ik hou het de komende jaren vooral rustig. Ga zo nu en dan hengelen in de buurt en eens in twee maanden op stap met wat vrienden. Een kaartje leggen, lekker ouderwets slap ouwehoeren en oude koeien uit de sloot halen. Toekomstplannen heb ik niet. Het is al een godswonder dat ik überhaupt de 65 heb gehaald.’’