Achter de voordeur van Breestraat 8 in Edam
Van Leeuwarden tot Bergen op Zoom, Cor en Wil Veth hebben overal in Nederland gewoond maar hebben uiteindelijk in Edam hun definitieve plek gevonden. En niet in zomaar een huis, hun woning uit 1598 geldt als een van de mooist gerestaureerde van de binnenstad. “Wij zijn gewoon dol op oud.”
Wanneer zijn jullie hier komen wonen?
Wil: “In 1988 zijn we vanuit Hilversum in Edam komen wonen, eerst ter overbrugging in de Paulus Pieterstraat tot we iets ouds in de binnenstad zouden tegenkomen. Dat was dus dit huis waar we in 1995 zijn gaan wonen. In de Pieterstraat was alles nieuw en glad, hier is alles oud en scheef, maar dit is wel wat we echt mooi vinden.”
Hoe zijn jullie in Edam terecht gekomen?
Cor: “Dit is de tiende keer dat we zijn verhuisd. Geboren Amsterdammers, maar we hebben overal in Nederland gewoond, zelfs een paar jaar in het buitenland. Hilversum zou de laatste stek worden, tot ik ging werken bij Bose hier in Edam. Het heen en weer reizen viel tegen, de A10 was er nog niet en ik stond elke dag in de file. Op een zeker moment kwam ik een kop-staartbotsing terecht, de spiksplinternieuwe auto waar ik in reed was volkomen aan barrels. Op een zere knie na, had ik gelukkig zelf niets. Een dag of wat erna belde mijn vrouw naar kantoor, dat deed ze nooit dus ik wist dat er wat was. Ze zei: ik wil je even waarschuwen, het huis staat te koop.” Wil vult aan: “Dat gedoe moest ik niet meer hebben. Het huis was binnen een week verkocht. Dat vond ik wel erg, ik had het zelf gedaan, maar dat het zo snel zou gaan, had ik niet verwacht.”
Wat weten jullie over de geschiedenis van het pand?
Cor: “Het is in 1589 gebouwd als apotheek en rond 1900 werd het als pakhuis gebruikt. Hier is ook jarenlang een slager geweest en Feike Wassenberg had hier zijn antiekwinkel. Kunstenaar Ben Rooyaards heeft hier een tijd gewoond en hij heeft de eerste grote restauratie in de jaren 50 uitgevoerd.” Wil vult aan: “ Hij heeft wel eens ergens gezegd dat het hier net een ruïne was. Uit oude foto’s en tekeningen is ook goed te zien dat deze restauratie hard nodig was, het stond op punt om gesloopt te worden.”
Cor: “Hij kreeg hulp van zijn vader die als Rijksbouwmeester eerder verantwoordelijk was geweest voor de restauratie van Paleis het Loo. Als het aankwam op historiserend bouwen, was hij nog roomser dan de Paus. Als de samenstelling van de specie in een gemetseld muurtje hem niet aan stond, moest het helemaal opnieuw. Wij weten bijvoorbeeld ook dat hij wel eens een en ander achteroverdrukte vanuit andere projecten waar hij werkte. Zo zijn de spijlen van de trap afkomstig uit een oude melkzaak in Amsterdam en het ornament boven de voordeur komt ook ergens anders vandaan.”
Wat was de staat toen jullie hier kwamen wonen?
Cor: “Erg slecht. Aan de voorkant waren de kozijnen totaal verrot, het mos groeide aan de binnenkant. Het was niet alleen achterstallig onderhoud, maar ook dingen die je tegenwoordig gewoon nodig hebt, zo was er geen waterleiding voor de vaatwasser. In de keuken stond alleen een oude pomp, slechts één keukenkastje en een oud gammel gasfornuis.
Wil: “We kwamen hier midden in de restauratie te wonen. Voor het gemak hadden we ons oude huis iets te snel verkocht. Gelukkig heb je hier de ruimte, dus we konden intern een beetje schuiven, maar het was wel behelpen. Overal stonden steigers binnen waar je tussendoor moest laveren. Het heeft uiteindelijk drie jaar geduurd.”
Wat is jullie favoriete plek?
Wil: “We zitten veel in de keuken en zomers in de tuinkamer, die is lekker groot. Nu wordt daar vloerverwarming aangelegd. Hartje winter gaan we vaak boven knus en kneuterig voor de kachel zitten.”
Wat vinden jullie het fijnst aan dit huis?
Wil: “De ruimte is gewoon heerlijk. En wonen in het centrum. Als het weer wat slechter wordt, steek ik de kachel lekker aan. De sfeer hier in huis is niet te evenaren, de oude grendels, dikke balken en een tuindeur die je niet altijd open krijgt; dat geeft allemaal niet, je geeft hem een dreun en het lukt ook. We zijn gewoon dol op oud.”
En Edam bevalt dus ook?
Wil: “We wilde in eerste instantie niet in Edam wonen, veel te dicht bij het werk. We kenden Edam niet, maar het moment dat we het oude centrum zagen, waren we verkocht. Mijn toenmalige buurvrouw vroeg bij de mededeling dat we naar Edam gingen verontwaardigd: wat moet je nou in Noord-Holland? Weet ik niet, een koe in zijn kont kijken, zei ik toen. We waren immers bossen gewend, maar nu vinden we het heerlijk. Het is allemaal goed gekomen.”

