@ Mijnheer Louter.
‘Verworpenen der aarde’ zei wijlen mijn moeder. Ik hoop niet dat het bestuur van het SKOV daartoe gerekend moet worden. Wel is opvallend dat ‘SKOVje bashen’ erg populair is, vooral en met name bij ons ‘linkse’ rakkers, maar ook elders in onze gemeenschap. Vandaar mijn tegengas, mij niet realiserend bij de start ervan dat dat soms heftige reacties zou oproepen. Voor mij een teken dat ik ‘in de bull’s eye’ gooi. Niet verwonderlijk overigens, dat ‘katten’ op het SKOV. Besturen is nu eenmaal ‘nee-zeggen’. Kijk wat voor ellende partijtje tachtig sinds haar oprichting heeft aangericht omdat zij dat, door gebrek aan ruggengraat, gemakzucht en uit nepotistische overwegingen, niet kon, durfde of wilde.
U weet ook, dat besturen bij verenigingen vaak gepaard gaat met conflicten, ruzies en gekonkel. Of het nu gaat om een vereniging van duivenmelkers, een sportclub, museum of bij een schoolbestuur. In de regel terug te voeren tot de gekozen organisatievorm, de rollen die daarbij nu eenmaal horen en dit alles in combinatie met de persoonlijkheden van de individuele leden van de gremia van zo’n club, in combinatie met het ontbreken van duidelijke afspraken. Bij het SKOV is dat het bestuur dat moet besturen, een Raad van Toezicht dat toezicht moet houden, een back-office dat de organisatie ondersteunt en de besluiten moet uitvoeren, de werkvloer in casu de onderwijzers en onderwijzeressen en - naar ik heb begrepen rudimenten uit de jaren zestig - als een centrale medezeggenschapsraad, medezeggenschapsraden en ouderraden. En die kennen niet allemaal hun rol. Die willen in feite allemaal besturen. Vooral als ze bemand en bevrouwd worden door persoonlijkheden die denken het altijd beter te weten, gewend zijn altijd gelijk te krijgen, menen deskundiger te zijn dan hen die niet ‘uit het veld’ afkomstigzijn, daarop neerkijken en dat duidelijk laten merken en koste wat kost ook hun zin willen hebben.
In bedrijfsleven, dat weet u ook, is dat anders. Ik herinner me een verhit debat met mijn leidinggevende dat de gevleugelde woorden van mij opleverde, welke tot op de dag van vandaag daar nog worden gebruikt. ‘Als jij dat zo wilt, dan doe ik dat. Jij bent de baas. Als jij zegt dat ik een deur moet maken in het plafond, dan doe ik dat. En denk niet dat ik dat zal frustreren. Zal zelfs nog aan je vragen of ie links- of rechtsdraaiend moet zijn’. Bij verenigingen en (semi-) publieke clubs ligt dat wat genuanceerder. Ook omdat zij niet direct te maken hebben met ‘de tucht van de markt’ en het als ‘hobby’ ervaren en ook zo beschouwen.