Israëli’s stopten 30 miljoen in openbaarvervoer concessie Waterland
Het Israëlische Egged, moederbedrijf van EBS, is voor 30 miljoen euro het schip ingegaan bij de concessie Waterland. Dat zegt EBS-directeur Wim Kurver in een interview met OV-Magazine. EBS wist in 2011 de concessie te winnen met een ambitieus plan. In dat plan zat echter een aantal foute aannames, waardoor er flink verlies werd gedraaid. “Al in maand één zagen we dat we ver achterliepen op het businessplan”, aldus Kurver, “En dat werd alleen maar erger. Er moest in het begin een miljoen euro per maand bij.”
De oorzaak zat hem volgens Kurver in het feit dat er met een te buitenlandse blik naar de aanbesteding werd gekeken. Het team, bestaande uit Israëliërs, Polen en Nederlanders van het inmiddels ter ziele gegane HTM Consultancy, schatte onder meer het ziekteverzuim te laag in.
Maar de grootste fout maakte EBS met haar logistiek. EBS huurde een stuk grond in Amsterdam Noord en zette daar na de spits de bussen neer. Kurver: “Op zich een geniale stap, want je bespaart enorm veel loze kilometers. Alleen stond niemand erbij stil wat je met de chauffeurs moest doen. In Polen of Israël is het heel simpel, je zegt tegen de chauffeur: Je ziet maar hoe je terug komt. Maar in Nederland werkt dat niet zo.”
De risico’s waren volgens Kurver onvoldoende geborgd door de Nederlanders. In 2013 werd uiteindelijk een verbeterplan ingezet, waarbij er flink in de kosten werd gesneden. Eind dit jaar loopt het plan af en het lijkt erop dat het zijn vruchten afwerpt; voor het eerst ziet het ernaar uit dat EBS – zij het symbolisch – zwarte cijfers gaat draaien. Het verlies zal volgens Kurver echter niet meer goedgemaakt worden: “Dat was wel even slikken voor de Israëli’s, want dat kapitaal is hun pensioen. Maar ze zien het als leergeld.”
