Naar de inhoud

Verhaal van vrijwilliger Ronja Philips

Bron: Gem. Zeevang

Om kwart voor 8 vanochtend stapte ik, ietwat zenuwachtig, de kantine van sporthal De Watering in Oosthuizen binnen. Ik werd ontvangen door een mevrouw in een fluorescerend geel hesje, zij was de teamleider van de vrijwilligers had ik begrepen. Ze nam me meteen mee naar het cultureel centrum, wat gebruikt werd als eetzaal. Er werd mij duidelijk gemaakt dat het niet de bedoeling was dat ik de slaapzaal zou betreden in verband met privacy.

De catering binnen deze crisis opvang is op vraag van de gemeente geregeld door ‘Pizza Center Maestro’, de pizzeria die zich in het zelfde gebouw als de crisisopvang bevindt, en door de beheerder van De Watering. Er is voor elke persoon €5,30 per dag uitgetrokken, hiervan moeten 3 maaltijden (ontbijt, lunch, diner) betaald worden én de hele dag is er koffie en thee voor de vluchtelingen beschikbaar. In de ochtend heb ik geholpen met tafel dekken voor het ontbijt, koffie en thee aangevuld en vervolgens weer afgeruimd. Het was erg rustig bij het ontbijt, wat ik begrijpelijk vind: als ik de hele dag niks te doen had zou ik ook zo lang mogelijk in mijn bed blijven liggen, anders duurt de dag nóg langer.

Toen ik even niks te doen had, zag ik één van de vrijwilligers met een Syrische jongen aan tafel zitten. Op de tafel lag een IPhone. De vrijwilliger had de app ‘sayhi’ op zijn iPhone gedownload. Met deze app kan je een Nederlandse zin opnemen die vervolgens in het Syrisch vertaald wordt en natuurlijk andersom. Zo was het mogelijk om, zonder tolk, toch met de jongen te praten. De app werkte niet optimaal maar ik kwam er achter dat de jongen Ahmed heette en 21 jaar oud was. Ahmed is amper een jaar ouder dan ik, maar ik kan me absoluut niet voorstellen wat hij allemaal meegemaakt heeft. Ik vond het moeilijk om hem vragen te stellen, ik wist niet wat ik wel en niet zou kunnen vragen en of hij überhaupt wel zou willen praten over wat hij meegemaakt had. Hij was vooral erg geïnteresseerd in wat voor school ik deed en wat ik later wilde doen. Hij kon al enkele woorden Nederlands en vond Nederlands ‘één mooi taal’.

Vanaf 10 uur waren er twee kappers aanwezig en er werden verschillende vluchtelingen naar de tandarts of kaakchirurg gebracht. Deze kappers deden dit vrijwillig. De kosten van de tandarts en de kaakchirurg werden grotendeels bekostigd via de zorgverzekering van het COA.

Om half 12 was er een activiteit voor de kinderen(ongeveer 40 van de 97 vluchtelingen in deze opvang zijn kinderen). Een zangeres ‘Ageeth de Haan’ uit Oosthuizen ging kinderliedjes zingen, bijgestaan door een tolk. De kinderen waren in het begin nog wat onwennig en verlegen, maar met ‘hoofd, schouders, knie en teen’ deden ze allemaal enthousiast mee. Het Syrische meisje Hajer is over enkele dagen jarig dus hebben we in verschillende talen ‘happy birthday’ voor haar gezongen. Na het laatste liedje van Ageeth leerden de kinderen ons nog een Syrisch liedje.

Om 12 uur moesten we stoppen met de muziek want er kwamen twee medewerkers van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) samen met de burgemeester van de gemeente Zeevang, Karen Heerschop, informatie geven aan de vluchtelingen. Alle kinderen werden naar buiten gestuurd waar een groot luchtkussen stond. Ik ging mee naar buiten om een oogje in het zeil te houden. Na enkele minuten was het eerste slachtoffer gevallen, een klein Syrisch meisje van een jaar of 8 was van het springkussen gevallen en had een schaafwondje op haar knie. Ik tilde haar op en nam haar mee naar de wc, daar heb ik een stukje wc papier nat gemaakt en op het schaafwondje gehouden. Terwijl ze op mijn knie zat was ze druk in het Syrisch aan het praten, ik verstond er natuurlijk geen woord van dus ik knikte maar wat. Ik veegde de tranen van haar wangen, gaf een kusje op d’r knie en vroeg aan haar ‘good?’ terwijl ik m'n duim op stak. Ze stak ook haar duim op en zei ‘good thank you’. Zo zie je maar: kusjes helpen altijd, waar je ook vandaan komt.

Ik was erg benieuwd naar wat het COA te zeggen had en hoe de vluchtelingen hier op reageerde, dus ben ik ook even binnen gaan zitten. De vluchtelingen vonden het vooral erg frustrerend dat zij zo slecht voorgelicht worden. Oosthuizen is ondertussen de 6e locatie waar zij verblijven sinds ze in Nederland zijn. Één mevrouw vroeg zich af of zij bij haar man kon gaan ‘wonen’ die in een asielzoekerscentrum ergens in Nederland verblijft. Omdat zij de procedure nog niet volledig had doorlopen kon dat niet. Een jongen van 16, die verbazingwekkend goed Engels kon, vroeg zich af wanneer hij naar school kon. Vluchtelingen die in een crisisopvang zitten kunnen nog niet naar school, dit is pas mogelijk als zij in een asielzoekerscentrum zitten. Hij vond dit jammer, maar begreep het wel. Na de algemene voorlichting, nam het COA nog de tijd om met vluchtelingen individueel te spreken. Ik heb een lange tijd gepraat met Mario, één van de medewerkers van het COA. Mario en ik delen de mening, dat voorlichting één van de belangrijkste dingen is.

In Syrië wordt door mensensmokkelaars verteld dat Nederland (en de rest van Europa) geweldig is, dat ze meteen een huis krijgen en geld. Dit is natuurlijk alleen maar zodat de mensen op hun bootje naar Europa gaan, waar de mensensmokkelaars heel veel geld mee verdienen. Eenmaal in Europa, blijkt er niks te kloppen van wat de vluchtelingen is verteld. Voor ons is het heel logisch dat zij niet meteen een huis krijgen, dat er veel geregeld moet worden en dat niet alles soepel verloopt. Maar voor deze mensen, die zich zoveel hadden voorgesteld en zulke hoge verwachtingen hadden, is dit een enorme teleurstelling. Met goede voorlichting had deze teleurstelling lang niet zo groot hoeven zijn. Er wordt veel voorlichting gegeven in de vluchtelingen kampen rond de gevaarlijke gebieden, maar hoe geef je voorlichting in een gebied waar het zo onveilig is dat er geen vrijwilligers kunnen komen?

Ik heb toch de kans gekregen om even in de slaapzaal te kijken. Iedereen heeft een eigen veldbed met een slaapzak en dekens. Per persoon mogen de vluchtelingen twee koffers/tassen mee nemen. Ik schrok ontzettend toen ik de slaapzaal binnen kwam. Mannen, vrouwen en kinderen slapen allemaal in dezelfde zaal. De mensen hebben hun veldbedjes op z’n kant gezet en slapen in slaapzakken op de grond om zo nog een beetje privacy te houden. Bij elk bedje staan één of twee tassen, dit is alles, letterlijk alles, wat deze mensen bezitten. Het is nog minder dan wat ik mee neem als ik twee weken naar Frankrijk ga. Ik voelde me ineens ontzettend gezegend met mijn kasten vol kleding, boeken en mooie spulletjes. De buurtbewoners brengen ontzettend veel spullen langs, van kleding tot speelgoed. Natuurlijk zijn de asielzoekers hier erg blij mee, maar ze kunnen helaas niet alles meenemen. Ze mogen ook maar twee tassen meenemen naar de volgende opvang, dus ruilen ze hun oude kleding om voor nieuwe kleding en zoeken zij het beste speelgoed er uit.

Om twee uur gingen de kinderen met een aantal vrijwilligers naar ‘Het schooltje van Dik Trom’. Tegelijkertijd werd er in het cultureel centrum Nederlandse les aangeboden, hier kwamen vooral veel mannen op af. Ik stond buiten, waar enkele kinderen uit de buurt aan het spelen waren met de kindervluchtelingen die niet mee wilden naar het schooltje van Dik Trom, toen Ahmed aan kwam gelopen. Trots kwam hij naar me toe om te laten zien wat er in zijn tas zat, een waterpijp. Hij had deze waarschijnlijk bij een plaatselijke antiquair gekocht. Hij ging meteen met wat andere jongens naar binnen om uit te proberen of de waterpijp nog werkte.

Er worden wel activiteiten georganiseerd, maar toch zie je dat vooral de volwassenen zich dood vervelen. Ondanks de ellendige situatie waarin deze mensen zich bevinden, is de sfeer in deze crisisopvang erg gemoedelijk. De vluchtelingen zijn dankbaar, leergierig en ontzettend vriendelijk. Zowel de volwassenen als de kinderen, maken praatjes met de vrijwilligers, stellen vragen en zeggen trouw ‘hallo’ of ‘goeie dag’. De taalbarrière kan soms een probleem zijn, maar met handen, voeten, apps en behulp van een tolk begrijpt iedereen elkaar uiteindelijk toch.

Rond 4 uur was het voor mij tijd om naar huis te gaan, de kinderen waren gelukkig nog weg anders was het voor mij erg moeilijk geweest om afscheid te nemen. Ik heb gedag gezegd tegen de vluchtelingen en de vrijwilligers en liep richting mijn auto. Onderweg kwam ik Ahmed weer tegen, ik riep ‘goodbye’ en hij riep terug ‘see you tomorrow’. Ik vertelde hem dat dit de enige dag was dat ik hier ben en dat hij mij dus niet meer zou zien. Hij keek verbaasd en zelfs een beetje verdrietig, hij kwam naar me toe om me een hand te geven en ik zei ‘goodluck with everything’, hij antwoordde met ‘good’ en stak z'n duim op.

Al met al was dit een ontzettend fijne en leerzame dag. Ik probeerde dit stuk ‘kort en bondig’ te houden, maar zoals je leest is dat niet helemaal gelukt. Ik heb zo ontzettend veel geweldige mensen leren kennen, ik voel me vereerd dat ik deze mensen heb mogen ontmoeten. Ik hoop dat deze mensen zo snel mogelijk meer zekerheid krijgen over hoe ze nu verder moeten met hun leven en ik wens ze het aller beste.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.