1. OVD’80 (met dank aan Peter) heeft Minister Blok een brief gezonden waarin zij stelt dat het onze Gemeente meer moeite kost dan andere om het hen toegewezen quotum statushouders een passende woning toe te wijzen, omdat onze Gemeente veel minder huurwoningen heeft. De brief bevat wat feitelijke onjuistheden, maar dat doet niks af aan de conclusies. Een toedeling van quota waarmee rekening wordt gehouden met onze specifieke situatie zou volgens VD80 redelijker zijn.
2. Dat onze Gemeente – en met name de kern Volendam – weinig huurwoningen telt, heeft twee oorzaken:
In het verleden heeft ‘De Vooruitgang’ een kleine duizend woningen verkocht, gestimuleerd overigens door het Ministerie van Volkshuisvesting en later ook afgedwongen door de huurders. Dat laatste werd besloten op ledenvergaderingen van ‘De Vooruitgang’ die leken op Poolse landdagen. Besturen die dat niet verantwoord achten, zijn daardoor afgetreden. Dit moet de heer Seeboldt en Peter Louter aanspreken, net zoals het hen aanspreekt dat actieve ouders het SKOV op de knielen dwingen. Dan nu niet huilie-huilie omdat mondige individuen, die altijd puur alleen het eigenbelang op het oog hebben, hierdoor hun gelijk hebben weten te halen. En er mede daardoor nu weinig gewone huurhuizen zijn en daardoor ook weinig mutaties. Vorig jaar nog geen honderd, en dat was volgens 'De Vooruitgang' veel en het jaar daarvoor even zestig. En dat betrof vooral leegkomende appartementen.
Een andere oorzaak is, dat de vraag naar gewone huurhuizen grotendeels is ‘weggevallen’. Bij het voorlaatste grote project kregen jongeren als ze een woning wilden huren een bos bloemen toe. En nog steeds is er weinig vraag naar ‘gewone’ huurwoningen. En ook naar appartementen zal die in de toekomst minder zijn dan gedacht, vanwege de sterk gestegen huren en andere overheidsmaatregelen. Alleen nu is er altijd een vraag naar een ‘gewoon’ huurhuis als de nood plotseling aan de man komt: Bijvoorbeeld door financiële problemen, faillissement, en echtscheidingen. Daarop is geen beleid te maken. En daardoor ontstaan schrijnende situaties, verergerd omdat er door het geringe aantal huizen ook weinig mutaties zijn. Draagvlak om statushouders voorrang te verlenen wordt daardoor ook snel minder; begrijpelijk als je je dochter en je kleine kleinkinderen wanhopig ziet en keer op keer moet bijspringen. Of niet soms ?
3. Een ander – in de ogen van onze ‘linkse’ rakkers altijd onbelangrijk – punt is geld. ‘De Vooruitgang’, SKOV en onze Gemeente worden verweten dat zij niet al hun geld uitgeven aan zaken waarvoor het zou zijn bestemd. ‘De Vooruitgang’ heeft zich dat kennelijk aangetrokken. En heeft de afgelopen jaren nogal wat complexen met zogenoemde onrendabele toppen gebouwd. Met als klapstuk het complex Julianaweg, waarop tussen de 10 en 15 miljoen is afgeschreven. Ze moeten daardoor het nu wat kalm aan doen. Zouden ze dat geld nog in hun ‘tas’ hebben gehad, dan hadden ze met plezier een paar huisjes gekocht en aan statushouders toegewezen. Nu is dat lastiger; ze moeten eerder vrezen voor hun zelfstandig voortbestaan. Maar ja. Geld uitgeven ligt helemaal ‘in de emmer’ bij onze linkse broeders, vooral als dat gebeurt waarvoor het min of meer is bestemd. Dat heeft ‘De Vooruitgang’ dus gedaan. Dus nu ook niet huilie – huilie omdat ‘De Vooruitgang’ huiverig is woningen te kopen met onrendabele toppen.
4. En het is onrechtvaardig om – als eerste in Nederland – onze Gemeente te verplichten woningen voor statushouders te kopen. Dat gaat ten koste van bijvoorbeeld onze jonge gezinnen die dan bijvoorbeeld nog meer voor de zwemlessen van hun kinderen moeten betalen. Waardoor moeders nog vaker hun kinderen om 6 uur uit hun bed moeten rukken om bij de oppas-oma of in een ander hok te brengen om dat te kunnen betalen.
Als De Gemeente en De Vooruitgang wat meer tijd worden gegund en als men wat moeite zou doen om statushouders te vinden die passen bij de woningen van ‘De Vooruitgang’, in casu appartementen waar meer mutaties zijn, bijvoorbeeld voor alleenstaande ouders met 1 of 2 kinderen, dan komt het volgens mij meer dan goed.
5. Waar ik moeite mee heb, is de toon en de manier waarop we in Volendam weer worden weggezet als ‘eigen volk’ eerst, racistisch en je willen onttrekken aan algemene verplichtingen.
Natuurlijk, net als overal, als een statushouder zich hier vestigt zal de eerste reactie wat gereserveerd zijn. Beetje 'kat-uit-de-boom-kijken'. Dat is ook het geval als er een familie bij je komt wonen die je ‘niet kunt plaatsen’. Maar ze zullen later beter worden opgevangen dan elders, met behulp van het goed bedoelde Vluchtelingenwerk. Dat overigens ook al elkaar ‘de tent uitvecht’.
Ik heb verschillende huurders horen zeggen: ‘Ik heb liever dit vluchtelingengezin ‘best aordige minse ’, naast me dan die alcoholverslaafde of dat psychotische teringwijf’. Ik ken (toen nog illegale) vluchtelingen die hier hebben gewoond. En zij denken met weemoed terug aan dat ‘gekke’ Volendam, waar ze niet als ‘zielenpieten’ werden behandeld. Maar waar hun kinderen – hoewel niet toegestaan – wel gewoon naar school gingen en waar ze – ook niet toegestaan – geruisloos een eigen appartement van ‘De Vooruitgang’ kregen toegewezen, zodat ze uit het overvolle appartement waar ze inwoonden konden trekken. En de rest werd eveneens geruisloos geregeld. Ze moesten wel de volle huur betalen. Maar dat vonden ze niet erg. Ieder mens heeft zijn trots. ‘Nosa cosa nostra’, wij regelen hier onze eigen zaken op onze eigen manier. En Peter voelt dat goed aan; als men hier face-to-face tegenover een vluchtelingengezin staat, zijn zaken plotseling heel anders. Dan denkt men inderdaad, 'hoe zou ik me als berooide vluchteling voelen in Japan' ?