Provincie laat zien wie baas is

De Raad van State (RvS) heeft de provincie Noord-Holland in het gelijk gesteld in de slepende kwestie om het plaatsen van windmolens. De hoofdstad is vóór de energieopwekkers, maar de provincie niet. Die ging succesvol in beroep tegen de omgevingsvergunning voor een windturbine bij de locatie Keerkringdijk. De RvS vernietigde de vergunning die de gemeente Amsterdam had verleend.
Provinciaal beleid
In 2014 gaf de gemeente een vergunning af, maar deze was nog niet gepubliceerd. De Provincie Noord-Holland ging in beroep tegen de omgevingsvergunning. Deze zou in strijd zou zijn met het provinciale beleid, dat aangeeft dat windmolens op minstens 600 meter van behuizing moeten zijn geplaatst, dat is twee keer de landelijke norm. Daarnaast moeten voor elke nieuwe windmolen, twee oude windmolens verdwijnen
Spanning
De plaatsing van windmolens levert spanning op tussen meer gemeenten en provincies. Zo speelt er ook een conflict tussen bijvoorbeeld de gemeenten Veendam, Emmen en de Drentse Veenkoloniën enerzijds en de provincies Groningen en Drenthe anderzijds. Dit gaat over de mogelijke aanleg van een groot windmolenpark.
Zeggenschap gemeenten
De VNG gaf al eerder aan dat gemeenten veel meer zeggenschap moeten krijgen over de komst van windmolens op hun grondgebied. Nu wordt dat nog teveel bepaald door de provincies, stelt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Gemeenten moeten autonoom kunnen kiezen hoe zij een bijdrage leveren aan de energietransitie: met windmolens, zonnevelden, aardwarmte of anderszins.
Dwang is nodig
Minister Kamp liet eerder weten dat de dwang nodig is om ervoor te zorgen dat de provincies hun taakstelling van gezamenlijk 6000 megawatt windenergie op land halen