Max Schuitemaker neemt afscheid van de Prinsenbar
Hij was 16 jaar toen hij al glazen ophaalde tijdens kermis. Op zijn 24e werd hij mede-eigenaar van het bekende café aan de Prinsenstraat in Edam en nu, 17 jaar later, is het tijd voor een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de 45e jarige horecagelegenheid. Sonny de Graaf neemt de Prinsenbar over. Tijd voor een terugblik met Max Schuitemaker! ‘Verslavend!’ Zo omschrijft Max de eerste ervaringen met de Prinsenbar. Hij raakte als 16-jarige verslingerd aan de sfeer in en rondom de bar. “Vooral de manier waarop Jack Visser zijn werk als barkeeper invulde en de muziek die hij draaide, raakte me. Dat gevoel heeft uiteindelijk mijn loopbaan bepaald!”
Hij werd er barkeeper en kreeg een relatie met Elsa Besseling, dochter van Dirk, de oprichter van de Prinsenbar. Dirk had uit het niets een goedlopend bedrijf opgebouwd, geliefd in Edam en omstreken. De bar was inmiddels een eetcafé geworden, waarbij de nadruk nog altijd ligt op ‘het natte gedeelte’. Een jaar nadat zij de bar overnamen werd zoon Jelle geboren en Max steeds meer het gezicht van het café. In die jaren dienden veranderingen zich in snel tempo aan. Met als dramatisch dieptepunt de Nieuwjaarsbrand in Volendam, die zorgde voor flinke veranderingen op het gebied van veiligheid. Maar ook de leeftijdsgrens voor bezoekers werd verhoogd naar 18 jaar, roken werd verboden.
Zware start
“Wij waren nog maar net eigenaar toen de kermis werd gecanceld als gevolg van al het verdriet in Volendam. Begrijpelijk maar voor ons een zware start.” Ook het uitgaansleven in Edam wijzigde gaandeweg. De nachtbussen brengen steeds meer jonge Edammers richting Amsterdam. Ook het toerisme kreeg een ander gezicht: aaneengesloten perioden van bezoekers tussen Pasen en augustus veranderden in golfbewegingen die bijna het hele jaar doorlopen. “Je moet als café steeds inventiever zijn, je steeds weer aanpassen. Maar dat houdt je ook scherp!”
Nieuwe generaties
Inmiddels ziet Max de ‘5e generatie’ bezoekers voorbij komen. “Ongeveer elke vijf jaar komt er een nieuwe ploeg binnen van rond de 18 tot 20 jaar. De bar wordt dan weer eigen gemaakt. Je hebt daar ook een sociale functie in. Dat heb ik altijd heel leuk gevonden!” Een mooie wisselwerking ook, want elke nieuwe generatie brengt weer zijn eigen zaken en interesses mee, waar Max ook weer wat van opstak.
Ajax
De Prinsenbar sloeg nieuwe wegen in. “Ik durf te stellen dat we de eerste waren die startte met quizzen, en speciale culinaire avonden. Met livewedstrijden op grootscherm groeiden we uit tot een echt Ajax café.” Daarnaast organiseerde de Prinsenbar vele (semi)sportieve activiteiten en haalde Max vele dj’s binnen, die na het verdwijnen van de Nohol geen vast huis meer hadden.
Ontroert
Terugblikkend heeft hij onvoorstelbaar veel mooie herinneringen. Zoals een uit de tijd dat hij nog geen eigenaar was, maar in dienst als barkeeper. Het was Avondkaasmarkt en er was overwegend een ouder publiek in de bar. “Ik draaide op een gegeven moment een in mijn ogen redelijk ‘verkeerde’ plaat. In plaats dat de sfeer doodsloeg ontstond er juist een enorme ontroering bij heel veel bezoekers. Ik had onbewust de juiste snaar geraakt en voelde wat muziek kan betekenen!”
Taxi!
Nog een anekdote: er was net een nieuwe, jonge en nogal luidruchtige groep binnen. “Dat was altijd feest. Maar het botste wel eens met de oude garde. Terwijl het feest op stoom kwam heb ik op gegeven moment zonder overleg een taxi besteld, vlak voordat een grote groep stamgasten zou arriveren. Toen de taxi voorreed en ik dat hardop meldde, ging de hele meute, alsof het afgesproken was, zo de taxi in richting Volendam en loste het ‘probleem’ zich binnen een minuut op.” In al die jaren heeft hij een keur aan personeel voorbij zien komen, evenals een hele rij aan kleurrijke stamgasten. Het Gouden Boekje, samengesteld door Wijnand Visser, was een van de manieren om alle verhalen en ongein vast te leggen.
ADO supporters
Moeilijkheden heeft hij gelukkig weinig ondervonden. “Al had ik het wel heel warm toen een grote groep ADO supporters binnenstapte op een wedstrijddag met FC Volendam. Zij zagen de Ajax relikwieën. Ik ben maar op ze afgestapt en heb gevraagd of ze er moeite mee hadden. Toen was het onweer uit de lucht.”
Cult
Het meeste plezier had hij aan het muziekdraaien en de voorbereidingen op grote evenementen, zoals een WK of EK en hij genoot van onverwachte happenings, zoals de zondagen dat er spontaan ‘hele foute muziek’ werd gedraaid. Het werd cult en de bar zat op zondagen maandenlang tot ’s nachts vol. “Ik dacht in die tijd wel eens: moet er morgen niemand werken?” Uitstapjes met klanten, de spaarkas, de feesten die hier bij horen, het sociale contact. Hij zal het oprecht missen! Maar het barleven heeft ook een keerzijde. “Je eigen sociale leven is soms zwaar. Het café is zeven dagen per week open. Er is altijd wel iets op te lossen, dus het laat je nooit los.”
Zorgen
Toen er bij Max op zijn 37e alvleesklierkanker werd ontdekt, balanceerde hij op het randje. Gelukkig is hij inmiddels ‘schoon verklaard’. “Wat ik nodig heb is regelmaat. Lichamelijk en geestelijk. Ik ben ook geen ‘geboren’ barkeeper. Ben daarom ook toe aan iets anders. Daar hoort een eigen sociaal leven bij.” Bij blijven de mooie avonden en de bonte verzameling aan klanten. “Het mooiste vind ik dat die het hier toch allemaal maar met elkaar rooien. Dat raakt me.” Zelf vormde hij als barkeeper de lijm tussen al die mensen. “Ik heb geen vooroordelen. Of je nu zwart of wit bent, jong of oud, homo of hetero. Dat maakt me allemaal niet uit.”
Bijzonder
Max was dan ook meer dan een ondernemer. Hij omarmt het vrijwilligersleven, was zelf ook actief, bewondert de mensen die zich belangeloos inzetten voor de stad en sponsorde ‘zo ongeveer alles’.
In zijn nieuwe leven pikt hij zijn oorspronkelijke vak weer op. Met zijn vader Ton, die als 67-jarige nog steeds werkt als schilder. “Dat vind ik ook wel heel bijzonder. Ik ben echt blij dat ik de komende tijd nog met mijn vader mag werken.”
Opvolger
Sonny de Graaf, die al weer acht jaar werkzaam is in de Prinsenbar, wordt zijn opvolger. “Sonny brengt een frisse wind mee, heeft heel veel energie om de zaak verder uit te bouwen.”
Max blijft wonen boven het café, dat als pand sinds enige tijd zijn eigendom is. De beste klant zal hij niet worden, weet Max. “Ik heb mijn portie horeca wat dat betreft wel gehad. Maar ik blijf uiteraard een regelmatige bezoeker van deze mooie gelegenheid.”
