Volendams Museum herdenkt watersnood 1916
Het is in de nacht van 13 op 14 januari 2016 precies 100 jaar geleden toen de zeedijk bij Katwoude doorbrak en het zeewater Volendam onder water zette evenals de hele Waterlandse regio. Er vielen in Volendam geen doden te betreuren maar de schade aan huis en haard was ongekend groot. De gevolgen van de watersnood was voor Marken verschrikkelijk. Daar verdronken 16 personen en was de schade enorm.
In de documentaire wordt de situatie in Monnickendam, Purmerend, Marken en Volendam op indrukwekkende wijze in woord en in beeld gebracht met filmfragmenten, foto’s, knipsels uit kranten en tijdschriften uit 1916 en voorzien van treffend en deskundig commentaar. De LOVE-uitzending vindt iedere dag plaats om 9 uur, 12 uur en 21 uur.
In alle getroffen plaatsen vinden op waardige wijze herdenkingen plaats
Evenals in andere door de watersnoodramp getroffen plaatsen zal ook het Volendams Museum de watersnoodramp die Volendam en regio overkwam in 1916 op waardige wijze herdenken in de nieuwe expositie, in het Museumjaarboek en Premiefoto. Kosten noch moeite worden gespaard om de gebeurtenis in de nieuwe expositie, museumjaarboek en Premiefoto 2016 en op de website (www.volendamsmuseum.nl) een gezicht te geven. Uit vele bronnen en overleveringen van mensen die de ramp hebben meegemaakt zal geput worden en wordt meegewerkt aan een aantal activiteiten die in samenwerking met de regio zullen worden gerealiseerd.
Jozefschool ondervindt nog steeds gevolgen van watersnoodramp 1916
In de indrukwekkende documentaire op de LOVE komen Quirinus Schilder en Wim Keizer aan het woord over de trieste gebeurtenis en gevolgen betreffende de watersnoodramp 1916 in Volendam. Meester Quirinus laat de kijkers de hoogte en de gevolgen van de watersnood zien binnen in de Jozefschool. Nog steeds ondervindt de school schade aan het stukadoorswerk dat afbrokkelt en een zoute smaak heeft.
In het appelbloesem-interieurtje dat nu onderdeel vormt van het Volendams Museum, dat ook in 1916 onder water heeft gestaan, vertelt Wim Keizer over de watersnoodramp met de gegevens die hij van zijn bap Jan Keizer had vernomen. De vrouw van Jan Keizer, Grietje Molenaar (van Jan de Lange) was in 1916 voor het eerst hoogzwanger. Op 7 maart 1916 werd Gaartje geboren, de latere schoonmoeder van de legendarische manager Jaap Buijs. Het gezin moest vluchten voor het opkomende water.
Schade aan huizen, inboedels, wegen, kleding, (eenden)bedrijven en visserij zeer groot
De foto is gemaakt in april 1916 langs de Calkoengracht. De trekschuit van Nierop uit Edam wordt door een marine hulpmotorboot voort getrokken. De trekschuit nadert het bebouwde onder water staande bebouwde gedeelte van Volendam. De timmerloods van aannemers Jaap Buijs was in die tijd het laatste pand aan de Edammerweg. Daarnaast zijn latere woning die toen nog was bewoond door een veldwachter. Geheel links staat het dwars staande gebouw was van lijstenmaker Harmen Sul aan de Meergracht. De Overste Ludenstraat was in 1916 nog maar aan een zijde bebouwd.
De aankondiging van de ramp diende zich eigenlijk al aan vanaf de eerste week van januari 1916. De storm had al veel schade aangericht in verschillende plaatsen langs de Zuiderzeekust. De wind kwam eerst voornamelijk uit zuidwestelijke richting. Door deze windrichting kwam de waterstand in de Noordzee aanmerkelijk boven de normale waarden en bleef de Zuiderzee overvol want het water kon bij eb niet worden afgevoerd naar de Noordzee.
Toen de wind op dinsdag 11 januari 1916 draaide naar het noordwesten en de volgende dag met een stormkracht 8 naar west-zuidwest werd het Noordzeewater met kracht de Zuiderzee in geprest en steeg tot abnormale hoogte. Met een windkracht van 10 tot 11 met zware windstoten tot wel 150 km per uur uit het noordwesten kwam er op donderdag 13 januari nog meer water in de Zuiderzee. Het water kon nergens heen en de rivieren leverden een extra hoeveelheid water. Omdat de storm met orkaankracht langer dan 6 uur bleef aanhouden kon het water in de ondiepe Zuiderzee bij laagwater (eb) niet terugvloeien naar de Noordzee en kwam het water steeds hoger met alle rampzalige gevolgen van dien.
Op momenten kwam het water 4 meter boven maaiveld
In tijd van 2 uur steeg het water bijna 2 meter. Tijdens de woeste deining, windstoten en hoge golfslag kwam het water op momenten zeker 4 meter boven het maaiveld. Bij springtij is de hoogte van het water bij vloed hoger dan gemiddeld. Vooral het water dat over de kruin van de dijk vloeide holde het dijklichaam uit. Bij het Noord- en Zuideinde in Volendam stond in de avond van 13 januari 1916 de dijk op doorbreken. De waterstand zakte toen in de nacht van 13 op 14 januari om kwart voor 4 de zeedijk bij Katwoude op 3 plaatsen doorbrak en het water vanaf de landzijde o.a. Volendam onder water zette.
Soldaten van het fort in Edam o.l.v. Overste Luden brachten slachtoffers in bootjes in veiligheid
De woningen in de Volendammer Meer, zoals de Conijn-, Jozef-, Berend Demmer-, Pieter Keuken- en Overste Ludenstraat, stonden het eerst tot aan de dakgoot in het water. Bewoners zochten hun toevlucht op de zolder. Soldaten van het fort in Edam o.l.v. Overste Luden brachten de getroffen gezinnen, zwangere vrouwen, alleenstaanden en ouderen in bootjes naar veilige plaatsen. De van huis en haard verdrevenen werden onder gebracht bij families op de dijk, in de vooronders van botters in de haven en in hotel Spaander. Vele gezinnen zijn maandenlang in hotel Spaander gastvrij opgevangen. Naar Overste Luden is later als dank een straat in Volendam vernoemd. Dat kwam pas later want in 1916 bezat Volendam nog geen namen van straten. Het was de Visserswijk 6 en 7 van de gemeente Edam.
Maanden lang werden slachtoffers van de watersnoodramp gehuisvest in Noord Holland.
Nadat in eerste instantie slachtoffers werden ondergebracht in Volendam, werden ongeveer 1500 Volendammers gastvrij ondergebracht in plaatsen Noord Holland zoals Hoorn, de Streek en rondom Alkmaar.
Vijftig eenden- en kippenbedrijven werden getroffen door watersnood van 1916
Voor de vijftig eenden- en kippenbedrijven was de watersnood een ramp. Van de 70.000 eenden en 10.000 kippen verdronken er duizenden in hun hokken. Vanuit Amersfoort en Hoogland werd hulp verleend en zodoende konden ongeveer 60.000 eenden en 4.000 kippen enkele maanden gastvrij onder gebracht worden. Vooral voor de tientallen gezinnen die onder gebracht werden in de vooronders van botters was het een moeilijke tijd. Neergehurkt zaten zij neer gehurkt bij een potkacheltje te overleven bij het spaarzame licht van een petroleumlamp. Niets hadden zij kunnen redden van hun huisraad, erfstukken, portretten, kleding en voedselvoorraden. Alles was verwoest door de ramp.
Na vier maanden was het water gezakt
Na 4 maanden was het water gezakt en keerden de families die elders waren onder gebracht terug om aan de slag te gaan met het schoonmaken en opknappen van hun ondergelopen woningen. De schade was ongekend groot. Er waren gelukkig geen doden te betreuren. Men ging aan de slag zodat Volendam alle rampzalige gevolgen van de ramp te boven is gekomen.
Volendams Museum herdenkt de watersnoodramp 1916 in expositie, museumjaarboek en Premiefoto
De herdenking van de watersnood 1916 wordt in het Museumjaarboek 2016 uitgebreid door schrijver Piet Koning beschreven evenals de schitterende Premiefoto 2016. De nieuwe expositie in het komende museumseizoen staat in het kader van de herdenking van de ramp en 100 jaar droge voeten. Momenteel werken bestuur, beheerders en vrijwilligers aan de inrichting van de nieuwe expositie die ook komend jaar weer een bezoek waard zal zijn.
Het bestuur van het Volendams Museum wenst iedereen prettige kerstdagen en een gezond, vredig, respectvol, gelukkig en gezegend 2016.
Voor verder nieuws kunt u de website bekijken: www.volendamsmuseum.nl