Gerard van Westerloo: ‘De pont van kwart over zeven. De beste journalistieke verhalen’

De in 2012 overleden Gerard van Westerloo, oud inwoner van Edam en medeoprichter van De Nieuwe School, maakte vanaf de jaren zeventig spraakmakende reportages voor het weekblad Vrij Nederland, zoals ‘De vlucht in de stacaravan’, ‘De bestuurders van lijn 16’ en ‘De pont van kwart over zeven’.
In die stukken vertellen gewone mensen over hun werk en hun leven, en ze verwoorden luid en duidelijk het maatschappelijk onbehagen dat pas veel later, in de tijd van Pim Fortuyn, tot de politiek zou doordringen. Van Westerloo introduceerde in Nederland de journalistiek van het gewone, het alledaagse. Zijn stukken, veelal geschreven met coauteur Elma Verhey, geven een tijdsbeeld en laten zien hoe de politiek steeds verder wegdreef van al die beschreven doorsnee-Nederlanders.

Het recent verschenen ‘De pont van kwart over zeven’ is een feest van herkenning voor de oudere lezer, en voor de jonge lezer is het een kennismaking met de stijl van Van Westerloo, de ‘grondlegger van de naoorlogse literaire journalistiek’, zoals Geert Mak ooit heeft opgemerkt. De bundel werd samengesteld door Lieneke Frerichs (Edam) en Irene Houthuijs (Amsterdam). Geert Mak schreef het voorwoord.
Gerard van Westerloo (1943-2012) was redacteur en ad interim hoofdredacteur van Vrij Nederland en hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. Bij De Bezige Bij verschenen van hem onder andere Roosje (1993), Voetreiziger (1994), Niet spreken met de bestuurder (2005) en De pater en het meisje (2010).