De Matthäus Passion in Edam: dirigent Stephen Kavelaar over een indrukwekkende, eeuwenoude traditie
De Matthäus Passion van Johann Seb. Bach (1685-1750) is een nationale traditie. De uitvoering van dit werk in de Grote Kerk in Edam is bijzonder door de schitterende ambiance en door de gedrevenheid van dirigent en musici. Toch begint het allemaal bij de muziek van Bach. En het mag best gezegd worden: de Matthäus Passion is bepaald niet het eenvoudigste werk van Bach. Wie er voor het eerst mee kennis maakt, kan er gemakkelijk de weg in kwijt raken.
Muzikaal leider en dirigent Stephen Kavelaar zegt het zo: ‘Niet alleen nu wordt het soms ervaren als een moeilijk stuk. Dat was ook al zo toen Bach het werk heeft geschreven. Wie het voor het eerst hoort, denkt al snel: waar gaat het allemaal over?
Toch kon de kerkganger in Bachs tijd, geconfronteerd met deze nieuwe muziek, de essentie van het lijdensverhaal blijven volgen. Dat komt omdat er koralen in voorkomen die de kerkgangers herkenden als hun eigen liederen die zij zelf sinds jaar en dag in de Lutherse kerkdiensten zongen. Zij zorgen volgens Kavelaar voor houvast. ‘Vooral in het eerste deel zijn de koralen de piketpaaltjes. Je hoeft niet te verdwalen in het verhaal, want ze zorgen er altijd voor dat je richting houdt. Het tweede deel is toegankelijker. Grote koren en aria’s, opstand, verraad, spannende en adembenemende momenten. Iedereen voelt het drama dat zich aan het voltrekken is.’
De ‘Matthäus’ werd in 1729 voor het eerst uitgevoerd, maar Bach baseerde Jezus’ muzikale lijdensverhaal op een eeuwenoude traditie. De kenmerkende koralen deden pas rond 1600 hun intrede. Daarna kwam ook het recitatief, waarmee de dialoog en het vertelde verhaal hun plek kregen in de liturgische muziek, en ook de aria’s die een beschouwend, soms zelfs meditatief karakter hebben. Wat maakt de ‘Matthäus’ dan toch zo bijzonder? Stephen Kavelaar: ‘Ik denk dat het een verhaal van mensen is. Je kunt je gemakkelijk met hen identificeren. Van tijd tot tijd spelen we allemaal al die rollen waar Jezus mee te maken heeft. En dat we die rollen herkennen komt natuurlijk omdat Bach het zo sterk heeft neergezet.’
Accenten en dissonanten
Als muzikaal leider drukt Kavelaar zijn stempel op de uitvoering, vooral in het aanbrengen van accenten die onontdekte delen van de compositie op de juiste manier laten klinken. Elk jaar probeert hij met soms subtiele wijzigingen in de opstelling van koren of orkest, of in de benadrukking (óf juist in het vermijden daarvan) van een zin, een regel, of een maat, zo dicht mogelijk te komen bij wat Bach ooit moet hebben bedoeld. ‘Het maakt zoveel verschil waar je de accenten legt en hoe je een recitatief of een koraal uitvoert.
Dat begint al direct helemaal in het begin, dat je heel heftig kunt neerzetten, maar het verhaal vertelt anders. Het waren namelijk wel hoogwaardigheidsbekleders die waarschuwden dat Jezus niet aangepakt mocht worden, omdat dat tot oproer onder het volk zou kunnen leiden. Daarom heeft dat stukje meer ingetogenheid nodig. Of neem de geweldige aria waarin Judas spijt heeft van zijn verraad. In mijn interpretatie moet je er voor uitkijken dat bloedgeld en wraak daar niet de overhand krijgen. Het is juist een aria van verlangen. Als je die aria milder aanzet, dan breng je veel meer tot uitdrukking dat Judas goed wil maken wat niet meer goed te maken is, want Jezus is dan al uitgeleverd aan de Romeinen, en dat betekent onherroepelijk zijn dood.’
Kavelaar stelt dat de Matthäus zijn populariteit dankt aan de zichtbaarheid van het lijdensverhaal: ‘Bach is een meester in de manier waarop hij beelden met muziek tot leven brengt. In de aria waar we het net over hadden hoor je letterlijk hoe de zilverlingen, het bloedgeld dat Judas vergeefs wilde teruggeven, door de tempel worden gegooid.’
Kavelaar weet met het Matthäus Koor ieder jaar weer iets te verbeteren. ‘In repetities gaat het om de koorklank, maar ook om nog meer details uit de muziek te halen. Bijvoorbeeld: in een koraal klinkt soms een dissonant. Dat kan een heel belangrijk muzikaal moment zijn. Met dit ervaren koor is het makkelijker om dat soort details te benadrukken. Dan hoort iedereen heel bewust: hé, dat is een heel heftige dissonant. Het versterkt de emotie, en daar zoek ik naar. Zang-technisch is het koor zeer goed. Maar belangrijker is: welke voorstelling heb je ervan bij het zingen? Hoge noten of het vasthouden van die ademlijn komen dan vanzelf: laat je inspireren door de muziek.’
Matthäus Passion Goede Vrijdag 25 maart Grote Kerk Edam, 19.30 uur. Kaarten à € 34,- via www.matthaus-passion.com of de bekende voorverkoopadressen.
