Duurzaam duurt het langst – De stand van de bijen
“Gemeentes kunnen het maaibeleid aanpassen, zodat de wegkanten verschalen. Er komen dan meer bloemen”
Het gaat niet goed met de bijen, de bijensterfte neemt wereldwijd en ook in Nederland toe. Dit heeft desastreuze gevolgen voor de voedselvoorzieningen en daarmee de mensheid. Kees Nuijens is al meer dan 50 jaar imker in onze gemeente en hij vertelt wat er met de bijen aan de hand is en hoe we kunnen helpen.
Al 50 jaar imker?
“Mijn vader was al imker, ik weet dus niet anders,” vertelt Kees Nuijens. “Als imker beheer je de bijen. Dat betekent dat je weet welke planten in de omgeving staan en wanneer ze in bloei zijn. Ik heb negen volken op dit moment, op een boerderij vlakbij Katwoude. Ik vind het heerlijk om buiten in de natuur bezig te zijn en alles om ons heen in de gaten te houden.”
Wat heeft u in de afgelopen 50 jaar zien veranderen?
“In de eerste plaats het ras. Hier hadden we de zwarte bij. Na de Tweede Wereldoorlog werden er nieuwe rassen ontdekt, betere rassen omdat ze bijvoorbeeld minder zwermen. Ze zijn toen gaan kruisen. De zwarte bij was een ijzersterk soort, hij kon alles doorstaan aan ziektes, hij had het vermogen om giftige stoffen via zijn darmkanaal kwijt te raken maar dat is verloren gegaan. Ze zijn aangetast in hun immuniteit en vatbaarder voor ziektes.”
Wat voor ziektes zijn dat?
“Een hardnekkige broedziekte die voorkomt in de kasten zelf is Europees vuilbroed. De larve wordt via de voeding geïnfecteerd. De ontlasting van de larf blijft in de cel zitten. Als de larf uitkomt, begint hij met zijn eigen cel schoon te maken en likt dus meteen weer die rotzooi op, is weer besmet en geeft de besmetting weer door. Een andere ziekmaker is de varroamijt, die vanuit India via transporten hier is gekomen. De bijen daar hadden er geen last van omdat die kunnen schudden, zoals een hond en zo de parasieten kwijt kon raken. De mijt is overgegaan op onze bijen, die ze niet kwijt kunnen.”
Wat doet deze mijt precies?
“Ze parasiteren op de larven en worden overgebracht door darren, jonge bijen. De mijt gaat in de broedcel zitten, bij de larven. De cel gaat dicht en de mijt legt eitjes op de larf. De bijen kunnen nog wel uitkomen, maar vertonen dan dwerggroei of hebben gekke vleugeltjes. Hierdoor raakt het bijenvolk verzwakt. Daarom is het heel belangrijk dat imkers de raten regelmatig vervangen, zodat ziektes niet in de kast blijven zitten.”
En landbouwbestrijdingsmiddelen?
“Die spelen ook een rol, wat dat precies is, wordt nog wetenschappelijk onderzocht. Het gaat dan met name om neonicotinoïden, hiermee worden zaden van planten omwikkeld. Als een zaadje geplant wordt en kiemt zit dat spul er dus omheen en komt daardoor in de hele plant terug. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
Zijn er nog andere factoren die een rol spelen?
“Het voedselaanbod van de bijen is veranderd, waren de weiden vroeger bloeiende velden vol met bijvoorbeeld paardenbloemen, worden die nu vaak doodgespoten. Een andere factor die er mee te maken kan hebben, is de klimaatverandering. Omdat we geen koude winters meer hebben, gaan de bijen te lang door met nieuw nesten maken, ze blijven uitvliegen en gaan niet goed in winterrust.”
Wat ziet u van de bijensterfte?
“De bijen worden in winter ziek, ze vliegen en uit komen niet meer terug. De kast is in het voorjaar nog vol voedsel, maar zonder bijen. Ik heb voor mijzelf proberen te bedenken waarom ze dit doen. In een kast is het pikdonker, er wordt niets gezegd maar iedereen weet zijn taak. Als wij nog niet lekker voelen, ga je een paar dagen naar bed. Voor de bijen is dat denk ik hetzelfde. Ze zijn al 15.000 jaar op aarde en hebben heel wat meegemaakt. Als ze zich niet lekker voelen, verlaten ze dus de kast, ze trekken zich terug. Een echte verklaring voor de bijensterfte is er nog niet, maar het is waarschijnlijk een combinatie van factoren: kruisingen, ziektes, klimaatveranderingen en bestrijdingsmiddelen.”
Wat kunnen we doen om de bijen te helpen?
“Gemeentes moeten het maaibeleid aanpassen, zodat de wegkanten meer verschralen. Er komen dan meer bloemen, dat is ook goed voor andere insecten. Particulieren kunnen bloeiende struiken in de tuin zetten of hang een stuk hout op met daarin gaatjes geboord, hier kunnen solitaire bijen, dat zijn bijen die in het wild leven, een nestje bouwen.”
Hoe ziet u de toekomst voor de bijen tegemoet?
“Mijn eigen bijen waren in 2010 ziek, nu gaat het weer beter, ik heb ze allemaal door de winter gekregen. De antwoorden op de vragen omtrent de bijensterfte zijn nog onbeantwoord, daarom is het belangrijk om veel te overleggen met andere imkers. Ik zie wat, iemand anders ziet weer wat anders en daar praat je over. Het is een leerproces, je werkt met een levend product. Het is een eeuwenoud dier, wij moeten in hun traditie leren denken. Ik kom dan toch weer bij de 15.000 jaar dat ze bestaan, ze weten zich ondanks extremen te handhaven. Ik denk dat ze dat zullen blijven doen.”
