Het Strandbad - Het panorama van Edam
Als de zon schijnt in Edam, lonkt het Strandbad. Om een ijsje te eten, te zwemmen in het Markermeer of de hele zomer te vertoeven in een caravan. Wat de aantrekkingskracht van deze plek is, proberen we te vangen in deze rubriek. We beginnen waar we elk jaar als eerste terecht kunnen als het seizoen weer van start gaat, het paviljoen, met misschien wel het mooiste uitzicht van Edam. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
Zelfs op een grauwe middag in het voorjaar, dat zich vooralsnog geen voorjaar mag noemen, is het uitzicht vanuit het Strandbad Paviljoen geweldig. “Het maakt niet uit wanneer, het is hier altijd mooi”, vertelt Elsa Besseling. Zij is sinds zes jaar de uitbater van deze unieke locatie en mag samen met Menno Garms als bedrijfsleider hier zes maanden per jaar aan de slag.
Blije plek
Elsa: “Toen ik hoorde dat deze locatie vrij kwam, wist ik meteen dat ik dit wilde. Ik wist ook meteen dat ik dit met Menno wilde doen. Deze plek is zo goed, het heeft niets nodig. Je zou er van alles mee kunnen, een hele luxe tent, of meer Beach club, maar je hoeft het alleen maar te laten zien. Wij willen het juist het laagdrempelig houden, zodat iedereen ervan kan genieten. Het is een blije plek, dat merk ik elke dag. Mensen zitten hier zonder haast, alleen om te ontspannen. Als het vijf minuten langer duurt, is dat niet erg, er is genoeg te zien”
Ouders om de hoek
Voor Menno is deze plek veel meer dan zijn werk. Zijn ouders staan al bijna 40 jaar de hele zomer op de camping. “Alles draaide voor mij om het Strandbad,” legt Menno uit. “Ik was fanatiek windsurfer en al mijn vrienden kreeg ik rondom de surfclub. Ik was altijd hier, mijn eerste liefde, mijn eerste biertje; hier is voor mij alles ontstaan. Je ging gewoon altijd hier heen, dat was toen het leven.”
Trots
“Ik ben geboren voor de horeca, dus dat ik hier mijn werk kan doen, is geweldig. Het is ook fijn dat we weer begonnen zijn. Als we rust hebben in het winterseizoen is het de eerste paar weken lekker, maar na een maand denk ik bij mezelf: wanneer mogen we weer? Ik ben erg trots wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd.”
Uitstraling
Het pand van het paviljoen staat al sinds de opening van het Strandbad, nu 83 jaar geleden, toen nog zonder camping en op het zand. “Het is geweldig dat het gebouw nog hetzelfde is, er is wel een stukje aangebouwd, maar is er weinig veranderd. Als je via de parkeerplaats aankomt, is het wel soms lastig om te zien dat we hier zitten. Daarom hebben we geprobeerd de uitstraling aan de buienkant iets op te knappen met markiezen en een nieuw terras. Eigenlijk is de opening gewoon aan de verkeerde kant, nu lijkt het soms of we de kantine van de camping zijn. Als je per boot aankomt, klopt het aanzien beter.”
Pruthoek
Elsa: “Het water is denk ik wat mensen hier bindt. Mijn ouders, maar ook de ouders van Menno zitten hier de hele zomer in een caravan, ze hebben gewoon een mooi huis in Edam, maar zitten liever hier. Als je hier bent opgegroeid heb je vaak zonnige en blije herinneringen aan het Strandbad. Dit is wat je deed in de zomer. Met de fiets over het Oorgat, zwemmen in het water, de familieschommel, de pruthoek en op de terugweg een bloedijsje halen bij groenteboer van Essen. Het is voor veel generaties een deel van hun jeugd geweest, en dat voel je hier terug.”
Vrijheid
“Ik voel de vrijheid nog als je op een warme dag uit school hierheen fietste, zwemtas met slap broodje en warm drinken mee, portemonneetje met centjes om hier iets lekkers te kopen. Dat is niet alleen voor jou en mij, maar ook de generaties voor en na ons. Dat wij daar nu een onderdeel van kunnen, zijn vind ik heel erg leuk.”
Magisch
“Het mooiste moment is vroeg in de morgen. Vooral als je weet dat het een hele drukke zondag gaat worden en je alles aan het voorbereiden bent en de stilte nog op het water ligt. Voordat je er erg in hebt, is de dag dan weer afgelopen. Dat is een ander magisch moment, als de avond valt. Er komen bootjes de haven binnen, er is gezelligheid en drukte, kinderen die in de haven zwemmen; wat ze niet mogen maar altijd zullen blijven doen. Zelf zit ik hier zelden op een mooie zomeravond, omdat ik natuurlijk moet werken, maar ik denk dat ik nooit meer weg zou gaan.”
