Hotel Spaander en de watersnood van 1916
Begin mei verlieten de laatste veertig vluchtelingen hotel Spaander in Volendam. Maar liefst tachtig mensen waren na de ramp gastvrij opgevangen in het hotel van Leendert Spaander en zijn vrouw Aaltje Kout. Overigens liep het hotel zelf ook schade op door de watersnood; die werd geraamd op acht- à negenduizend gulden.
Foto: Hanicotte, Volendammer vissers. Collectie WA klein
De Zaanse G.J. Honig bezocht het dorp in 1916. In zijn boek De watersnood van 1916 beschrijft hij de toestand als volgt. “Wij koersten nu naar Volendam. De haven had weinig geleden, geen enkel schip had averij bekomen. Maar wat een jammerlijken aanblijk bood het dorp zelf. De huizen, die benedendijks stonden, waren geheel door water omringd, dat tot het zolderraam reikte. Het hotel van den heer Spaander was geheel als toevluchtsoord en hospitaal ingericht. Het hotel daarnaast herbergde eveneens tal van vluchtelingen.
Ik kwam juist aan toen men aan de maaltijd bezig was en werd getroffen door de kalmte, waarmee de ongelukkigen hun lot droegen.” Maar er was ook andere schade. Sinds eind 19e eeuw verbleven er dank zij de inspanning en gastvrijheid van de Spaanders veel kunstenaars in het dorp. Door de watersnood werden vele kunstwerken vernield. Onder andere werk van de Franse kunstschilder Augustin Hanicotte (1870-1957) die sinds 1899 in het dorp woonde.
Hij was volledig ingeburgerd en in 1914 getrouwd met Trinette (Trijntje 1883-1974), een van de dochters van Leendert en Aaltje. Hanicotte raakte door de watersnood helaas veel werk kwijt. Na de ramp verliet het echtpaar Hanicotte-Spaander Volendam en vestigde zich in Collioure in Zuid-Frankrijk. Gelukkig bleef er ook werk bewaard, waaronder een litho van Volendammer vissers.
Kleurenlitho van Volendammer vissers door Augustin Hanicotte. Bron: collectie Waterlands Archief.
