Voor goed geschreven reacties kan ik bewondering hebben en dat geldt dus ook voor de reactie van Le Pendule op het promotiebericht van het Volendams Museum.
Pendule is een nieuwe verschijning in de groep van nicknames die als reaguurder Groot-Waterland bevolkt. Ofschoon l
Le Pendule goed schrijft is het niet zo schoon wat hij ter berde brengt. Zijn pen is gedoopt in rancune, nog niet voorbije vetes, machtsstrijd en achterklap. De woorden zijn afkomstig uit een valsemunterij en zijn pen is schijnbaar geleend aan mensen die nog wat te vereffenen hebben. Volendam op zijn smalst. Private en commerciële belangen van anderen, reputatiezoekers, megalomane centrumvernieuwers, rancuneuze mislukte coupeplegers en de deur uitgezette profiteurs en deelnemers aan de ‘historikerstreit’ zijn in de loop der jaren al verantwoordelijk geweest voor diverse aanslagen op het museum. Vaak gebeurde dat uit persoonlijke of zakelijk belangen, nooit met het oog op het algemeen belang dat altijd het doel van het museumbestuur is geweest. De giftige reactie van Le Pendule past naadloos in het rijtje van aanslagplegers.
Gelukkig had ik een goede Franse leraar die mij bijbracht dat het Franse woord ‘pendule’ twee geslachten kent. Als ‘la pendule’ (van vrouwelijk geslacht) is de klok met een slinger die door een veerwerk in beweging wordt gehouden. ‘Le pendule (van mannelijk geslacht) is een slinger en niet alleen in klokjes. Het woord ‘slinger’ maakte bij mij een geheugencel open en na wat bellen kreeg ik de bevestiging dat een van de Veerman-clans als ‘van de slinger’ wordt aangeduid. Albert van de Slinger was ooit wethouder en hij heeft een zoon. Is het deze zoon die de pendule hier weer in beweging heeft gebracht?
Van de geschiedenis van de Rabobank weet ik weinig. Ik bankier daar al vele decennia tot volle tevredenheid en ik heb geen klachten over de dienstverlening. Die heeft Le Pendule kennelijk ook niet. Nostalgisch blikt hij terug naar de tijd dat het nog een lokale bank was die toen ook al niet deugde en vissers naar een bank in Monnickendam dreef. Dat soort gevoelens heb ik niet, ik maak me slechts zorgen over de al te royale vertegenwoordiging van de Rabobank in de gemeenteraad waar mensen zouden moeten zitten die die zonder last of ruggenspraak het bestuur controleren.
Het leuke is dat onder de reactie van Le Pendule (de slinger) Willem Wouters reageert en de zaak nog wat aandikt. ‘Het klopt wat Le Pendule schrijft’ noteert hij in zijn reactie. Het lijkt WC-eend die WC-eend aanprijst. Maar ik speculeer natuurlijk.
Zo weinig als ik van de geschiedenis van de Rabobank weet, zo veel weet ik van de geschiedenis van het Volendams Museum dat al heel wat stormen (ook in deze kolommen) heeft doorstaan. Iedere vrijwilligersorganisatie maakt van dat soort stormen door, maar het museum heeft ook te maken met ego’s en belangen die een naar hun wensen aangepaste toekomst voor het museum zien. Daardoor herken ik in wat Le Pendule schrijft wat recente machinaties van ons gemeentebestuur. Die liggen denk ik niet op straat, dus is het de vraag wie dat Le Pendule in het oor heeft gefluisterd. Wanneer ik op mijn vingers aftel wie de vijanden van Wim Keizer en het Museum zijn, springen bij mij wel een paar kandidaten in beeld.
De enige zin van Le Pendule waar ik echt om heb moeten lachen was toen hij over de ‘eerzame familie Kes’ schreef. Ik ga hier niet uit de school klappen waarom ik dat komisch vond. Laat ik het kort houden. De wereld bestaat uit leugenaars volgens deze familie die nogal van de eigen eenzijdige waarheid houdt. Die wilden ooit het museum opheffen. Maar toen ik daar stevig gedocumenteerd over schreef was ik volgens hen een leugenaar. Tja. Maar ze zijn niet de enigen die ik tot de vijanden van het museum reken.
Ik roep het nieuwe college, dat in de steigers staat, op om eens na te gaan hoe deze verhalen de wereld zijn ingekomen en via de pen van Le Pendule zijn geopenbaard. Ik neem dat niet licht op. Van mijn lessen bestuursrecht herinner ik me dat een bestuur haar bevoegdheid kan aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor haar die bevoegdheden zijn gegeven. Daar, en ik verwijs naar hier niet nader aan te duiden machinaties van het zittende college, lijkt overduidelijk sprake te zijn. Wanneer die machinaties op iedere vereniging of stichting die van de gemeente subsidie ontvangt van toepassing zouden zijn, wordt hun financiële gezondheid bedreigd. Was het college rancuneus omdat het Museum haar leden verweet nooit hun gezicht te laten zien in het Museum?
Le Pendule heeft wel bepaalde informatie ontvangen, maar overziet die niet en ziet ook niet dat die nogal (smadelijk en lasterlijk) eenzijdig is. Adviserend verwijs ik hem naar mijn aanpak. “Kan best zijn”, roep ik altijd bij verhalen die ik hoor, “maar ik wil documenten zien of bevestiging van meerdere getuigen”. Zo is Le Pendule bepaald niet goed geïnformeerd over de chicanes onder de gelederen van het Volendams Museum, die inmiddels al weer maanden geleden afdoende zijn opgelost. Het museum heeft zijn goede vrijwilligers over gehouden en moeimakers geloosd.
Als met al lijkt Le Pendule een projectiel te zijn die door anderen is gebruikt/afgevuurd om het Museum en haar voorzitter te schaden. Ik hou niet zo van nicknames en zeker niet als larmoyante verhalen als die van Le Pendule in omloop worden gebracht. Wie zich niet voor zijn woorden durft te verantwoorden, houde zijn mond en is een lafaard als hij dat achter een schuilnaam wel doet. Strijden doet een man met een open vizier. Wie dat niet doet is een oud wijf in mijn ogen.
Laat ik er tot slot op wijzen dat Museum en haar voorzitter niet identiek zijn. Ik ben wel eens rondgeleid op een moment dat een nieuwe tentoonstelling werd voorbereid en ik ben in de ruimten geweest die niet voor het publiek toegankelijk zijn. Dat is de beste manier om te zien dat het museum gedragen wordt door een grote groep vrijwilligers die in allerlei functies met passie en liefde voor de opmerkelijke geschiedenis van Volendam bezig zijn. De bezoeker ziet ze niet omdat ze achter de coulissen werkzaam zijn. Le Pendule valt hun werk aan en ook het vele werk van hun voorgangers. Ze hebben een museum tot stand gebracht dat er mag zijn. Ontelbare sponsors en donateurs hebben aan het resultaat bijgedragen. De (overigens bescheiden) bijdrage van de gemeente is een erkenning van het belang voor de Volendamse gemeenschap van hun werk en inspanning.